Ode aan Wout

De schrijvers Dimitri Verhulst en Tim Krabbé zaten in het VRT-avondprogramma Vive le Vélo. Op de vraag met wie hij het liefst op een eiland zou zitten, Froome of Sagan, antwoordde Krabbé resoluut: Froome. Hij verwacht dat de kopman van Team Sky een peilloze diepte heeft waar diepe gedachten en mooie verhalen kabbelen.

Mooie verhalen? Hogere rekenkunde, met bijsluiter over trapfrequentie, wattage, veevoeder en andere chinezerijen zeker. Het goede leven op verre afstand. Veel lachen zit er ook niet in.

In deze hele Tour heeft Chris Froome niets van zichzelf blootgegeven. Hij stond erbij alsof hij was opgetrokken uit zoutzuilen. Elke flauwe glimlach op het podium moest met de ijzers worden gehaald. De woorden al even luchtledig als de ijlte op de Glandon.

Op de laatste Alpenritten na had ik de hele tijd het gevoel dat ik naar een veelvoud van eendagswedstrijden zat te kijken. Iedere dag een klassieker, in totale onverschilligheid voor het klassement. Rust en vrede in de toptien, het minioorlogje tussen Bauke Mollema en Robert Gesink uitgezonderd. Reeds in de eerste week was de Tour doodgeslagen door Froome en zijn mannen van Team Sky. Tot een cascade van aanvallen op de gele trui kwam het niet.

Tekenend was dat zelfs voor de bolletjestrui tot de voorlaatste dag op Alpe d’Huez gewacht moest worden voor duidelijke afscheiding. Een ondraaglijke devaluatie die Froome niet is aan te rekenen. Nevenklassementen in de Tour horen te ontsnappen aan de controle van de geletruidrager. De nivellering in sprint, strijdlust en klimwerk was onuitstaanbaar.

De echte vedette van La Grande Boucle is Peter Sagan. Hij doorbrak de monotonie van de Tour, ook nog als niet klimmer tot in de Pyreneeën. Dagelijks in de aanval, vechtend voor elke sprint. De groene trui als triomf van panache, snelheid en stabiliteit. En na de zwaarste etappes nog steeds met Hollywood-tic op het podium in een ambiance van grappen en gimmicks.

Het afzien ver voorbij.

Alsof hij een rondje langs het Gardameer had gemaakt, zo ongeschonden stond de allrounder van Tinkoff-Saxo te glunderen tussen bloemenmeisjes. Druipend van plezier dat hij weer een fietstochtje had mogen maken. Nahijgen hoefde niet, zijn recuperatievermogen was mee over de meet gekomen. Als atletisch wonder beitelde hij zich in de glorie. Ik heb in geen jaren nog een renner in de Tour gezien die meer geluk uitstraalde dan Sagan. En ja, zijn acteertalent voor imagebuilding speelde mee, maar de explosies van vreugde waren oprecht. Liefde voor de fiets kreeg met de Slowaak een nieuw gezicht.

Over de verdienstelijke Tour van Robert Gesink is veel gezegd en geschreven. Terecht, het is een comeback met allure geworden. Maar de meest indrukwekkende Nederlandse renner in deze Tour was Wout Poels. Rechterhand van Chris Froome op iedere col. Samen met Geraint Thomas was hij de beslissende helper die Froome in de gele trui hield. Volwaardige doublure van zijn kopman, bijna.

Poels is een zachte Limburger die de nodige klappen van het leven heeft gekregen. In de Tour van 2012 zelfs voor dood opgeraapt. Maar als renner is hij ambitieus gebleven. Hij hoopt nog steeds op het kopmanschap in een grote ronde. Zijn zelfvertrouwen is door de overstap naar Team Sky gevoelig aangescherpt. Hij die niet eens met een hartslagmeter wilde fietsen deelt nu voluit de wetenschappelijke roes van de ploeg. Zelf zegt hij het zo: „Ik voel me alleen maar groeien bij het perfectionisme van Sky. Al die parameters geven me vertrouwen.”

Poels, Gesink, Mollema: Nederland heeft weer ronderenners, de schaamte voorbij.