Liever dood dan profvoetballer

Kapperszoon en bestsellerauteur Michel van Egmond ontleedt bij een salade met vlees het succes van zijn voetbalboeken. „Het gaat om de kunst van het rondhangen.” 

Foto: Merlijn Doomernik

Kijk eens op Twitter (#Topshow on Tour) waar het nieuwste boek van Michel van Egmond deze zomer zoal wordt gelezen. In Napels en Moskou, op Tenerife, Mallorca en Ibiza. Lezers – vooral mannen – twitteren foto’s van Topshow in hun strandtas, op het bedje naast het zwembad, in hun hand terwijl ze in bad liggen. Alles wijst erop dat ook dit boek weer een megabestseller wordt. Het kwam binnen op 1 in de bestsellerlijst, stond daar een week of zes (nu staat het op 3), en er zijn er al 75.000 van verkocht. In de slipstream van dat succes, staat Kieft, het vorige boek van Van Egmond dat al een megaseller was, opnieuw op nummer 2.

De boeken over bekende oud-voetballers (René van der Gijp en Wim Kieft) en een populair voetbalprogramma (Voetbal International) zijn zo succesvol dat de auteur ervan zelf een bekendheid is geworden. „Topshow stond al in de top-10 best verkochte boeken van bol.com nog voor ik het geschreven had.” En ja, daar werd hij best zenuwachtig van. „Mensen denken dat ik de toverformule heb. Boeken over voetballers waren hiervoor helemaal niet zo populair.” Hij kan het weten. Voor Gijp – met 360.000 verkochte exemplaren het best verkochte sportboek aller tijden – schreef Van Egmond zeven boeken over voetbal. Over Bert van Marwijk, Feyenoord, plus nog een aantal bundelingen van zijn reportages voor het tijdschrift Voetbal International. „Drie-, hooguit vierduizend verkocht ik er.” Terwijl, als hij eerlijk is: het aantal verkochte boeken zegt niks over de kwaliteit ervan. „Zo briljant vind ik Gijp helemaal niet. Mijn verhalenbundels zijn beter.”

Hij heeft, om praktische redenen, een terras uitgezocht vlakbij het Centraal Station in Rotterdam, waar hij woont. Zijn Ray-Ban-zonnebril houdt hij op. Geen sterallures hoor, alleen nogal felle zon. Hij kiest een salade. Witte wijn erbij (drie stuks). In die paar uur op het terras moeten we antwoorden zien te vinden op een aantal vragen: heeft hij inderdaad een toverformule gevonden waardoor alles van zijn hand succes zal hebben? En zo ja, hoe luidt die dan? Of is er iets anders aan de hand, en hangt zijn succes toch samen (en af) van hoe succesvol de personen zijn over wie hij schrijft?

Als er al een toverformule is, zegt hij, dan is die hem in elk geval niet bekend. „Ik schrijf zoals ik schrijf.” Nou zijn er boze tongen die beweren dat hij zijn stijl aanpast aan de aandachtsspanne en woordenschat van de gemiddelde voetballiefhebber. „Je bedoelt die korte hoofdstukjes?” Hij schudt zijn hoofd, verbaasd. „En denk je nou echt dat ik mijn vocabulaire aanpas?” Het grote succes van Gijp, in 2012, was voor iedereen een totale verrassing. Ook voor hem. „De reacties die ik toen kreeg...” Van mannen, die bekenden dat ze nooit eerder een heel boek hadden gelezen. „Maar ook kinderen lazen het, bejaarden, vrouwen die helemaal niks met voetbal hebben.” En na of door Gijp verkochten andere voetbalboeken in Nederland ook ineens beter. Ik, Zlatan, de biografie van Zlatan Ibrahimovic, geschreven door de voetballer zelf en een journalist. „Een wat klassieker sportboek dan het mijne.” De autobiografie van voetballer Andy van der Meyde. Over de schaamteloze gekte, krankzinnige rijkdom en bijbehorende uitspattingen in het profvoetbal. „Dat soort tell all-boeken is in Engeland al jarenlang geliefd. Hier veel minder.”

Verliezers

Goed, zit het succes dan in de onderwerpkeuze? „René van der Gijp was al een mateloos populair figuur. Alles klopte bij dat boek. De hoofdpersoon, zijn depressie waardoor zijn verhaal vanzelf een spanningsboog kreeg, de schaamteloze promotie van het boek op tv...” Dus, men neme een grote naam... „Nee, nee”, zegt Michel van Egmond. „Dat is een groot misverstand. Mensen denken: een grote carrière levert een groot boek op. Het is eerder andersom.” Neem de biografie van Dennis Bergkamp. „Ge-wel-dige voetballer. Maar het boek is niet te vreten, zo saai.” De superhero’s zijn helemaal niet zo interessant, zegt hij. „Het echte verhaal zit bij de verliezers.”

Hij koos Wim Kieft als hoofdpersoon voor het boek daarna. Niet de allerbekendste ex-topvoetballer, minder succesvol dan, zeg, Marco van Basten, minder uitgesproken dan Ruud Gullit. Maar wel een die zijn voetbalsuccessen twintig jaar lang wegvaagde met liters drank en kilo’s cocaïne. Wim Kieft was en is regelmatig te gast bij het programma VI, waarvan Michel van Egmond eindredacteur was. „We stonden vaak een praatje te maken. Vriendelijke jongen. Ik zeg: ‘Hoe is het Wim?’ Hij zegt: ‘Klote. Ik ben aan het verhuizen. Heb ik op één dag mijn vloer laten schilderen én de meubels laten bezorgen.’ Ik vraag hoe hij dat had opgelost. Hij zegt: ‘Ik heb de deur dichtgetrokken en ben bij het Hilton Hotel een steak tartare gaan eten, met een fles witte wijn.’ Hij vertelde dat hij een fetisj had met hotels. Alle Amsterdamse hotels heeft hij gehad. En toen zei hij iets wat me triggerde: ‘Ik had momenten dat ik niet in mijn eigen huis durfde te slapen.’ Toen zei ik: ‘In jou zit een boek.’” En dat leek hem ook wel wat? „Eerst niet. Het heeft veel tijd gekost zijn vertrouwen te winnen.” Hielp het nog dat hij hem de helft van de royalty’s beloofde? „Natuurlijk. Voor hem was het ook een manier om zijn schulden af te betalen.” Stelde hij geen voorwaarden? „Jawel. Hij wilde dat zijn moeder en kinderen gespaard bleven.” Kieft heeft twee volwassen dochters en een zoon uit zijn eerste huwelijk, en een jongere dochter, uit een ander huwelijk, die om de week bij hem woont. „Dat heb ik gerespecteerd. Ik heb ook kinderen.” Michel van Egmond heeft twee dochters, van 13 en 8 uit een eerdere relatie.

Tussen het moment dat Kieft ‘ja’ zei en de dag dat het boek in de winkel lag, zitten precies vijf maanden. Dat is krankzinnig snel. „Ik dacht: nu wil-ie, straks misschien niet meer. En ik had een commercieel belang om het boek voor de zomervakantie af te hebben.”

Benodigd is: een flinke dosis voetballiefde? Michel van Egmond nipt aan zijn wijn. Ja, toen hij tien was, toen was hij wel idolaat van voetbal. Dat was ten tijde van het WK in Argentinië. En natuurlijk zat hij ook op voetbal, zoals elk gezond, Hollands jongetje. Tegen de tijd dat hij 12 was, wist hij dat hij sportjournalist wilde worden. Hij werd het, op zijn zestiende bij de Zoetermeersche Courant. „De meao heb ik daarna niet meer afgemaakt.” Nooit zelf gedroomd van een voetbalcarrière? Jawel, zegt hij. Maar? „Ik ben liever dood dan profvoetballer.” Want? „Heb je enig idee hoe je leven er dan uitziet?” Hij heeft het van dichtbij gezien, toen hij voor het clubblad van Feyenoord werkte en meeging op trainingskampen en naar wedstrijden. „1993. Ik was mee naar Spanje. Feyenoord – Real Madrid. Allemaal grote namen: John de Wolf, József Kiprich, Henk Fräser. Willem van Hanegem was trainer. Ik sliep in hetzelfde hotel, at elke avond met ze mee aan tafel. Stel je even voor: na de maaltijd komt het dessert. John van Loen, toen al hard op weg miljonair te worden, steekt zijn vinger op. ‘Trainer’, vraagt hij, ‘mag ik van tafel?’. Nee, zegt Van Hanegem tegen hem. ‘Je moet wachten tot iedereen z’n toetje op heeft.’” Hij laat een stilte vallen. „Dat geloof je toch niet? Alsof je met een stel kleuters zit.” De achterkant van de glamour, zegt hij, is verveling, groepsdwang en hiërarchie.”

Berichten vanaf de zijlijn

Maar, dring ik aan, moet je nou van de sport houden om er goed over te kunnen schrijven? „Mwah”, aarzelt Michel van Egmond. „Ik schrijf verhalen over voetbal waar het woord bal of buitenspel niet in voorkomt.” Een klassieke sportjournalist kun je hem niet noemen, zegt hij. Wedstrijden, wedstrijdverslagen, uitslagen kunnen hem meer en meer gestolen worden. Interviews met voetballers probeert hij zo veel mogelijk te vermijden. „Die vorm past niet bij de voetbalwereld. De helft van de tijd zitten ze toch tegen je te liegen.” Wat hem interesseert in de sport is wat het teweegbrengt. In de samenleving: „Voetbal is geen spelletje. Voetbal is het grootste entertainmentbedrijf van Europa. Clubs zijn beursgenoteerd, de economie leeft op bij een Europees kampioenschap, het land staat op z’n kop bij een beetje belangrijke wedstrijd.” En bij de spelers: „Een penalty missen betekent zo maar een verlies van tien miljoen voor je club. De druk op de spelers, die wordt zwaar onderschat. Weet je hoeveel sms’jes Gijp heeft gekregen over dat boek? Van grote jongens hè. Die durven hem te bekennen dat het in hun bovenkamer ook weleens op tilt slaat. Achter al die getatoeëerde lijven en oorbellen zitten kleine, onzekere jongetjes.”

Als Michel van Egmond al een recept heeft voor een bestseller, dan heeft hij dat overgeschreven van zijn held en voorbeeld Gay Talese. Amerikaans journalist. Schreef een beroemde reportage over Frank Sinatra zonder de man ook maar één seconde te hebben gesproken. „Hij omschreef zijn methode als the fine art of hanging around.” Rondhangen en berichten vanaf de zijlijn. Het verhaal zoeken áchter de successen, optekenen wat je toevallig hoort en ziet. „Talese was de zoon van een Italiaanse immigrant in Ocean City. Een kleermaker. De beste verhalen hoorde hij toen hij als kind in de winkel van zijn ouders zat en meeluisterde naar wat klanten vertelden, terwijl zijn ouders de maatpakken afspeldden.” En wat deed vader Van Egmond? Brede grijns. „Die was kapper. Net als mijn moeder en mijn zus.”