De fan die wat flikt wordt gelyncht

De etappe van zaterdag gaat over de Alpe d’Huez. Er wordt gevreesd voor wangedrag van toeschouwers op de volgepakte paadjes. Maar de massa is ook een zegen, schrijft oud-wielrenner Peter Winnen, die in 1981 en 1983 won op de ‘Hollandse berg’.

De Tsjechische renner Jan Bárta in de veertiende etappe, net voordat hij een bidon naar een toeschouwer wil gooien.

Kort geleden zat ik verlegen om droog feitenmateriaal over de Tsjechische renner Jan Bárta. Ik googelde zijn naam en vond wat ik zocht. Maar ik kwam ook terecht op de internetsite van een Vlaamse krant. Een foto met daarboven de kop: ‘Denk jij dat Jan Bárta raak gooide met zijn bidon? Wij hopen stiekem van wel’.

Bárta staat op het punt een bidon te werpen naar een toeschouwer. De man – mager, ontbloot bovenlijf, duikbril en badmuts op – holt tijdens een beklimming mee met de renners. Als de man ook nog zijn broek laat zakken raakt Bárta oververhit. Een fotograaf legt het moment vast, en plaatst de foto als een soort prijsvraagje op Twitter: raak, of niet?

Ik denk dat het raak was. Het was de dag dat Chris Froome een flesje urine naar zijn hoofd gesmeten kreeg. Het is een trend die een aantal jaren geleden werd ingezet. Vreemd uitgedoste supporters hollen naast de renners mee. Meestal om zelf in beeld te komen. Soms is het een protest. Ik zag Alberto Contador eens uithalen naar een als dokter verklede man die een enorme injectiespuit in elkaar had geknutseld.

Kreeg Chris Froome werkelijk urine over zich heen, of was het iets anders, verschaald bier misschien? De dader is niet opgepakt, een verklaring of bekentenis ontbreekt. Geen camera had het voorval geregistreerd. In ieder geval hadden de smaakpapillen van Froome iets onheilspellends geproefd.

Anti-Froome sentiment

Duidelijk is dat in Frankrijk een anti-Froome sentiment is ontstaan. Na zijn verpletterende overwicht in de Pyreneeën werden in bepaalde secties van de Franse media openlijk, en op een niet al te zorgvuldige manier, vraagtekens gezet bij de geloofwaardigheid van de prestaties. Dat er vraagtekens gezet worden snapt zelfs Froome, maar aan wilde speculaties heeft hij een broertje dood.

„Jammer genoeg is dit de erfenis van mensen die voor ons de Tour hebben gewonnen en die een aantal jaren later de wielerliefhebbers teleurstelden”, zo drukt hij het zelf uit. Zonder de naam te noemen doelt Froome hiermee op Lance Armstrong die van 1999 tot en met 2005 elke editie van de Tour won, om jaren later uit alle erelijsten te worden geschrapt.

Tourorganisator ASO en de internationale wielerunie UCI hebben een oproep gedaan aan fans. „We vragen aan het publiek dat massaal langs de kant staat om elke renner te respecteren, hun integriteit en in het bijzonder die van de geletruidrager.” De organisaties zijn doodsbenauwd dat het koersverloop ontsierd of bepaald wordt door een ingreep van het publiek. Eén individu in een toestand van tijdelijke of permanente verstandsverbijstering volstaat. De charme van het wielrennen– de aanraakbaarheid van de helden – kan zomaar omslaan in een kleine ramp.

Volkswoede

Anti-sentimenten, Armstrong weet er alles van. In 2004, vóór de bergtijdrit naar Alpe d’Huez ontving hij doodsbedreigingen. Onder extra politiebegeleiding moest hij naar boven. De berg was zo dicht bevolkt dat die onder het gewicht van de toeschouwers leek te bezwijken. Een paadje van nauwelijks anderhalve meter bleef over. Armstrong beantwoordde de volkswoede met de karakteristieke woede in zijn benen en, zoals we nu weten, met een extra scheut bloed in zijn aderen. Hij won, al was het tijdelijk. Hoe dan ook, die dag werden de grenzen van de aanraakbaarheid angstwekkend dicht benaderd.

Hoewel niet de zwaarste beklimming heeft de Alpe d’Huez – zaterdag op het programma – in de loop van de jaren een status aparte verworven. Het is de plaats van het zomercarnaval. Dagen van tevoren parkeren mensen hun campers langs de weg. Nederlanders hebben er een bocht geclaimd omdat Alpe d’Huez op basis van resultaten in het verleden (acht zeges) een Nederlands berg wordt genoemd. Om dezelfde reden hebben de Italianen met zeven winnaars zich een bocht toegeëigend. Zelfs niet-wielerliefhebbers trekken naar de berg omdat ze simpelweg de behoefte hebben zich onder te dompelen in welk feest dan ook.

Vinden renners het onprettig om tussen een golvende meute naar boven te fietsen? Voor Froome zal er een lichte dreiging van uitgaan, maar de rest vindt het waarschijnlijk juist prettig. Elk jaar putten de renners zich uit in superlatieven om het enthousiasme van de mensen langs de kant te beschrijven. Bram Tankink roemde ooit de vertrouwde alcoholwalm in de Nederlandse bocht; de buitenlandse coureurs zijn lyrisch over de warme Hollandse duwtjes in de rug. Misschien dat zich ergens tussen de massa één heuse hooligan schuil houdt. Dan nog is het niet zeker of die tot een anti-Froome actie over durft te gaan. Hij zou nog gelyncht worden.

Mensenzee

Op televisiebeelden ziet alles er gevaarlijker uit dan het is. Aanrijdingen zijn zeldzaam. Daarvoor is de snelheid te laag. En naast renners blijken ook supporters over wonderbaarlijke reflexen te beschikken.

In 1981 beklom ik voor de eerste keer Alpe d’Huez. Het was mijn Tourdebuut. In die tijd was het er nog lang niet zo druk als nu. Een Hollandse berg was het ook nog niet. Pas op drie kilometer onder de top belandde ik, in een poging er een Hollandse berg van te maken, in een mensenzee. Voor het eerst ervoer ik de weldaad van het klimmen op een zeer smal paadje: het geeft een suggestie van snelheid, in elk geval van avanceren. En dan het geluid dat de massa produceerde. Oorverdovend. Stikdood en leeg als ik was, vulde het me helemaal op: de merkwaardige psychologische sensatie naar boven geschreeuwd, beter gezegd, naar boven gedragen te worden.

Mee-hollers gooiden hele flessen water over me leeg. Halverwege de beklimming kon ik de extra koeling nog zeer waarderen, nu niet meer. Van pure uitputting had ik het ijskoud gekregen. Maar dat konden die behulpzame mensen niet weten.