Is nu een van de oudste korans gevonden?

In de universiteitsbibliotheek van Birmingham zijn Koranverzen op perkament opgediept die dateren uit het einde van de zesde of het begin van de zevende eeuw. Het zou zomaar kunnen dat de schrijver van het Koranfragment Mohammed zelf kende.

Het gevonden Koranfragment, dat ten minste 1.370 jaar oud is. Foto Reuters

Twee dunne vellen perkament zijn het, beschreven met verzen uit de soera’s 18 en 20 van de Koran. Ze komen uit de buurt van Mosul, Irak, en lagen een eeuw lang in de bibliotheek van de Universiteit van Birmingham. Totdat arabiste Alba Fedeli ze dit jaar opdiepte voor haar promotieonderzoek. Een C14-datering in Oxford, waarbij het verval van koolstofatomen wordt gemeten, wees uit dat de geit of het schaap waarvan de huid is gebruikt voor de vellen, met 95 procent zekerheid is geslacht tussen de jaren 568 en 645.

Toen de testresultaten binnenkwamen, was David Thomas, hoogleraar christendom en islam aan de Universiteit van Birmingham, nogal van zijn stuk gebracht, vertelde hij woensdag aan de pers. „Het tijdstip waarop dit handschrift is gemaakt”, zei hij, „kan weleens heel dicht liggen bij de grondvesting van de islam.” Hij doelde op de jaren tussen 610, toen de profeet Mohammed volgens de traditie de eerste Koranverzen kreeg geopenbaard, en 632, het jaar van zijn dood. „Als de datering klopt”, zei Thomas, „zou degene die deze teksten op schrift stelde Mohammed gekend kunnen hebben.”

Mohammeds leerlingen leerden de verzen uit hun hoofd

Het zou kunnen. Er zijn de laatste jaren meer oude Koranfragmenten met de C14-methode gedateerd, en enkele daarvan zouden, afgaand op die tests, zijn gemaakt in de loop van de zevende eeuw. Het begint erop te lijken dat de periode waarin Koranverzen alleen werden onthouden en mondeling overgedragen, korter heeft geduurd dan lange tijd is aangenomen.

Tijdens het leven van Mohammed bestond de Koran nog niet in boekvorm. Zijn leerlingen leerden de verzen die hij doorkreeg uit hun hoofd of noteerden ze op stenen, palmbladeren, dierenhuiden of de schouderbladen van kamelen. Volgens de islamitische overlevering besloot kalief Uthman rond 650 dat er te veel lezingen van de Koran in omloop waren. Hij gaf een commissie opdracht om op basis van al op schrift gestelde verzen en mondelinge overleveringen een definitieve versie samen te stellen. Nu er steeds meer fragmenten heel vroeg gedateerd worden, wint dit verhaal aan geloofwaardigheid.

In oude Koranfragmenten staat vaak geen datum. Vanouds werd hun leeftijd geschat met paleografische methoden. Dat wil zeggen: men keek naar het type schrift en naar het gebruik van diakritische tekens. In de oudste manuscripten van de Koran worden sommige Arabische medeklinkers hetzelfde geschreven. Pas vanaf de achtste eeuw werden tekens toegevoegd, in de vorm van puntjes, die aangeven om welke medeklinker het gaat. Zo kon de ouderdom van een ongedateerde tekst worden benaderd, maar ook niet meer dan dat. De C14-methode vormt een welkome aanvulling.

Soms liggen de testresultaten heel dicht bij eerdere schattingen. Een handschrift met Korantekst dat vorig jaar is ontdekt aan de Universiteit van Tübingen, werd aan de hand van het schrift gedateerd tussen de twintig en veertig jaar na de dood van de profeet (tussen 652 en 672). Een C14-test bij een laboratorium in Zürich wees toen met 95 procent zekerheid uit dat het is ontstaan tussen 649 en 675.

Sommige testresultaten zijn onwaarschijnlijk, zacht gezegd

Toch houdt menig expert nog wat slagen om de arm. Sommige testresultaten zijn, zacht gezegd, onwaarschijnlijk. In 1972 werden bij een restauratie in de Grote Moskee van de Jemenitische hoofdstad Sana’a 80 vellen perkament met Koranverzen gevonden, ongeveer de helft van het boek zoals we het nu kennen. Enkele jaren geleden zijn er twee met de C14-methode gedateerd. Volgens het laboratorium was één vel vervaardigd tussen 543 en 643 en het andere tussen 433 en 599.

Deze vreemde uitslag kan te maken hebben met de ouderdom van de gebruikte huiden. De C14-methode kan alleen worden toegepast op organisch materiaal, in dit geval perkament, niet op de inkt van de tekst. Het was in de vroege Middeleeuwen niet ongebruikelijk dat oud perkament werd gewassen en hergebruikt voor een andere tekst, waardoor het leeftijdsverschil tussen huid en handschrift kan oplopen.

Afzonderlijke verzen zijn trouwens nog geen Koran. Het is bij fragmenten steeds de vraag of we te maken hebben met een koranisch citaat, dat apart op schrift is gesteld, of met een bladzijde uit een boek. Zulke citaten kunnen ouder zijn dan het complete boek. Dat de verzen van Birmingham zouden behoren tot „de oudste korans die we kennen”, is dan ook een voorbarige conclusie.