En wordt de NAVO dan ook meegesleept?

Als de IS-aanslagen in Turkije zich ontwikkelen tot een aanhoudende campagne „ligt NAVO-steun voor de hand,” zegt de Turkse ex-diplomaat Sinan Ülgen.

„Mijn medeleven gaat uit naar de families van de slachtoffers”, reageerde NAVO-chef Jens Stoltenberg eerder deze week na de terroristische aanvallen op de Turkse stad Suruç, vermoedelijk het werk van IS. „Wij zijn solidair met Turkije.”

In de dagen erna escaleerde de situatie nadat IS een Turkse grenspost onder vuur nam. Turkije startte donderdagnacht een militaire campagne tegen IS. En met toestemming van Turkije voeren de Verenigde Staten vanaf een Amerikaanse basis op Turkse bodem nu luchtaanvallen uit op IS-doelen.

Komt hiermee – naast de door Stoltenberg geuite „solidariteit” - een prominentere rol van de NAVO in zicht? Turkije is immers NAVO-lid.

„Voorlopig niet, het is nog te onduidelijk hoe de situatie moet worden ingeschat”, zegt NAVO-watcher Sinan Ülgen per telefoon vanuit Turkije. Ülgen was, als ervaren Turkse diplomaat, de afgelopen jaren lid van een team van experts dat de NAVO adviseert op het gebied van internationale veiligheid. Hij is nu verbonden aan de Brusselse denktank Carnegie Europe.

Kan Turkije een beroep doen op Artikel 5 van de NAVO: ‘een aanval op één is een aanval op alle bondgenoten’?

„Theoretisch kun je stellen: NAVO-lid Turkije wordt van buitenaf aangevallen. Maar net als tijdens 9/11 in New York is de aanvaller een terroristische organisatie en niet een andere erkende staat. Artikel 5 inzetten is daarom nu nog een stap te ver.”

De NAVO beschouwt het voorlopig dus als ‘incidenten’?

„Pas als de IS-aanslagen in Turkije zich ontwikkelen tot een aanhoudende campagne, ligt NAVO-betrokkenheid voor de hand. Allereerst buigt de militaire alliantie zich dan over Artikel 4, dat politieke consultatie voorschrijft zodra de veiligheid, territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van een NAVO-land wordt bedreigd.”

Wat is zo’n Artikel 4 waard?

„Het zou alvast een belangrijk politiek signaal zijn dat het bondgenootschap overwéégt om Artikel 5 in te zetten. Die steun is belangrijk in het geval Turkije bij mogelijke verdere escalatie een nog grotere militaire campagne tegen IS wil voeren. Dat zou kunnen stuiten op verzet in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Maar met NAVO’s Artikel 4 als ruggesteun staat Turkije sterker mocht het land zonder een VN-resolutie de strijd toch flink opvoeren.”

Is Artikel 5 voor Turkije een noodzaak?

„Nee. Het land maakt al deel uit van de door de VS geleide anti-IS-coalitie. Dat ging overigens niet van harte. De VS hebben lange tijd de druk opgevoerd op Turkije, dat volgens de Amerikanen te weinig bijdroeg in de strijd tegen IS. Dat beeld is nu gekanteld. Turkije komt door de nieuwe explosieve situatie alsnog over de brug. En wat de NAVO betreft: met al die bondgenoten (waaronder Nederland, red.) die aan de anti-IS-coalitie deelnemen, is een deel van de NAVO de facto alláng in een oorlog verwikkeld.”

De Turkse premier Davutoglu zegt dat Ankara geen onderscheid maakt tussen IS-terroristen en Koerdische militanten. Bestaat het risico dat Turkije de campagne tegen IS straks met Westerse steun ook zal inzetten tegen Koerden in eigen land?

„Onzin. De rules of engagement zijn helder. Turkije strijdt tegen terroristen. Punt.”

Wat is uw grootste vrees?

„Dat Turkije wordt meegezogen in een langdurige strijd. Dat IS op Turkse bodem meer aanslagen in petto heeft. Nu al is er een groot gevoel van onveiligheid. Turken zijn bang dat de situatie verder gaat escaleren.”