Kijken, kijken, niet plukken

In een spetterende bloemenzee in de Zwitserse Alpen hapt beroepstuinier Alma Huisken naar adem.

Vraag het kenners, kwekers, bloemengekken. Ze beamen het volmondig: tot de meest natuurlijke ‘tuinen’ ter wereld behoren de bloeiende alpenweiden. En dan is het helemaal mooi als die liggen in onbedorven natuur. Bestaat dat nog? Ja. Het prachtige, achterste deel van het Lauterbrunnendal, onderdeel van het Jungfrau-massief in het Zwitserse Berner Oberland, is al enige decennia beschermd terrein; Naturschutzgebiet.

Dat betekent stilte, louter voetpaden en een enkele wandelaar. Er vindt enige boerenbedrijvigheid plaats, want dat hoort nu eenmaal bij dit berglandschap – lichtgetinte koeien met hertenogen worden een zomer lang op de hellingen verweid, vol bloemen en wilde kruiden die mede zorgen voor de uniek smakende alpenkaas. Het gaat eerder om tientallen dan om honderden koeien, waardoor het onmogelijk is dat ze alle bloemen voor je voeten wegsnaaien.

Dus kun je er van eind mei tot diep in september genieten van een uitbundige, wisselende bloemengalerij. Van alpenkrokus en -anemoon via trollius, sleutelbloem en gentiaan tot en met de veelbezongen edelweiss, roze bergbastaardwederik en de schitterende alpenroos (een rododendronsoort), naast onnoemelijk veel andere bloemen. Je vindt ze in weiden, dalen en bossen en langs hellingen en beken. Dit alles tegen een decor van hoog oprijzende, wit besneeuwde bergen, die naar de vierduizend meter reiken of die zelfs ontstijgen, zoals de koningin van de Berner Alpen doet, de Jungfrau (4.158 m). Door de kromming van het Hinteres Lauterbrunnental zie je hier haar onbekendere achterzijde, die minstens zo mooi is als haar front.

Dankzij grote hoogteverschillen op relatief kleine schaal, verschillende gesteenten en de afwezigheid van verkeer en massatoerisme is de vegetatie hier ongelooflijk divers. Hoe je er komt? Uitsluitend te voet. Rugzak op, stokken mee en stijgen maar. Overnachten kan in drie basic hotels. Wij verbleven in het eenvoudigste en hoogst gelegene: het tweehonderd jaar oude Berggasthaus Obersteinberg, dat bijna in de hemel staat.

Meterslange linten lelietjes-van-dalen

Voor de bloemenzee waarop we hopen, moeten we eerst wat doen. Per trein naar Interlaken-Ost (tussen Thunersee en Brienzersee), overstappen op de boemel naar Lauterbrunnen en per postbus (die in Zwitserland niet alleen post maar ook passagiers vervoert) naar Stechelberg (910 m), het verst bereikbare dorpje in het Hinteres Lauterbrunnental. Eruit bij de allerlaatste halte, waar de weg stopt, letterlijk. Via een breed gravelpad bereik je licht stijgend de eerste pleisterplaats, Hôtel du Breithorn (1.202 m). Verzoek van de eigenaren: als je een föhn aanzet, a.u.b. eerst de keuken waarschuwen. Hoe basic het hotel ook is, het biedt iets wat je voor geen goud kunt kopen: de imposante Breithorn (4.164 m) – tijdens onze tocht vers besneeuwd op de top – rijst als een vriendelijke muur op vanaf het terras.

Reeds op deze hoogte zijn de bergweiden adembenemend, door hun ongekende massaliteit. Tussen paardenbloemen, boterbloemen en klavers voegen zich korenbloemen, wilde geraniums, zuring en begin juni heel veel schermbloemigen, waaronder de wilde wortel. De gebruikelijke witte bloemetjes kleuren roze onder invloed van de ultraviolette straling. Met grauwe rotsen op de achtergrond is zo’n zacht wuivende bloemenzee een lust voor het oog.

Als je over een smal pad voortgaat en door het laatste loofbos stijgt dat geleidelijk terrein prijsgeeft aan naaldbomen, verandert het vegetatiepatroon. Nu zijn het viooltjes, varens, mossen, vossenbessen, kleine cyclamen en primula’s die de aandacht trekken; in huppelende bosbeekjes groei en toeven Gemsekresse, een waterkerssoort. Een tapijt van vingerhoedskruid staat op knappen, net als meterslange linten lelietjes-van-dalen. We zien beginnende monnikskap en orchideeën en dan... ja, daar! Op steniger, zonniger plekken spettert het koningsblauw, indigo en paars je tegemoet, als nachtfluwelen stippels in het groen. Het zijn de gentianen, waaronder de stengelloze en de voorjaarsgentiaan.

Wanneer ook het naaldbos dunner wordt en wijkt voor alpenweiden is de wereld wit en geel: honderden alpenmadelieven op hoge steeltjes en massa’s alpenanemonen stralen in de zon, wiegend op een ijle bries. Die anemonen raken mijn ziel: hun buitenste blad is vederlicht blauwgrijs gestreept en de bloembladeren stralen sneeuwwit rondom een royaal geel hart. Andere weiden kleuren zonnig door mals glanzende boterbloemen en hun familielid, die lollige, bolle trollius; net een lolly.

72 watervallen

Verder gaat het, pittig hoger, langs hellingen waar nu ook de lila Soldanella alpina staat, een imitatie van een lampenkap met franjes uit de jaren dertig. Het is te merken dat de late sneeuwval van eind mei nog maar net is weggesmolten. Hoe hoger je komt, hoe sterker het voorjaar terugkeert: onderaan een lage gletsjer zien we zelfs krokussen. Om de meter staan we stil voor weer een ontdekking. En bij elke stap wordt je blik gezogen naar die enorme bergketen terzijde, een horizonvullende reeks machtige sneeuwtoppen, die hautnah zijn; bijna aanraakbaar. Watervallen, 72 stuks, ruisen en stuiven omlaag; echt overal hoor je murmelend, stromend of neerstortend water dat je hoofd schoonspoelt.

Net wanneer je denkt dat een gemeentelijk bankje of terras ideaal zou zijn, doemt het vriendelijke berggasthaus Tschingelhorn op (1.680 m). Vandaar is het nog een half uur naar Obersteinberg (1.778 m), sinds drie generaties gerund door de familie Von Allmen. Dit eeuwenoude verblijf is elektriciteitloos; kaarslicht en petroleumlampen zijn er usance. Op je kamer staat een lampetkan, gelieve die zelf te vullen met koud water. In een grotachtig gebouwtje vind ik een Von Allmentelg die de melk van hun kleine kudde – voor boter en kaas – verwarmt op houtvuur, in een koperen ketel à la Panoramix, de druïde van Asterix en Obelix. Verwondert het je nog dat het meeste transport van en naar het dal per muildier (Fiona geheten) geschiedt? De enige ‘moderniteit’ betreft de hotelwas. Die wordt gedaan in een per dieselgenerator aangedreven machine uit 1949, met een bijna even vintage centrifuge. „Ze functioneren prima, en de zon is onze droger”, zegt Hansl von Allmen laconiek, om te vervolgen: „Kijk, er bestaan verschillende soorten luxe. Eén daarvan is de vrije natuur hierboven.” Wat een gelijk heeft hij: in de avondschemering spotten we een familie van twaalf (!) steenbokken. De volgende dagen zijn gewijd aan een wandeling naar het beeldschone bergmeertje Oberhornsee (2.065 m) en aan de afdaling terug naar Stechelberg, via een bloemrijk sprookjesbos en de lieflijke weiden van Schürboden. Minstens zo mooi als de tocht omhoog.

Dit verhaal is deels gefinancierd door het Zwitsers Verkeersbureau

Correcties en aanvullingen

Breithorn

In Kijken, kijken, niet plukken (Lux, 25/7, p. 9) staat dat de Breithorn 4.164 meter hoog is. De Breithorn in de Walliser Alpen is weliswaar 4.164 meter hoog; de Breithorn in het artikel ligt in de Berner Alpen en is 3.780 meter hoog.

Teva

Bij Teva dankzij generieke medicijnen opgerukt naar farma-toptien (28/7, p. E4) staat een toptien van de grootste farmaciebedrijven in 2014. Deze toptien was slechts gebaseerd op de omzet uit voorgeschreven medicijnen, niet op de totale omzet.

Stoltenberg

In NAVO wil solidair zijn, maar niet oorlog worden ingezogen (28/7, p. 1) is sprake van NAVO-chef Rasmussen. Anders Fogh Rasmussen is vorig jaar bij de NAVO opgevolgd door Jens Stoltenberg.

Bas Paternotte

In het artikel over het ANP (27/7) wordt Bas Paternotte ten onrechte journalist van GeenStijl genoemd. Hij is columnist bij GeenStijl en adjunct-hoofdredacteur bij ThePostOnline.

.