BRIEVEN

Illustratie Cyprian Koscielniak

Lastig, maar ook gevaarlijk

Sommige mensen voelen zich in hun vakantie gestoord door gesnurk van huisgenoten. Dat is vreemd, als je bedenkt dat iemand die snurkt, altijd snurkt – ongeacht de plek waar hij slaapt, zomer of winter, op vakantie of thuis. Laten we aannemen dat een vakantie in staat stelt het normale bijzonder te vinden.

Snurken staat niet op zichzelf. Heftig snurken duidt in de meeste gevallen op slecht slapen. Zelden lijdt de zware snurker ook aan ademstops tijdens zijn slaap, zogenaamde apneus. Maar dat is, naast storend voor de partner, wel een directe bedreiging voor de gezondheid.

Snurken opmerken tijdens de vakantie is een eerste stap. Maar laat het niet bij een tijdelijk probleem tijdens de vakantie blijven. Te veel partners maken er gewoonte van in een ander vertrek te gaan slapen en het snurken van de ander te laten voor wat het is.

Hulpvaardiger zou het zijn eens na te gaan of dat snurken wel zo onschuldig is. En daarvoor hoef je niet met notitieblok en stopwatch een nacht te waken bij de snurkende partner. Er is een eenvoudige vragenlijst beschikbaar (zie www.apneuvereniging.nl) waaruit blijkt of de snurker gevaar loopt. Als hieruit blijkt dat (waarschijnlijk) apneus optreden tijdens de slaap, is het zaak om naar de huisarts te gaan. In de meeste gevallen zal deze besluiten tot verwijzing naar een slaapcentrum. Daar kan via een slaaponderzoek worden uitgezocht wat er speelt. Als er daadwerkelijk sprake is van te veel ademstops, dan moet worden opgetreden. Apneus zijn te belangrijk om het als vakantieprobleem weg te zetten.

Apneus beletten de snurker in diepe slaap te komen. Het lichaam blijft daardoor tijdens de nacht in vol bedrijf. Van uitrusten en herstel is geen sprake. Apneu ondermijnt zo de gezondheid. Maar al te vaak blijken ernstige gezondheidsklachten uiteindelijk terug te voeren op slechte slaap: hartfalen, hoge bloeddruk, suikerziekte, zwaarlijvigheid, structurele vermoeidheid en sterke achteruitgang van hersenfuncties kunnen zomaar het gevolg zijn van gebrek aan voldoende gezonde, dat wil zeggen ononderbroken, slaap. Er is dus alle reden uit te zoeken of iemand aan apneu lijdt.

Natuurlijk is het fijn dat iemand aankaart dat in een tent slapen met een snurker, een behoorlijke last voor de omgeving is. Maar ik wil daar graag het advies aan toevoegen die heftige snurker bij thuiskomst nader te onderzoeken. De snurker merkt zelf zijn probleem niet op, daarvoor is een oplettende huisgenoot nodig. In tent en caravan. Maar ook thuis in de slaapkamer. De vakantiesnurker en wat eruit volgt, gaat mee naar huis en is een blijvende ondermijning van de gezondheid.

Bestuurder Apneuvereniging

Vrije School

Stokpaardje weer van stal

Jammer, dat mijn oud-collega classicus Anton van Hooff zijn pijlen voor de zoveelste maal richt op het onderwijs van de Vrije Scholen. Afgelopen jaar mocht ik na 10 jaar nog een jaartje invallen voor Grieks op 4 en 6 vwo. Mijn ervaring was ronduit onthutsend: het onderwijs is meer en meer vervallen in een wedren om de cijfers en gemiddelden, waar de interesse en verwondering centraal zou moeten staan.

En die worden nu juist op de Vrije School vanaf de kleuterklas ontwikkeld. Als Van Hooff in Nijmegen wat vaker naar open dagen was gegaan, had hij kunnen ervaren hoe de individuele ontwikkeling en de kunstzinnige vorming een van de kernpunten van het onderwijs vormde en nog steeds vormt. Alle dreiging van hogerhand ten spijt.

Geen mooiere momenten voor ouders dan pubers een toneelstuk te zien opvoeren, soms in een vreemde taal , een koraal van Bach te horen zingen of een eurythmie-oefening te zien dansen.

Tegen alle tijdgeest in spannen veel docenten zich in om het erfgoed van Rudolf Steiner, vaak na diepe discussies met elkaar, vorm te geven in de huidige tijd. Zij staan voor een enorme taak en het getuigt van weinig respect van de onderwijskundige die Van Hooff toch in het verleden was, hij begeleidde veel studenten en deed dat zeer gewetensvol, het geeft aan dat Van Hooff vervalt in zijn oude fout: te vroeg ach en wee roepen waar respect voor een andere zienswijze geboden is.

Jacques Steenbrink Classicus

Kunst

Cultuur in holle frasen

Er valt niets in te brengen tegen de kop Cultuur is van ons allemaal (23/7). „Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen”, zong Thé Lau. Ook hij had gelijk. Het zijn kernachtige zinnen die uitdrukken wat je zou willen.

Maar niet zoals het is. De cultuursector heeft de laatste jaren fors moeten bezuinigen. Musea, theater, concertgebouwen hebben alle zeilen moeten bijzetten om te kunnen blijven bestaan. Er is gezocht naar publiekslievelingen. Dat werkte, er stonden lange rijen voor de kassa. Dat publiek bestond misschien niet uit een culturele potpourri, maar waarom zou dat moeten? Als mensen liever uit eten gaan dan naar het theater, hoeven ze niet uit te leggen waarom.

Ik herinner mij dat op de Ambachtsschool – het woord zegt het al – plotseling leerlingen Franse boeken moesten lezen, terwijl ze hadden gekozen voor een ambacht. Met knip en plakwerk werd het nog wat, maar daarmee kweek je geen liefhebbers van de Franse literatuur. Zinnen als ‘laten we de artistieke handschoen oppakken door nieuwe verhalen te vertellen en ons aansluiten bij de maatschappelijke realiteit’ zijn inhoudsloos. Theater, kwaliteit voor hen die ervan houden, zou het uitgangspunt behoren te zijn. Cultuur is van ons allemaal, maar niet iedereen houdt van dezelfde kunst. Laat die vrijheid een groot goed zijn.

Cora Duin

Geslaagde euthanasie

Hoe kijkt zo’n huisarts?

In het artikel van Nicolien Mizee op de achterpagina (21/7) staat een opvallende zin. Na het lezen van een belangrijke roman „kijken ze als een huisarts na een geslaagde euthanasie”.

Dat roept natuurlijk wat vragen op. Hoe kijkt een huisarts na een geslaagde euthanasie? En kijken alle huisartsen zo? Ziet Nicolien Mizee zo vaak een huisarts die euthanasie pleegt (een geslaagde welteverstaan!) dat ze deze vergelijking kan maken?

Deze proza houdt mij bezig. De volgende keer zal ik bewust in de spiegel kijken die mij nu is voorgehouden.

Lisette van de Weg Huisarts

Zorgrobot

Geen paniek

Recentelijk wordt in diverse publicaties over de zorgrobot de documentaire ‘Ik ben Alice’ aangehaald als voorbeeld. Het is goed te weten dat de robot uit deze documentaire niet zelfstandig functioneert. De dialoog wordt op afstand bestuurd, wat niet wordt vermeld.

De documentairemaker claimt verder: „De ontwikkelingen op het gebied van robotica gaan zo snel dat wat ‘Ik ben Alice’ nu laat zien over twee jaar realiteit is en over vijf jaar hopeloos verouderd.”

Op zijn minst is die termijn van twee jaar te kort. Bijvoorbeeld: het zoals in de documentaire correct interpreteren van wat de fysiotherapeut zegt en dit later omzetten in de juiste waarnemingen en handelingen, is een ingewikkelde kwestie, zeker in een realistische omgeving. Realisatie daarvan vergt meer dan twee jaar, zo valt te concluderen uit het tempo waarin de robotica zich ontwikkelt.

Het is belangrijk de huidige stand van zaken betreffende robotica te kennen. We hebben niets aan overspannen verwachtingen, noch aan angst voor wat komen gaat.

J.S. Groot

Correcties en aanvullingen

Ramadan

In Spanningen tijdens ramadan in asielzoekerscentra (22/7, p. 1) staat dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) nieuwkomers inzicht geeft in de „Nederlandse omgangsvormen” na een aanbeveling in een rapport uit 2012. Volgens de woordvoerder van het COA was dit al staand beleid van de dienst. De constatering dat ook de situatie in de opvang – beperkte ruimte, weinig bezigheden en nervositeit ten gevolge van de asielprocedure – bijdraagt aan spanningen binnenshuis is niet van hem afkomstig.