Gesink en Mollema, samen in het mooiste theater hoog in de bergen

Robert Gesink (29) en Bauke Mollema (28), de twee taaie oud-ploeggenoten die in het hooggebergte met de besten meerijden. Grote vrienden zullen ze nooit worden. „Jij moet niet aanvallen.”

Robert Gesink (boven) staat zesde in het klassement,Bauke Mollema achtste. Foto’s George Deswijzen/Pro Shots ; Cor Vos,

Verbeten trek om het gelaat van Robert Gesink, als hij op de slotklim van La Toussuire kilometers lang het groepje met klassementsrenners leidt. In zijn wiel volgt Bauke Mollema, al dagenlang hangend en wurgend aan het elastiek. In de schaduw van ritwinnaar Vincenzo Nibali en een spannend secondengevecht tussen geletruidrager Chris Froome en uitdager Nairo Quintana, die voor het eerst deze Tour een halve minuut van zijn achterstand afsnoept.

Maar aan de vooravond van de rit naar de ‘Hollandse berg’ Alpe d’Huez van zaterdag doen twee Nederlanders nog bij de besten mee. Zit er nog verbetering in de zesde plaats van Gesink of de achtste van Mollema? „Eerst effe slapen”, puft Gesink.

Een prestigieuze aankomst bergop winnen lijkt voor Gesink te hoog gegrepen. Omdat hij te hoog staat in het klassement is er weinig ruimte voor ontsnappen. Maar de Lotto-Jumbo kopman schittert weer ‘ouderwets’ tussen de beste klimmers van de wereld. Aanval in de Pyreneeën, volop in beeld in de Alpen. Ja, hij keek uit naar Alpe d’Huez, vertelde Gesink op de tweede rustdag in Gap. „Het lijkt me mooi om daar een keer met de favorieten omhoog te rijden tussen al dat publiek.” In het mooiste theater eindelijk terug op het niveau dat hij ooit had: beste Nederlandse klassementsrenner van de huidige generatie.

Koning

„Jij moet niet aanvallen op het moment dat ik niet van voren zit”, riep kopman Mollema in 2013 zijn knecht Gesink keihard tot de orde, terwijl hij wist dat de NOS-camera liep voor de documentaire De Tour van Bauke. De rolverdeling bij de Nederlandse ploeg was duidelijk. Voormalig ‘koning’ Gesink was nu een knecht, leve de nieuwe koning Bauke. Samen met Laurens ten Dam zette Mollema wielerminnend Nederland in vuur en vlam. Na een jaar vol dopingellende eindelijk weer succes. Maar terwijl ‘Bau en Lau’ even met de besten klommen zat Gesink in zak en as.

‘Wonderkind van 500 Watt’, het hoogste vermogen dat een Raborenner ooit trapte in de vaste inspanningstest van trainer Louis Delahaye. Op zijn 21ste prof en direct kopman. „Ik heb nooit bidonnen hoeven halen”, constateerde hij jaren later. Aanvankelijk stond hij nergens bij stil. Bergop strijden tegen de wereldtop, ereplaatsen, een paar fraaie overwinningen. Als zesde in Parijs in 2010 en gedoodverfd opvolger van Joop Zoetemelk, de laatste Nederlandse Tourwinnaar in 1980. Maar nu werd hij nota bene in zijn eigen ploeg overvleugeld door de één jaar jongere Mollema. Ook al zo’n ‘nieuwe Zoetemelk’, na winst in de prestigieuze Tour de l’Avenir en een vierde plaats plus puntentrui in de Vuelta van 2011.

En erger, Gesink kampte met een ernstig fysiek probleem dat niemand mocht weten. Zware valpartijen op verkeerde momenten, het overlijden van zijn vader na een fietsongeval, een beenbreuk na een val op de training. Altijd ging hij door. Maar alleen zijn eigen kleine kring wist van de hartritmestoornissen, die hem in toenemende mate diepe angst bezorgden. Zoals bij het NK van 2011. „We durfden eigenlijk niet te beslissen of hij naar de Tour mocht”, vertelde toenmalig ploegleider Erik Breukink onlangs in deze krant. Gesink ging, zoals hij ook in 2013 de verantwoordelijkheid nam voor zijn naar een sponsor zoekende ploeg. Hij ging als kopman naar de Giro, om vlak voor het einde ‘zomaar’ op te geven. Weer zijn hart. En daarna ook nog die ‘Tour van Bauke’ er overheen.

Slechte tijdritfiets

Mollema was intussen onbetwist de kopman in de Tour van 2014, waar Gesink door een hartoperatie ontbrak. Maar toen sponsor Belkin afhaakte, werd tijdens de Tour bekend dat hij koos voor een aanbieding van het Amerikaanse Trek. Vlak voor Parijs viel ploegleider Merijn Zeeman hem openlijk af, toen Mollema een ‘slechte tijdritfiets’ als excuus opvoerde voor zijn terugvallen naar de tiende plaats. Nieuwe start bij Trek? In de Tirreno schitterde hij dit voorjaar door bergop weg te rijden bij Contador.

„Zijn hoogste niveau ooit”, haalde Gesink volgens trainer Delahaye vorig jaar in de Vuelta. Opgelucht na een geslaagde hartoperatie, terug bij de besten. Maar er waren problemen thuis met vrouw en pasgeboren zoon, een knieblessure. Zonder opvallende prestaties ging hij naar de Tour, als gedeeld kopman met de jonge Wilco Kelderman (24). Relaxter dan ooit. Als nooit eerder glimlacht hij zich door de hectiek van de eerste week.

Is dit de Gesink 2.0? „Robert is voor ons helemaal niet veranderd”, zegt Delahaye. „Alleen is hij naar buiten toe wat losser geworden. Kwestie van ervaring en goed in je vel zitten.” En ‘ietsje meer klootzak’ zijn in de koers, zegt ploeggenoot Bram Tankink.

„Die maak ik nog wel goed hoor”, zegt Mollema lachend als hij na de ploegentijdrit wordt gevraagd over zijn achterstand van vier tellen op Gesink. „Ik heb hem niet gezien”, lacht hij als Gesink in de finale van de Pyreneeënrit naar Cauterets achter zijn ontsnapte landgenoot aanjaagt. Grote vrienden zullen ze niet worden, maar van vijandschap is geen sprake.

Nergens blijkt het verschil tussen de twee duidelijker dan donderdag na de finish in Saint-Jean-de-Maurienne. Terwijl Gesink, weer die glimlach, meteen interviews geeft, kruipt Mollema gebogen over zijn stuur. „Ik ben helemaal leeg”, zegt hij. Holle ogen, lege blik. Om een dag later toch weer als zevende, een plek vóór Gesink, over de streep te komen op La Toussuire. Op naar Alpe d’Huez.