Alleen het scalpel is niet van Philips

Ziekenhuizen en producenten van medische apparatuur werken steeds vaker nauw samen. In beider belang: het ziekenhuis krijgt slimmere apparaten en de fabrikant bindt klanten.

Met zichtbaar gemak bedient Luuk Smeets – veertiger, blauw pak aan, muts op – de joystick op het witte paneel. Een immens apparaat beweegt vier meter verderop in de operatiekamer. De machine doet in de verte denken aan de grijpers in gokapparaten op de kermis. Hier is de grijparm zelf ook nog draaibaar.

Smeets is vaatchirurg in Rijnstate, een topklinisch ziekenhuis in Arnhem. Zijn werk is de laatste jaren wezenlijk veranderd. Was het tien jaar geleden een bloederige baan met veel snijwerk, tegenwoordig wordt steeds vaker met hulp van robots „endovasculair” geopereerd. Patiënten worden zo min mogelijk van buiten opengemaakt. Operaties verlopen via de bloedvaten. Dat betekent dat via een bescheiden snee in lies of bovenarm een katheter (buisje) wordt ingebracht waarmee vervolgens operaties aan de aderen worden uitgevoerd: bijvoorbeeld om bloedvaten te versterken met een stent, een uitvouwbaar gaasachtig buisje.

Deze vorm van opereren is alleen mogelijk met behulp van de röntgenapparatuur die Smeets onder zijn duim bedient. Die kunnen tijdens operaties bewegende en driedimensionale beelden genereren. Vaatchirurgen en radiologen werken daardoor nauwer samen.

Het betekent ook dat de operatiekamers in Nederland ingrijpende veranderingen ondergaan. Circa tien ziekenhuizen in Nederland hebben inmiddels een hybride operatiekamer als in Arnhem, een futuristisch ogende ruimte met touchscreens aan de muur en een volledig wendbaar, op afstand bestuurbaar angiotoestel (voor het maken van röntgenfoto’s).

Onbetwiste groeimarkt

De apparatuur, ja eigenlijk een groot deel van de operatiekamer, is geleverd door Philips. En dat is geen toeval. Rijnstate, omzet 360 miljoen en de grootste werkgever in de regio, sloot vijf jaar geleden een strategisch samenwerkingsverband met het technologieconcern. Philips (omzet 21,4 miljard euro) is de vaste partner van het ziekenhuis voor beeldvormende apparatuur als CT-scanners (met hulp van röntgenstraling) en MRI-scanners (met magnetische resonantie).

Philips besloot vorig jaar zijn lichtdivisie, de bakermat van het concern, te verzelfstandigen. Het bedrijf concentreert zich volledig op gezondheidstechnologie, nu een onbetwiste groeimarkt. Overigens is dit voor Philips geen nieuw terrein. De eerste gloeilampen werden vacuüm gemaakt. Diezelfde techniek wordt ook toegepast in röntgenapparaten.

Het concern gaat steeds vaker wereldwijd allianties aan met zorginstellingen. Dat is voor het bedrijf interessant om klanten te binden en voor ziekenhuizen aantrekkelijk vanwege de expertise en kapitaalkracht van Philips. Onlangs sloot het concern een deal in de regio New York ter waarde van een half miljard dollar (450 miljoen euro). In Nederland besteden negen ziekenhuizen op die manier aanschaf en onderhoud van hun medische technologie uit aan Philips.

Dat betekent niet dat alle apparatuur per definitie van Philips komt. In Arnhem staat een echoapparaat van concurrent Toshiba dat door Philips is aangeschaft. „Leuk vinden we dat natuurlijk niet, maar we doen het wel”, zegt Henk Valk van Philips Healthcare Benelux in de wandelgangen van het ziekenhuis. De nieuwste echomachine in Arnhem is wel van Philips; zonder toetsenbord en op wieltjes.

Rijnstate betaalt die apparaten, Philips zorgt voor de levering, doet het onderhoudt en biedt technische ondersteuning. Zo lopen er permanent twee technici van Philips in het ziekenhuis rond, herkenbaar aan hun blauwe shirtjes met logo.

Van elkaar leren

Een van de technici heeft nauwelijks geslapen: hij begeleidt deze dag een software-update van één van de CT-scanners. „Dat is echt een voordeel”, zegt klinisch fysicus Rudi Hoekema, die eindverantwoordelijk is voor de veiligheid en kwaliteit van alle apparatuur in Rijnstate. „Je hoeft de mensen niet te bellen en dan een paar uur wachten.”

De organisaties leren van elkaar. „Deze apparaten zijn al helemaal gevalideerd, maar we kunnen ter plekke een apparaat anders afstellen en ervaring opdoen met hoe de laatste software het doet”, zegt Henk Valk van Philips. „Het is goed mogelijk dat iets wat we hier leren, straks wereldwijd aan onze apparaten verandert.”

En het ziekenhuis leert van Philips hoe het medische apparatuur optimaler kan gebruiken. De consultants van Philips adviseren over het werkproces. Zo kun je in Rijnstate zonder afspraak een CT-scan laten maken. Als je een verwijzing hebt, kun je er direct terecht. „En als het te druk is, regelen wij dat de patiënt in een nabijgelegen ziekenhuis terechtkan. Voor die nieuwe manier van werken hebben we nog een prijs gekregen”, zegt Jankees Cappon, lid van de raad van bestuur van Rijnstate.

Een CT-scan is al lang niet meer alleen het apparaat. Het vereist een aircosysteem en Philips levert er sfeerverlichting bij plus rustgevende muziekjes, waardoor patiënten er makkelijker in slagen niet te bewegen tijdens het maken van de opnames.

Plok, plok, plok, klinkt het uit een andere kamer. „Dat is de MRI-scanner”, zegt klinisch fysicus Hoekema. Ook nieuwe apparaten maken nog veel lawaai. Hoekema: „Dat is gewoon natuurkunde.” Telkens wordt er een enorme stoot energie door een spoel gejaagd om zo een opname met behulp van een magneet te maken.

Medische marktplaats

Waar technologische vooruitgang wel veel verandert is de mate van ongezonde straling bij CT-scans. Deze apparaten werken met röntgenstraling. Vele opnames tezamen leveren een beeld op van de binnenkant van het lichaam. Rekenkracht van computers was daar een beperkende kracht. „Met de nieuwe generatie apparaten en met de verbeterde software kunnen we scans maken waarbij de straling met wel 80 procent is gereduceerd”, zegt Valk van Philips.

Volgens Valk kan Nederland hier nog wat van het buitenland leren. Zorgverzekeraars behandelen een oude en nieuwe CT-scanner hetzelfde. Terwijl de nieuwe veel minder schadelijke straling veroorzaakt. „De protocollen van het RIVM zijn op dat punt ook vrij mild.”

Ziekenhuizen kijken hier anders tegenaan: een strengere norm zou betekenen dat zij telkens het nieuwste van het nieuwste moeten aanschaffen.

Philips moet er in het ziekenhuis voor zorgen dat de medische apparatuur zo veel mogelijk inzetbaar is. Het ziekenhuis probeert de bezettingsgraad zo hoog mogelijk te maken, bijvoorbeeld door MRI-capaciteit aan te bieden op een soort medische marktplaats.

De scanners zijn zo groot (door hun enorme magneten) dat vernieuwing ervan een enorme logistieke operatie is. Binnenkort wordt in Rijnstate een scanner vernieuwd. Dan moet een deel van de muur eruit om de oude te verwijderen en de nieuwe te plaatsen. Niet alleen de aanschaf van zo’n apparaat is een miljoeneninvestering, ook de kosten voor verbouwing, verhuizing en installatie zijn hoog.

Geen wonder dat Rijnstate erover denkt de apparaten voortaan niet meer zelf te kopen, maar ze te huren of te leasen bij Philips. Dat doet het concern ook al met andere ziekenhuizen in Nederland.

Complexe declaraties

Alle hervormingen in de zorg hebben de investeringscapaciteit van Nederlandse ziekenhuizen aanzienlijk verkleind. Werd er vroeger op los gebouwd, omdat de overheid de huisvesting betaalde, tegenwoordig is dat veel lastiger. Ziekenhuizen moeten die zelf financieren en banken zijn niet happig om leningen aan ziekenhuizen te verstrekken. De lange tijd die er zit tussen de medische behandeling en betaling ervan geeft risico’s. Bovendien zorgt de complexe declaratietechniek voor vele financiële onzekerheden waardoor accountants de jaarrekeningen niet meer volmondig durven goedkeuren.

Rijnstate-bestuurder Cappon: „Lease en huur zijn heel aantrekkelijk voor ons. Wij zijn nu ook bezig met het verkopen en terughuren van bepaalde gebouwen.”

Maar betekent de samenwerking nu ook dat het ziekenhuis helemaal afhankelijk wordt van Philips? Valk van Philips ontkent dat: „Je moet artsen niet dwingen met apparaten te werken die ze niet willen. Dat werkt niet.”

Cappon ziet vooral voordelen: „Bijvoorbeeld heel pragmatisch: je hoeft niet elk jaar met Philips te onderhandelen. Daarnaast is het fijn dat de mensen van Philips hier permanent zitten en zo meegroeien in de cultuur. Zij begrijpen de organisatie sneller en beter. En dat geldt ook andersom. Je leert van elkaar.”

Valk vult aan: „Wij komen bij veel ziekenhuizen over de vloer en weten dus ook hoe andere klinieken werken. Die kennis kunnen we overdragen: hoe je werkprocessen bijvoorbeeld organiseert, patiëntenstromen, de indeling van vloeren, de hele logistiek.” Cappon: „Wij leren de buitenwereld beter kennen via Philips.”