In het paradijs van de menselijke waanzin

Een literaire reis legt de ziel van Midden-Europa bloot. In aflevering 2: het Polen van de Poolse schrijver en dichter Czeslaw Milosz.

Krakau is door de Unesco uitgeroepen tot literatuurstad. foto Tomasz Wiech

‘De Pool, Tsjech, of Hongaar met een gemiddelde opleiding weet behoorlijk wat van Frankrijk, België of Nederland. De Fransman, Belg of Nederlander weet weinig van Polen, Tsjechoslowakije of Hongarije.’ Dat schreef de Poolse Nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz in De geknechte geest (1951), zijn analyse van het communistisch systeem.

Tegenwoordig maakt vrijwel heel Midden-Europa deel uit van dezelfde Europese Unie als Nederland, Frankrijk en België; de ideologische tweespalt van de Koude Oorlog behoort tot het verleden. Maar anno 2015 is onze kennis van Midden- en Oost-Europa nog altijd gering, zowel op het vlak van de geschiedenis als dat van de literatuur. Gelukkig kan de belevingswereld van dichter en schrijver Czeslaw Milosz (1911-2004) je op weg helpen.

Zo gaat hij in zijn autobiografie Geboortegrond (1959) op zoek naar zijn eigen identiteit. Daarbij hanteert hij een originele invalshoek: hij plaatst zichzelf niet op de voorgrond, maar kijkt naar zichzelf als naar een sociologisch fenomeen. Op die manier krijg je niet alleen een beeld van Milosz, maar voert hij je ook door de eerste vijftig jaar van de 20ste eeuw, een vormende periode in de geschiedenis van Midden-Europa op het gebied van nationale identiteit.

Milosz zag zichzelf als een ‘Litouwse dichter die schrijft in het Pools’. Hij werd geboren in een verarmde adellijke familie op het platteland van wat vandaag de dag Litouwen is, maar destijds tot het Russische keizerrijk behoorde.

Het einde van de Eerste Wereldoorlog bood de gelegenheid voor de stichting van een zelfstandig Polen, dat eind achttiende eeuw was opgedeeld. De grenzen reikten verder dan vandaag de dag: door de successen van het Poolse leger in de oorlog tegen de bolsjewieken werd Vilnius (Pools: Wilnó) geïncorporeerd in de nieuwe staat.

Jeugd

In Vilnius beleefde Milosz het grootste deel van zijn jeugd. Hij schrijft er prachtig over in het hoofdstuk ‘Stad van mijn jeugd’ en het latere essay ‘Woordenboek van de straten van Wilnó’, waarin hij aan de hand van een stratenregister zijn jeugdherinneringen reconstrueert.

Het overstijgen van de nationale identiteit speelt een grote rol in Geboortegrond. Milosz koesterde een gezond wantrouwen tegen nationalisten (of ze nu Pools of Litouws waren) en vond hun ideologie van de natiestaat verwerpelijk. Liever blikte hij terug op de diversiteit van een stad als Vilnius, waar voor de Tweede Wereldoorlog Pools, Duits, Litouws, Russisch en Jiddisch werd gesproken. ‘Moderne beschaving creëert uniforme verveling en vernietigt de individualiteit. Mocht het zo zijn, dan is die ziekte mij bespaard gebleven.’ „Door zijn gemengde achtergrond kon Milosz met enige afstand en objectiviteit zijn omgeving beschrijven”, zegt Aleksander Fiut, hoogleraar Midden-Europese literatuur aan de universiteit van Krakau en een vriend van de schrijver. „Maar hij was bovenal een scherp observator en een buitengewone persoonlijkheid.”

Diplomaat

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Milosz in Warschau, een moeilijke maar belangrijke periode uit zijn leven: ‘uitstekend materiaal voor een studie naar de menselijke waanzin’, zoals hijzelf schreef. Na de oorlog werkte hij als diplomaat voor het communistische Polen. In 1951 vroeg hij politiek asiel in Frankrijk en verhuisde later naar de Amerika. Na 1989 verdeelde hij zijn tijd over Parijs en Krakau.

Zijn terugkeer naar Polen was logisch, evenals zijn keuze voor Krakau, zegt Fiut: „Hij wilde zich blijven richten op Poolse literatuur en cultuur. In Vilnius herkende hij alleen nog de gebouwen, de stad uit zijn herinnering was verdwenen. Veel van zijn vrienden woonden in Krakau. Bovendien lijkt die stad op Vilnius: beide steden zijn groot en klein tegelijkertijd.’

In het Zuid-Poolse Krakau wordt Milosz tegenwoordig uitgebreid herinnerd. In deze stad, door Unesco ‘City of Literature’ gedoopt, vindt sinds 2011 jaarlijks het Milosz-poëziefestival plaats. In de achtertuin van een 17de-eeuwse drukkerij staat de Milosz-eik, geplant door dichteres Wislawa Szymborska bij de eerste editie van het festival.

Bladerend door Geboortegrond, kun je alleen maar tot de conclusie komen dat Europa evenveel aan de oever van de Seine ligt, als aan de oever van de Wisla, die door Warschau en Krakau kronkelt. Milosz bleef echter sceptisch, en dat maakt zijn memoires verbluffend actueel in een tijd waarin landen binnen Europa op gespannen voet met elkaar staan en oude grenzen worden opgetrokken.