opnieuw

Fotograaf Ad Nuis en auteur Arthur van den Boogaard maken eens in de twee weken een foto ‘opnieuw’ en belichten de tijd ertussen.

Columnist Hans van der Heijden (62) viste zomer 1962 naar voorntjes in het omleidingskanaal van de Dinkel in De Lutte.

„Mijn vader, architect bij de NAM, hield van avontuur. Op zondag maakten wij met de Ford Anglia tripjes in de buurt van onze woonplaats Oldenzaal. Hij sloeg dan zomaar een onverharde zijweg in, hopend dat we vast kwamen te zitten. Menigmaal bracht een boer met trekker redding. Soms gingen we op de motor: mijn oudere broers Frans en Ton achterop en ik voor, op de tank; gevieren een nieuw avontuur tegemoet, meestal in de natuur. Vissen hoorde daar niet bij. Naast deze foto, herinner ik me weinig vissessies.

Mijn jongere zusje en moeder bleven vaak thuis. Als telg uit de kledingfamilie Oostvogel droeg mijn moeder gewaagde creaties. Ze was bohémien en werd in de stad ‘modepop’ genoemd. Net als vader gaf zij ons veel vrijheid. Wel moest ik meerdere keren wisselen van lagere school, zonder duidelijke reden. Dat was lastig. De gezinsdynamiek maakte mij tot observeerder; ik zag wat er gebeurde en probeerde te redderen. Bij Ton betekende dat intomen.

Als middelste broer was hij de meest bandeloze: sympathiek anarchistisch. Moesten we een pak Brinta kopen, dan opende hij deze in de winkel en trok een Brinta-spoor tot aan huis. Zonder kwaad in de zin nam Ton risico’s. In 1969 monsterde hij als 17-jarige in Middlesbrough aan als ketelbinkie op de grote vaart. Tijdens het kerstdiner hoorden we dat hij voor de kust van Senegal overboord was geslagen. Ik was vooral ontdaan over het verdriet van mijn ouders. Lang dacht ik dat Ton een truc uithaalde; in Dakar een nieuw bestaan was begonnen. Jaren later probeerde ik via een televisieprogramma zijn dood te reconstrueren. Zekerheid over de gebeurtenis leverde dat niet op. Toch heb ik er nu vrede mee.”