‘Alles wat ik nu maak is een overwinning’

Paul Christiaan Bos

(58) is kunstenaar. De gouduilen in zijn tuin houden hem al vier jaar non-stop bezig.

Vastgebonden

„Als kind lag ik vier jaar lang vastgebonden. Zwachtels om m’n benen, gewichten eraan. Ik had de ziekte van Perthes, een pijnlijke botaandoening. Terwijl ik dit zeg zie ik ook weer de verfkrabbeltjes aan de reling van m’n bed voor me. Je kreeg ’s nachts nooit water, dus ik sabbelde op die reling. Een Franse bibliothecaresse werd mijn redding. Ze begreep dat ik niet doorsnee was en zocht boeken voor me uit. Zoals De Kronieken van Narnia en Wind in de wilgen. Ik kon weinig anders dan lezen, tekenen en dromen. In zekere zin was het heel verrijkend. Ik leerde innerlijk leven, anders kwam ik de dag niet door.”

Vechten

„Toen ik weer naar school mocht, was ik totaal onaangepast. Ik kwam uit een imaginaire wereld. Als je na zoveel jaar terugkomt in de kindermaatschappij, moet je daarin opnieuw je plek veroveren. Dat ging niet met rede, ik moest vechten. Letterlijk. Ik sloeg tanden uit monden. Als je je niet wapent, word je een heel verdrietig en geremd mensje. Ik heb altijd een sterke verantwoordelijkheid gevoeld naar mensen die onderdrukt worden. Toen op de middelbare school de docent godsdienst werd gepest, hield ik voor de klas een toespraak. Hoe moet dat voelen op zijn plek, vroeg ik de klas.”

Kleuren

„Mijn eerste kennismaking met kunst was op het station van Haarlem. Een ervaring die mijn leven veranderde. Ik zie het nog precies voor me. Ik was een jaar of 8. Er hing een poster van Salvador Dalí met daarop een reus die zichzelf in tweeën scheurt. Ik zie me daar nog staan, voor die poster. Er hing grijs licht. Ik denk altijd in kleuren trouwens. Ik adem en droom in kleuren. Heel handig, vroeger deed ik in mijn dromen soms zelfs voorstudies. Kort na deze ervaring wist ik dat ik kunstenaar wilde worden.”

Mondhoek

„Jarenlang vloog ik de hele wereld over voor opdrachten. Ik leefde vaak een tijdje met een opdrachtgever mee. Voor een oude familie op een schiereiland bij Nice werkte ik aan een groot schilderij van de kinderen. Vaak maakte ik dan eerst beeldjes van de hoofden, als voorstudie. Hoe de schedel in elkaar steekt zie je driedimensionaal beter. Het was hard werken hoor. In Rusland heb ik eens een volle maand aan één mondhoek gewerkt. Sommige mensen lijken niet op wie ze zijn door hoe ze er uit zien, maar door hoe ze zijn. Als je die kunt portretteren zodanig dat anderen ze ook herkennen, dan ben je écht goed.„

Ongeluk

„Ik herinner me het moment dat ik het bewustzijn verloor én het moment dat ik weer bijkom. In het riet, bloed op mijn voorhoofd, grijsgroen licht. Mijn oldtimer was total loss. Het stond zwart van de mensen. September 2012. Ik denk er bewust vaak aan terug om geen trauma op te lopen. Het leven dat ik voor dat ongeluk had, was verwoest. Mijn lichamelijke klachten maken het onmogelijk om mezelf te zijn. Olieverf kan niet meer. Ik kan maar een paar uur per dag werken en mijn visueel geheugen is slecht. Dus alles wat ik nu maak is een overwinning op mijn eigen lijf. Dat maakt het extra waardevol.”

Uilenburcht

„In 2011 kwam ik bij een kippenboer hier in de buurt. Hij had zes gouduiltjes. Toen ik ze zag wist ik het meteen. Ik zocht al een tijdje naar iets waar ik mezelf totaal aan kon ophangen. Een project dat jaren kon duren. Ik pakte het op een aparte manier aan. De twee uilen die ik uitzocht, moesten in principe in de natuur kunnen leven en onafhankelijk zijn van mensen. Samen met een bioloog ben ik maanden bezig geweest om een uilenburcht in mijn tuin te bouwen zodat de uilen (ze heten Coppernickle en Feline) daar in veiligheid konden wonen en een jong grootbrengen. Daar ben ik wonderwel in geslaagd.”

Schade

„De uilen geven mij de kans om iets aan anderen door te geven. Ze roepen iets heel dieps in mij op. Ik observeer ze elke dag minimaal drie uur. Daarom weet ik dat de festivals hier in de buurt enorme schade aanrichten. Er zou een onderzoek moeten komen naar de effecten van het geluid op de dieren. Ik zie ze lijden. Ze raken in paniek omdat ze de zware bassen niet kunnen verdragen. Vorig jaar waren na zo’n festival alle jongen uit de buurt dood. Hun ouders waren in paniek gevlucht. Ik wil dat het stopt, samen met de stichting Groene Ster Duurzaam vecht ik daar dagelijks voor.”