Zo verkoop je een ongelofelijk slechte film

Gisteren ging Sharknado 3 in première van The Asylum. Deze cultstudio is gespecialiseerd in bewust waardeloze films.

‘Not again”, zucht acteur Ian Ziering aan het begin van de trailer van Sharknado 3. Een uit de lucht gevallen haai kronkelt in de schoot van het Lincolnmonument. De hoofdpersoon moet, na Los Angeles en New York, in dit nieuwste deel Washington redden van dodelijke tornado’s gevuld met bloeddorstige haaien. De film is zo fout als het plot doet vermoeden. Ziering, ooit een veelbelovende ster uit de televisieserie Beverly Hills 90210, baant zich onder andere met machinegeweren en kettingzagen een weg door de haaien in het Witte Huis.

Ondanks de slechte effecten, de lachwekkende dialogen en het tenenkrommende acteerwerk is Sharknado hét grote succes van filmhuis The Asylum. Op sociale media raken mensen er niet over uitgepraat, zeker niet nu ook campy B-held David ‘Baywatch’ Hasselhoff een rol heeft in het derde deel. „Na meer dan tweehonderd films hebben we met Sharknado eindelijk een homerun geslagen”, zegt David Latt (49) aan de telefoon. Samen met twee vrienden richtte hij in 1997 The Asylum op. Sindsdien produceren zij elk jaar tussen de 15 en 25 films.

Toen Sharknado in 2013 te zien was op de Amerikaanse zender Syfy, leverde het onwerkelijke plot de studio met name aandacht op via sociale media: tijdens de première werden er in de VS 600.000 tweets verstuurd over de film. Het kijkerspubliek groeide, naarmate Syfy de film vaker uitzond. Van 1,4 miljoen kijkers bij de premìère tot 2,1 miljoen kijkers bij de derde uitzending. Een bioscooprelease van de film in tweehonderd zalen in de Verenigde Staten liep daarentegen uit op een mislukking: de studio haalde slechts enkele tonnen op.

In 2014 volgde Sharknado 2: The Second One en deze week beleefde Sharknado 3: Oh Hell No! zijn televisiepremière in de Verenigde Staten. Gisteren was de film ook in Nederland en nog 85 andere landen op Syfy te ontvangen via digitale televisie. De eerste twee delen van de trilogie zijn ook te bekijken op Netflix.

Vooral bekend van cultproducties

The Asylum is naast Sharknado vooral bekend van cultproducties als Mega Shark vs. Crocosaurus en zijn zogeheten mockbusters. Dat laatste is de naam voor goedkope films die qua titel en uiterlijk lijken op grote Hollywoodproducties, maar die net anders genoeg zijn om een dure rechtszaak te voorkomen. Denk aan titels als San Andreas Quake (gebaseerd op San Andreas), Road Wars (Mad Max: Fury Road) en Snakes on a Train (Snakes on a Plane).

Zodra een grote studio het eerste persbericht uitbrengt over plannen om een nieuwe film te schieten – met alleen een titel of een eenregelige plotbeschrijving - dan gaat The Asylum aan de slag.

Vroeger kwamen de films direct terecht in de videotheek of in de afprijsbakken van drogisterijen. Dé plek waar The Asylum de onoplettendheid van mensen kon uitbuiten. Want wie ziet het verschil tussen Transformers of Transmorphers, het zijn allemaal robots, toch? Tegenwoordig zijn streamingdiensten zoals Netflix of niche televisiezenders de voornaamste afnemers van mockbusters.

De films van The Asylum worden gemaakt met een krap budget van enkele honderdduizenden dollars en een paar weken draaitijd. Allemaal erg houtje-touwtje, maar de filmstudio zou naar eigen zeggen nog nooit verlies gedraaid hebben op zijn films. „Als we een film maken weten we precies hoeveel die gaat kosten en wat we ermee kunnen verdienen”, legt Latt uit. „We houden ons aan het budget, anders draaien we verlies.”

Een vergelijking tussen The Asylum en grote Hollywoodstudio’s gaat helemaal mank, benadrukt hij. „Als wij 5 procent meer verdienen dan ons budget, zijn we blij. Dan kunnen we onze 145 werknemers betalen. Met dat percentage zouden ze in Hollywood failliet gaan.”

Het is lastig de underdog te blijven

The Asylum begeeft zich in een grijs gebied van de filmindustrie. Dat gaat vaak goed, maar in 2012 moesten ze door het stof. Hun Age of Hobbits werd succesvol aangevochten door Warner Bros, de distributeur van The Hobbit: An Unexpected Journey. Er werd geschikt en de film kreeg een nieuwe naam: Clash of Empires.

Mockbusting is een geuzennaam geworden voor Latt en zijn collega’s. „Het is een marketingterm. De grote studio’s doen het ook.” Dat vergelijkbare films als Deep Impact en Armageddon of White House Down en Olympus Has Fallen tegelijkertijd uitkomen, is namelijk geen toeval. „Als Hollywood het doet, heet het drafting. Dat klinkt beter. Mockbuster laat het goedkoop klinken. Maar in feite is het hetzelfde: je kannibaliseert de markt die er is voor zo’n film.”

Het succes van Sharknado heeft The Asylum op de kaart gezet. Ook in Hollywood. Iets wat Latt maar beangstigend vindt. „Ik hoor weleens dat iemand ons noemt tijdens een vergadering van Disney en dan denk ik: waarom? We hebben niks te bieden. Wij zijn dat brutale joch waar niemand mee gezien wil worden!”

Zo verliest The Asylum tegen wil en dank de positie van underdog. En stijgt zo langzaam uit boven mockbustende concurrenten als het Indiase Shemaroo Entertainment, bekend van Brave-kloon Kiara the Brave. Met de populaire zombieserie Z Nation op Syfy trekken Latt en co wekelijks meer dan een miljoen kijkers. En hoewel de films even fout blijven, worden de filmbudgetten groter. Sharknado 3 zou zelfs meerdere miljoenen gekost hebben.

Er duiken ook steeds meer bekende namen op tussen de C-garnituur acteurs zoals de Oscar-genomineerde James Caan (The Godfather), Bo Derek (10) en Ving Rhames (Pulp Fiction). Al komen die nog steeds voor weinig geld opdagen.

Als er één les is die Hollywood kan leren van The Asylum, is het volgens Latt dat ze beter met hun geld om moeten gaan: „In plaats van 100 miljoen dollar uit te geven aan een film met Johnny Depp.”

Na vijf achtereenvolgende flops in de bioscoop voor de Pirates of the Caribbean-acteur, doen filmstudio’s er beter aan om een neef van Depp in te huren. Tenminste, dat zou The Asylum doen.