Een Lowlands voor violen en koren

Waarom is dit niet veel eerder bedacht? Dat vroeg Georges Mutsaerts zich af, toen hij samen met Tamar Bruggeman drie jaar lang werkte aan het nieuwe driedaagse klassiekemuziekfestival Wonderfeel. Natuurlijk waren er al talrijke festivals voor klassieke muziek, al dan niet in de open lucht, maar de ‘Lowlandsformule’ is op het genre niet eerder zo consequent toegepast: diverse concerttenten waar het publiek kan komen en gaan, een groene locatie en de mogelijkheid om te kamperen.

Op het landgoed Schaep en Burgh, nabij Hilversum, komen vanaf vandaag zo’n tweehonderd musici samen voor zo’n honderd optredens. De programmering loopt uiteen van middeleeuws gezang en strijkkwartetten tot minimal music, modern en een beetje jazz. De namen van de tenten helpen de bezoekers bij het maken van de keuzes: gaan we naar ‘Nooit van Gehoord’, ‘Weeshuis van de hits’, of toch liever ‘Fusion of Arts’?

Mutsaerts verwacht grofweg twee groepen publiek. „De traditionele liefhebber komt voor de namen op het affiche en wil graag bijvoorbeeld violiste Rosanne Philippens horen of het Ragazze Kwartet. Dan heb je de culturele alleseters, dans- en theaterbezoekers die ook eens wat klassieks willen proberen. De presentatie in de natuur werkt laagdrempelig.” De beoogde drieduizend bezoekers lijkt Wonderfeel te halen.

Mutsaerts is tevens zakelijk leider van het kamermuziekfestival op Schiermonnikoog. Wat leert hij van Wonderfeel? „Puurheid. We gaan de ervaring niet versterken met lichtshows. Ik hoop dat de luisteraar de muziek op deze buitenplaats intenser zal beleven.”

Sfeer lijkt op het landgoed gegarandeerd. Klein nadeel: na elf uur moet het stil zijn. Mutsaerts: „Hopelijk wordt men zo enthousiast dat we de volgende keer tot na middernacht akoestisch muziek mogen maken rond het kampvuur.”