Kamikazeschaak

Wat bezielt mensen die opzettelijk rare zetten doen in de opening? De brave verklaring is dat ze nieuwe wegen willen banen, maar er is ook een minder brave verklaring. Met hun vreemde zetten intimideren ze hun tegenstander: „Sukkel, tegen jou kan ik me deze onzin permitteren.”

In een toernooi voor jonge sterren in 2005 speelde de Amerikaan Hikaru Nakamura tegen de Oekraïner Andrej Volokitin met wit 1. e4 c5 2. Dh5. Pure flauwekul; gelukkig verloor hij. Genna Sosonko schreef toen dat de talentvolle Amerikaan, als hij zijn melktandjes kwijt zou zijn, in zou zien dat het ook met goede zetten zetten mogelijk was om origineel te zijn. Dat gebeurde, en Nakamura is nu vierde op de wereldranglijst.

Tim Krabbé deed als jeugdspeler ook eens zoiets in een teamwedstrijd in de de Amsterdamse competitie: 1. Pa3 Pf6 2. Pb1, waarmee hij zijn tegenstander twee zetten voor gaf. „Waarom doe je dat?” vroeg een teamgenoot en Krabbé antwoordde unverfroren: „Ik vond dat paard niet zo goed staan op a3.”

Veel later kwam hij er schuldbewust op terug en schreef hij dat zijn tegenstander (ik geloof dat we tegen de politieclub speelden) hem hard toe had moeten spreken om hem manieren te leren.

Waarom speelt iemand een gambiet? Siegbert Tarrasch (1862-1934), de Praeceptor Germaniae, had een duidelijk antwoord: „Om de reputatie te krijgen een romantisch aanvalsspeler te zijn, ten koste van het verlies van een partij.” Je kunt daar tegen inbrengen dat Boris Spassky met het koningsgambiet dertien keer won, onder meer tegen Fischer, en nooit verloor. Er zijn dus uitzonderingen op de wet van Tarrasch.

De 19-jarige Hongaar Richard Rapport is de koning van het rare openingsspel. Voor gewone schakers is het koningsgambiet een wilde extravagantie, voor hem is het eerder een concessie aan de normaliteit. Toen hij het deze week een keer speelde, werd hij in overeenstemming met de wet van Tarrasch toegejuicht als een romantisch aanvalsspeler. Het ging niet eens ten koste van een verloren partij, maar dat was kantje boord.

Richard Rapport - Michael Adams, Biel 2015

1. e4 e5 2. f4 exf4 3. Pf3 d5 4. exd5 Pf6 5. Le2 Pxd5 6. c4 Pe7 Zwart wil zijn pluspion houden. Het degelijke 6...Pf6 is wat saai, maar 6...Pb4 was ook interessant. 7. Pc3 Pg6 8. h4 Le7 9. h5 Ph4 10. Pd5 Pc6 11. d4 Pxg2+ 12. Kf1 Na 12. Kf2 Pe3 13. Pxe3 fxe3+ 14. Lxe3 Lf6 zou zwart goed staan. 12...Pe3+ 13. Pxe3 fxe3 Nu dit niet met schaak gaat heeft wit tijd om zwarts paard naar een slecht veld te jagen. 14. d5 Pb4 15. a3 Pa6 16. Lxe3 0-0 17. Dc2 Lg4 18. h6 g6 19. Dc3 Lf6 Na 19...f6 20. c5 heeft wit mooi spel voor zijn pion. 20. Ld4 Le7 Na 20...Lxd4 21. Dxd4 zou wit niet alleen mat op g7 dreigen, maar ook Lg4 aanvallen. Zwart moet daarom zetherhaling aanbieden. 21. c5 Maar wit wil geen remise. 21...Te8 Na 21...Dxd5 22. Lf2 f6 23. Lc4 verliest zwart zijn dame. 22. c6 Lf8 23. cxb7 Tb8 24. Lxa6 Wit heeft een stuk gewonnen, maar zwart neemt de aanval over. 24...Dxd5 25. Kf2 Na 25. Le2 Txe2 26. Kxe2 Lxf3+ 27. Dxf3 Dxd4 is zwarts aanval te sterk. 25...Lxf3 26. Lc4

Zie diagram

Nu zou zwart na 26...De4 27. Tae1 Df4 28. Lxf7+ Dxf7 29. Dxf3 met een pion meer goede winstkansen hebben. 26...Te2+ 27. Lxe2 Lxh1 Ook dit ziet er goed uit voor zwart, maar wit heeft een redding. 28. Txh1 Dxh1 29. Dxc7 Dh4+ Zwart moet remise door eeuwig schaak houden. Na 29...Txb7 30. De5 f6 31. Lc4+ is wit in het voordeel. 30. Kf1 Dh1+ 31. Kf2 Dh4+ 32. Kf1 Dh1+ 33. Kf2 Remise.