Column

Bij alle gerechten standaard een kwak huzarensalade

Sinds mijn tijd als Vitesse-watcher was ik fan van het naast Nationaal Sportcentrum Papendal gelegen Van der Valk Hotel Arnhem. Niet speciaal van het eten of het interieur, maar van het personeel dat in alles uitstraalde dat ze daar ook niet voor de lol rondliepen. Ze waren in ieder geval altijd met te weinig, waardoor ze achter de feiten aan holden. Iets waar ze de klant in plat Arnhems graag van op de hoogte hielden.

„Gekkenhuis in de keuken.”

Hoog in de top tien van gebeurtenissen stond die keer dat we als groep gestraft werden – de koffie kwam pas na twintig minuten – omdat een van ons – een suikerpatiënt – een slagroomsoes had besteld, waarvoor de ober van dienst op en neer naar het magazijn moest.

Toen de koffie dan eindelijk kwam, en een van ons klaagde dat het zo lang geduurd had, wees de ober de schuldige aan.

„Dan moet je niet tegen mij beginnen, hij wilde een slagroomsoes!”

Het was Fawlty Towers, maar dan wel met goed eten en dat verschil dat je bij alle gerechten standaard een kwak huzarensalade op de rand van het bord kreeg.

Of je wilde of niet.

„Ik hoef er geen huzarensalade bij.”

„Dat zal helaas niet gaan, u kunt het wel laten liggen.”

Ze waren er eerlijker dan in veel andere restaurants. Ik herinnerde me een wat oudere serveerster met een enorme vetvlek op het verder witte schort – „Russisch ei uit de handen laten flikkeren” – die vroeg of ik echt een broodje kroket wilde.

„Zou ik zelf niet doen.”

„Waarom niet?”

„Problemen met de frituur. Wordt denk ik niet zo lekker.”

Vorige week was ik er weer.

Toen we er in haast voorbij reden, kreeg ik mijn chauffeur zover dat hij omdraaide voor een kopje koffie dat ik daar per se wilde drinken, al was het maar vanwege het gezicht dat hij zou trekken omdat hij er nog niet eerder was geweest.

Het viel niet tegen.

Na een kwartier kwam het meisje van de bediening, die zich haar eerste vakantiebaantje rustiger had voorgesteld.

Ze zei twee zinnen: „Ja, en wat moeten jullie?” en „Je hoeft niet zo te zwaaien, hoor.”

Daarna duurde het nog heel lang voor ze de koffie met een zucht op tafel zette.

Heerlijk.

Alsof ik na een lange wereldreis eindelijk thuis kwam.