Column

De vernedering van Griekenland lag klaar

1. De Duitse minister Schäuble, die middenin de nacht begint te krijsen over een exit uit de eurozone (en daarna Sudoku gaat spelen op zijn iPad) 2. IMF-chef Lagarde, die met nieuwe cijfers komt over de (on)houdbaarheid van de staatsschuld en haar eisen opschroeft

3. De ECB, die zegt dat hij de lopende noodcash-voorziening aan de banken stopzet als er geen deal komt

4. Een versgekozen regeringsleider, die gekrenkt wegloopt uit de onderhandelingen – en later, in tranen, akkoord gaat met keiharde crisismaatregelen die hij eerder verwierp

5. Euroministers van Financiën, die bijna unaniem zeggen dat een exit uit de eurozone geen ramp is

6. Een onwillig parlement, dat de maatregelen eerst afkeurt en na cosmetische veranderingen alsnog accepteert

7. De minister van Financiën, die na een paar maanden (en wat trips naar Moskou) alweer aftreedt

8. Een insider, die geschokt zegt dat „de Duitsers zich gedragen als kolonialen. Ze walsen over iedereen heen”

9. Bondskanselier Merkel, die zegt dat het om „geopolitieke redenen” beter is dat het land in de eurozone is gebleven

10. En de euro-commentator, die blogt over „alweer een verprutste euro-reddingsoperatie”.

Deze tien punten gaan niet over het Griekse bail-outdrama van afgelopen weken, dat velen met afgrijzen hebben gevolgd. Nee, ze gaan over de bail-out van Cyprus, in maart 2013 na dagenlange crisistoppen en eurogroepen en ze zijn gedestilleerd uit aantekeningen voor en uit artikelen in deze krant. Ze zijn interessant, omdat ze laten zien dat er wel degelijk een antwoord is op de vraag die zovelen zich sinds vorige week stellen, toen de Griekse premier Tsipras hardhandig het vel over de oren werd getrokken: gaan wij in Europa tegenwoordig op zo’n botte manier met elkaar om?

Ja, dus. We zijn kort van memorie. Het scenario voor de Griekse grillade lag al klaar.

Het grootste verschil tussen Griekenland en Cyprus is de directe aanleiding voor de problemen: instortende megabanken op Cyprus, overheidsuitgaven en wanbestuur in Griekenland. Voor de rest lijken ze sprekend op elkaar. Brussel, Berlijn en andere hoofdsteden kregen geen greep op deze eurolandjes. Dus kozen de crediteuren, die de brand willen uittrappen voor ze grote landen (vooral Frankrijk) bereikt, voor hoog spel. Hun calculatie was: Cyprus en Griekenland zijn als piepkleine economieën beter af met euro dan zonder, omdat hun schulden in euro’s bij een exit vermenigvuldigen. Als puntje bij paaltje kwam zouden ze, alle tegeneisen en retoriek ten spijt, overstag gaan. Dat is exact wat er gebeurde.

De communistische president van Cyprus vroeg zomer 2012 een bail-out. Omdat hervormingen en bezuinigingen hem ideologisch niet bevielen, gaven eurolanden het onderhandelen met hem na een poos op. Toen er voorjaar 2013 een nieuwe president was, de conservatief Anastasiades, werden ze hervat. Anastasiades toog hoopvol naar Brussel. Hij had ‘red lines’, waar hij als versgekozen leider niet overheen wilde. Zijn land was ongeveer failliet. Alle reserves waren op. Maar hij dacht dat de anderen hem zouden matsen. Hij was een good guy, de crisis was toch niet zijn schuld? Hij had het mis. De man werd uitgeperst als een citroen. Hij tekende alles, zelfs enorme kortingen voor bankrekeninghouders. Weinig meer van Cyprus gehoord, sindsdien.

Met Tsipras gaat het net zo. Na twee flauwtes en een ziekenhuisopname, puur van moeheid en stress, vergat hij zijn verkiezingsbeloftes en jaste twee hervormingspakketten door een onwillig parlement. Of hij dociel blijft , zoals de Cyprioot, valt te bezien. Zo niet, dan is de reactie van de eurolanden voorspelbaar: nóg harder.