Van Obama hadden we meer verwacht. Een universiteit misschien

Voor het eerst in zijn presidentschap bezoekt Barack Obama het land van zijn vader, Kenia. Trots eist het land zijn zoon op. Maar er heerst ook teleurstelling. Obama gedraagt zich niet als een Afrikaan, zeggen ze. Waar blijven de cadeautjes?

Een Rwandese man draagt een shirt met een beeltenis van de Amerikaanse president Barack Obama Foto Ben Curtis/AP

„Obama is van ons”, zegt Peter Ongwan stellig. Hij verkoopt in de West-Keniaanse stad Kisumu T-shirts met de afbeelding van de Amerikaanse president en het opschrift ‘dit is waar mijn levensweg begon’. Bij het bezoek dit weekeinde van Obama eist Kenia „zijn zoon” op. Want in West-Kenia werd vader Hussein Onyango Obama geboren onder het Luovolk. En Sarah, de in 1922 geboren grootmoeder van de president, woont er in het dorpje Kogelo in de glooiende heuvels bij het Victoriameer.

„Niemand kan zijn voorvaderlijke grond verloochenen”, vindt een leraar van de Obama-basisschool in Kogelo. Het dorpje werd een trekpleister voor Amerikaanse toeristen en daags na Obama’s verkiezingszege in 2009 legde de overheid er elektriciteit en een verharde weg aan. Bracht oma Sarah Obama senior nog op de fiets naar een verafgelegen schooltje, nu heeft ze met donorhulp enkele scholen in Kogelo opgezet. „Toch hadden we meer van de Amerikaanse regering verwacht”, vervolgt de leraar, „een universiteit misschien”.

Als in Kenia een politicus een parlementszetel wint of minister wordt, gaat hij onmiddellijk de bewoners van zijn geboortestreek in zijn zege laten delen. Zo werkt de politiek in vrijwel alle Afrikaanse staten. De politicus bouwt een blok van medestanders op, een clientèle die weer zorgt draagt voor banen en contracten voor leden van de tribale groep. De arme boer vraagt om schoolgeld of een bijdrage voor zijn zieke kind aan een beschermheer in dit patronageraamwerk.

Dit informele netwerk vormt de basis van de meeste bestuurssystemen. Corruptie is de regel. Obama was onaangenaam verrast toen bij twee eerdere bezoeken aan Kogelo bewoners en familieleden op een beloning bleken te rekenen. Oma’s, ooms, neven, nichten en broers, allemaal hielden ze de hand bij hem op.

Streek van de voorvaders

„Obama gedraagt zich niet als een echte Afrikaan”, sniert Maurice Omondi, een visser in het nabijgelegen dorpje Same. Hij roeit zijn bootje door de wuivende rietpalmen, vrouwen brengen de vangst aan wal en beginnen de schubben van de vissen te schrapen. „Hij heeft geen enkele investering gedaan in streek van zijn voorvaders. Het lijkt alsof hij zich van ons afkeert. Volgens de tradities van ons Luo’s kan niemand zijn afkomst verloochenen”. Een oude man mengt zich in het gesprek en schudt afkerig zijn hoofd. „Obama had een visser kunnen zijn, net als ik, als zijn stamouders zijn vader niet naar Amerika hadden laten vertrekken. Wij eisen waardering”.

Het fonds van Kennedy

Obama’s vader verliet Kogelo in de jaren zestig met assistentie van een speciaal door president Kennedy gesticht fonds om jonge, veelbelovende Afrikanen een opleiding te geven in Amerika. Hij trouwde daar met de blanke Ann Dunham. In 1982 overleed zijn vader door een auto-ongeluk in Kenia. Zijn zoon zou pas eind vorige eeuw voor het eerst Kenia bezoeken.

Als president meed Barack Obama Kenia, omdat president Uhuru Kenyatta en diens rechterhand William Ruto zaken hadden lopen bij het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag wegens ernstige schending van de mensenrechten. Uhuru’s zaak werd eerder dit jaar gestopt en daarom kunnen de van oudsher goede relaties tussen Amerika en Kenia nu weer worden aangehaald.

China is de grootste partner

Vol trots en verwachting verwelkomde Afrika de verkiezing van een rasgenoot tot Amerika’s leider. Maar in het jaar dat Obama werd gekozen, groeide China uit tot Afrika’s grootste handelspartner. In 2013 handelde China voor 200 miljard dollar met Afrika, Amerika voor 30 miljard.

Als het om hulp en handel gaat maakte Obama de hooggespannen verwachtingen niet waar. Met een succesvolle Afrikatop in Washington vorig jaar behaalde Amerika weer wat goodwill op het continent, maar het Westen blijft bij de wedloop voor handel en grondstoffen stevig achterlopen bij Aziatische landen en Brazilië. Ook Kenia richtte zijn blik steeds meer op Azië en sloot infrastructurele projecten met Chinese bedrijven af ter waarde van miljarden dollars.

Bij zijn eerste presidentiële bezoek aan Afrika, in 2009 aan Ghana, noemde Obama als prioriteit corruptiebestrijding. „Afrika heeft geen sterke mannen nodig maar sterke instituties”, benadrukte hij. Aan sterke overheidsinstellingen ontbreekt het ook in Kenia en de corruptie heeft onder Uhuru Kenyatta een nieuwe vlucht genomen.

Verder wil Obama Kenia een hart onder riem steken bij de bestrijding van de Somalische terreurgroep Al Shabaab, die in de afgelopen twee jaar bloedige aanvallen uitvoerde in Kenia op onder meer het winkelcentrum Westgate en een universiteit in Garissa.

Presentje voor Obama

De gaten in de wegen zijn gevuld, het afval opgeruimd en de bedelaars verwijderd. In het voor de gelegenheid opgepoetste Nairobi hangen spandoeken met de tekst: Welkom thuis. Net als in Kogelo verwachten ook in de hoofdstad de regeerders presentjes. Vicepresident William Ruto, wiens rechtszaak nog steeds loopt bij het ICC, hoopt op erkenning door Obama de hand te mogen schudden. En de regering wil extra geld voor terreurbestrijding en voor het Keniaanse leger in Somalië. Als presentje voor Obama hopen de legers van Kenia en Ethiopië, die de president ook bezoekt, nog vóór het weekeinde de Somalische stad Bardhere te hebben ingenomen. Bardhere is de laatste stad onder controle van Al Shabaab.