Een publieke rustdag is goed voor iedereen

De zondagsrust wordt een herinnering aan vroeger. Een sociale weldaad gaat verloren, meent Marcel ten Hooven.

Een zondag aan de gracht in het centrum van Utrecht. Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

Jezus zélf zei het nota bene al: „De sabbat is er voor de mens, de mens niet voor de sabbat”. Een vaste dag zonder arbeid is er omwille van de mens en niet zozeer ter ere van Hem, wilde Hij ermee zeggen. Zo’n rustdag is een sociale weldaad waaraan iedereen behoefte heeft, of hij nu in Christus gelooft of niet.

In de gepolariseerde sfeer rond de zondagsrust, zoals in Ede over de zondagsopening van winkels, hebben de strijdende partijen dat sociale aspect uit het oog verloren. Orthodoxe christenen gingen in de fout door de zondag voor zichzelf op te eisen. Hun tegenstanders vervielen in eenzijdigheid door de rustdag als een relict van voorbije tijden voor te stellen. Beiden veronachtzaamden daarmee de weldadigheid van de gezamenlijk gedeelde dag in de week die anders is dan de andere, een cyclische onderbreking in de tredmolen van de tijd.

Pogingen om de zondagse winkeldag terug te draaien zijn een achterhoedegevecht. In de steden heeft de mogelijkheid ook op deze dag te winkelen bijgedragen aan de levendigheid van het centrum. De zondag ziet er niet meer zo uit als de naturalistische schrijver Frans Coenen hem beschreef in Zondagsrust (1902): „duldeloos bleek en saai”. Dat neemt niet weg dat met die ene dag die het doordeweekse leven doorbreekt ook een essentieel rustmoment verloren dreigt te gaan. Het is van belang daarbij stil te staan, voor de vrije zondag een herinnering aan vroeger tijden wordt.

In het boek Stil de tijd bepleit filosofe Joke Hermsen de bevrijding van de tijd uit de „economische dwangbuis”, om het individu de ruimte te bieden voor reflectie en creativiteit. Ook de gemeenschap is gebaat bij voldoende vrijheid om het sociale leven vorm te geven. ‘Geen tijd hebben’ is een fundamentele ervaring in het hedendaagse leven. Tegen die achtergrond concludeert Hermsen in haar boek dat we ver verwijderd zijn geraakt van de klassiek filosofische wijsheid dat de mogelijkheid niets te doen een grondslag van de beschaving is.

In de christelijke beschaving heeft die notie zijn weerslag gevonden in het vierde gebod: Houd de sabbat in ere. Voor dit deel van de wereld is dat gebod de eerste sociale wet, in de taal van deze tijd. Bij nadere beschouwing valt op dat alle grote wereldculturen van oorsprong zo’n sociaal voorschrift kennen. Of het de islam is, het jodendom of het christendom, allemaal hebben ze een ritmiek ontwikkeld waarin mensen zich voor een dag kunnen bevrijden uit de dagelijkse routine van het werkende bestaan.

Waarom moet de rustdag een publiek karakter hebben? In de eerste plaats krijgt alleen onder die voorwaarde het sociale leven zijn kans. Anders blijft dat iets voor een uurtje tussendoor, een onderbreking van het werk, waarvoor mensen hun agenda moeten trekken. Ten tweede wordt de rustdag dankzij dat publieke karakter een recht in plaats van een gunst. Het stelt mensen beter in staat zich te verweren tegen druk toch aan het werk te gaan, als zij erop kunnen wijzen dat iedereen die dag is geëxcuseerd.

In de politieke discussie blijkt hoezeer de reductie van de publieke rustdag tot een christelijk verschijnsel het blikveld beperkt. De partijen op christelijke grondslag doen hun zaak geen goed door het debat terug te brengen tot een cultuurstrijd en niet in te zetten op het algemeen belang. In hun anti-christelijke drift betreden de linkse partijen het strijdperk op hun beurt met de dezelfde vernauwde blik.

Daardoor laat de nieuwe leider van GroenLinks, Jesse Klaver, een mogelijkheid bij uitstek onbenut om zijn ideologische inzet tegen het economisme te verbinden met een concreet doel. De PvdA lijkt op de dwaalweg waar zij al lange tijd verkeert ook het zicht op haar idealen en hun ontstaansgeschiedenis kwijtgeraakt. Lange tijd was een ontspannen arbeidsorde het streven van de PvdA. Concreet hield dat in dat werknemers verzekerd moesten zijn van rechten om zich tegen dwang door werkgevers te beschermen.

Zo gek zou het dus niet zijn geweest als de gemeenteraad van Ede de winkels op zondag dicht zou hebben gehouden, óók met het oog op de grote minderheid van orthodox gereformeerden in die gemeente. De basisregel van een democratie is dat een ieder tot zijn recht moet komen. Eerder dan de vorming van een meerderheid is de bescherming van minderheden dan ook het doel van democratie. In dat licht is een week waarin op zes dagen kan worden gewinkeld en op één dag niet een goed politiek compromis.