Als het publiek nou maar een beetje normaal doet

De etappe van vandaag voert over de Alpe d’Huez. Als érgens het risico groot is dat toeschouwers iets raars doen, zoals urine gooien, is het op deze volgepakte berg. De organisatie vreest ervoor. Maar de massa is ook een zegen, weet oud-Alpe d’Huez-winnaar Peter Winnen.

Jan Barta staat op het punt zijn bidon naar een toeschouwer te gooien. Maar gooide hij ook raak? Foto AFP Foto ERIC FEFERBERG / AfP

Kort geleden zat ik verlegen om droog feitenmateriaal over de Tsjechische renner Jan Bárta. Ik googelde zijn naam en vond wat ik zocht. Maar ik kwam ook terecht op de internetsite van een Vlaamse krant. Een foto met daarboven de kop: “Denk jij dat Jan Bárta raak gooide met zijn bidon? Wij hopen stiekem van wel”.

Jan Bárta staat op het punt een bidon te werpen naar een toeschouwer. De man, mager, ontbloot bovenlijf, duikbril en badmuts op, holt tijdens een beklimming mee met de renners. Als de man ook nog zijn broek laat zakken raakt Bárta oververhit. Een fotograaf van persbureau AFP legt het moment vast, en plaatst de foto als een soort prijsvraagje op Twitter: raak, of niet?

Ik denk dat het raak was. Het was de dag dat Chris Froome een flesje urine naar zijn hoofd gesmeten kreeg. Misschien speelde dat gegeven Bárta parten.

Het is een trend die een aantal jaren geleden werd ingezet. Vreemd uitgedoste supporters hollen met de renners mee. Meestal om zelf in beeld te komen. Soms is het een protest. Ik zag Contador eens uithalen naar een als dokter verklede man die een enorme injectiespuit in elkaar had geknutseld.

Kreeg Chris Froome werkelijk urine over zich heen, of was het iets anders, verschaald bier misschien? De dader is niet opgepakt, een verklaring of bekentenis ontbreekt. Geen camera had het voorval geregistreerd. In ieder geval hadden de smaakpapillen van Froome iets onheilspellends geproefd.

Erfenis van Armstrong

Duidelijk is dat in Frankrijk een anti-Froome-sentiment is ontstaan. Na zijn verpletterende overwicht in de Pyreneeën werden in bepaalde secties van de Franse media openlijk, en op een niet al te zorgvuldige manier, vraagtekens gezet bij de geloofwaardigheid van de prestaties. Die twijfel snapt zelfs Chris Froome, maar aan wilde speculaties heeft hij een broertje dood. „Jammer genoeg is dit de erfenis van mensen die in het verleden de Tour hebben gewonnen en die een aantal jaren later de wielerliefhebbers teleurstelden”, zo drukt hij het zelf uit. Zonder de naam te noemen doelt Froome hiermee op Lance Armstrong, die van 1999 tot en met 2005 elke editie van de Tour won, om jaren later uit alle erelijsten te worden geschrapt.

Tourorganisator ASO en de UCI hebben onlangs een oproep gedaan aan de supporters. „We vragen aan het publiek dat massaal langs de kant staat om elke renner te respecteren, hun integriteit en in het bijzonder die van de geletruidrager.” De twee organisaties zijn doodsbenauwd dat het koersverloop ontsierd of bepaald wordt door een ingreep van het publiek. Eén individu in een toestand van tijdelijke of permanente verstandsverbijstering volstaat. De charme van het wielrennen– de aanraakbaarheid van de helden – kan zomaar omslaan in een kleine ramp.

Paadje van anderhalve meter

Anti-sentimenten, Armstrong weet er alles van. In 2004, vóór de bergtijdrit naar Alpe d’Huez, ontving hij doodsbedreigingen. Onder extra politiebegeleiding moest hij naar boven. De berg was zo dichtbevolkt dat die onder het gewicht van de toeschouwers leek te bezwijken. Een paadje van nauwelijks anderhalve meter bleef over. Armstrong beantwoordde de volkswoede met de karakteristieke woede in zijn benen en, zoals we nu weten, met een extra scheut bloed in zijn aderen. Hij won, al was het dan tijdelijk. Hoe dan ook, die dag werden de grenzen van de aanraakbaarheid angstwekkend dicht benaderd.

Hoewel niet de zwaarste beklimming, heeft de Alpe d’Huez in de loop van de jaren een status aparte verworven onder de wielerliefhebbers. Het is de plaats van het zomercarnaval. Dagen van tevoren parkeren mensen hun campers langs de weg. Nederlanders hebben er een bocht geclaimd omdat Alpe d’Huez op basis van resultaten in het verleden (acht zeges) een Nederlands berg wordt genoemd. Om dezelfde reden hebben de Italianen met zeven winnaars zich een bocht toegeëigend. Zelfs niet-wielerliefhebbers trekken naar de berg omdat ze simpelweg de behoefte hebben zich onder te dompelen in welk feest dan ook.

Vinden renners het onprettig om tussen een golvende meute naar boven te fietsen? Voor Chris Froome zal er een lichte dreiging van uitgaan, maar de rest vindt het waarschijnlijk juist heel prettig. Elk jaar putten de renners zich uit in superlatieven om het enthousiasme van de mensen langs de kant te beschrijven. Bram Tankink roemde ooit de vertrouwde alcoholwalm in de Nederlandse bocht; de buitenlandse coureurs zijn lyrisch over de warme Hollandse duwtjes in de rug. Misschien dat ergens tussen de massa langs de route zich één heuse hooligan schuilhoudt. Dan nog is het niet zeker of die tot anti-Froome-actie durft over te gaan. Hij zou nog gelyncht worden.

Aanrijdingen zijn zeldzaam

Op televisiebeelden ziet alles er gevaarlijker uit dan het is. Aanrijdingen zijn zeldzaam. Daarvoor is de snelheid te laag. En naast renners blijken ook supporters over wonderbaarlijke reflexen te beschikken.

In 1981 beklom ik voor de eerste keer Alpe d’Huez. Het was mijn tourdebuut. In die tijd was het er nog lang niet zo druk als nu. Een echte Hollandse berg was het ook nog niet. Pas op drie kilometer onder de top belandde ik, in een poging er een Hollandse berg van te maken, in een mensenzee. Voor het eerst ervoer ik de weldaad van het klimmen op een zeer smal paadje: het geeft een suggestie van snelheid, in elk geval van avanceren.

En dan het geluid dat de massa produceerde. Oorverdovend. Stikdood en leeg als ik was, vulde het me helemaal op: de merkwaardige psychologische sensatie naar boven geschreeuwd, beter gezegd, naar boven gedragen te worden.

Meehollers gooiden hele flessen water over me leeg. Halverwege de beklimming kon ik de extra koeling nog zeer waarderen, nu niet meer. Van pure uitputting had ik het ijskoud gekregen. Maar dat konden die behulpzame mensen niet weten.