‘De Grieken deden niets volgens de regels’

De eerste vakantie zonder ouders. Toen schrijver P.F. Thomése (57) de Griekse eilanden zag opdoemen, wist hij dat het ware leven begonnen was.

P.F. Thomése (links) met zijn vrienden op de Peloponnesus, Griekenland 1977

1977

„Mijn eerste echt avontuurlijke vakantie zonder ouders was in 1977. Onze leraar Grieks op het gymnasium vertelde ons dat je in het leven niets mooiers kon doen dan met een motorfiets over de Peloponnesus crossen. Dat wilden wij ook. Dus gingen we de zomer na ons eindexamen met vier vrienden naar Griekenland. Met de trein, want we hadden geen rijbewijs. We wilden na al die jaren zwoegen op onbegrijpelijke teksten dat land wel eens in het echt zien. Niet dat die paar zuiltjes die nog overeind stonden ons nou erg interesseerden, maar als keurige, belezen jongens bezochten we wel van alles: Delphi, Epidaurus, Korinthe, Sparta. Ik herinner me vooral een veelheid aan amforen. De opschriften kon ik lezen en dat maakte dat ik me een ingewijde voelde.

„Verder sliepen we op het strand en in het bos. In de tijd voordat het massatoerisme losbarstte, was dat daar heel gebruikelijk. Een eikel met een gitaar erbij, ’s nachts zwemmen, naar meisjes loeren en dat was het dan. We leidden daar een volkomen vrij leven, en de Grieken hielpen daarbij, want die deden ook niets volgens de regels.

„Het was heel wat anders dan de onbeholpen poging tot avontuur twee jaar eerder, toen ik met mijn vriend Anton een fietstocht door Zuid-Engeland maakte. Gewoon op ouderwetse herenfietsen met onze bagage in fietstassen. Wij gingen totaal onvoorbereid op pad en hadden zeker geen fietskaart bij ons. We fietsten hele gedeeltes over snelwegen. Over de vluchtstrook, dat wel, en aan de linkerkant natuurlijk, zoveel tegenwoordigheid van geest hadden we nog net. We bonden zakdoeken voor ons gezicht tegen de uitlaatgassen.

„In Londen kwamen we midden in de verkeersdrukte bij Marble Arch terecht. Voor de ogen van stomverbaasde automobilisten reden wij met kaarsrechte ruggen op onze herenfietsen door het verkeerspandemonium.

„In Londen maakte ik mijn eerste popconcerten mee: Pink Floyd en Captain Beefheart. Dat had plaats op een weide waar mensen met lang haar en ontbloot bovenlijf joints zaten te roken. Wij waren echte gymnasiasten, kakkers, zou je nu zeggen. We droegen jasjes en rookten pijp en detoneerden nogal tussen de mensen die daar Woodstock zaten na te doen.

„Ik was vast van plan een uitzonderlijk leven te leiden. Dat had ik afgekeken van de schrijvers die ik las, van Slauerhoff en Rimbaud. Ik deed mijn best om iemand te zijn die ik nog niet was. Vandaar die pijp, want ik kan me niet herinneren dat hij lekker smaakte. Het was een pose waar die fietstocht naar Engeland ook bij hoorde, want dat deed niemand toen. Ik wilde graag ervaringen opdoen, want ik had nog niets meegemaakt, maar eigenlijk was het een lullige bedoening, die vakantie. Ik was nog heel onnozel.

„Maar tijdens die reis naar Griekenland stortte ik me vier weken lang in een leven dat volledig beantwoordde aan mijn dichterlijke ideaal. We reisden eindeloos met de trein door Italië, langs de Adriatische kust, om vervolgens de boot naar Griekenland te pakken. En toen zag ik die groene eilanden opdoemen in dat veel te blauwe water. Ik herinner me nog goed het gevoel dat ik daarvan kreeg. Het gevoel dat de wereld eindeloos is. Dat het leven heel makkelijk is. Het gevoel dat het ware leven gaat beginnen, en wel nu.”

2015

„Ik ben een Italië-liefhebber. Ik heb een gezin en met kinderen naar Italië gaan is het leukste dat er is. In Frankrijk kijken ze naar kinderen alsof het vieze, slecht aangelijnde huisdieren zijn, maar in Italië houden ze van kinderen. Ze zijn zelf kinderen. We gaan dus naar Italië. We zorgen ervoor dat er wat te zwemmen en te voetballen valt. Verder heb ik niet zoveel eisen.”