Tame Impala klinkt wonderlijk melancholiek en toch zomers

‘Gitaarband uit Australië”: het leek zo’n handige omschrijving van Tame Impala. Niet meer, want het lijkt of frontman Kevin Parker de drie jaar sinds het superieure psychedelische gitaaralbum Lonerism heeft doorgebracht op een dieet van Pet Shop Boys en Daft Punk.

Jaren tachtig synthesizerpop en elektronische discoritmes beheersen Tame Imapala’s derde album Currents. Elektrische gitaren komen er nauwelijks meer aan te pas, al heeft het trage crescendo van Eventually nog wel de dynamiek van een gitaarband en doen de hakkelende bassen uit Gossip denken aan een klassieke newwavesound.

Zijn rockverleden heeft Kevin Parker nog niet geheel afgezworen, want tussendoor speelt hij drums bij de band Pond van wie hij het nieuwste album, Man It Feels Like Space Again, produceerde. Parkers banden met het Franse groepje Melody’s Echo Chamber zijn inmiddels verbroken, sinds het uit ging tussen Parker en zangeres Melody Prochet.

Liefdesverdriet is een terugkerend onderwerp op het geheel door Parker gespeelde en geproduceerde Currents, net als zijn permanente zoektocht naar een plek in een vijandige, vreemde wereld. Liever sloot hij zich op in een studio vol opnameapparatuur, die hij ten volle benutte voor breeduit gestapelde vocalen (denk aan de Beach Boys rond de microfoon met Tears For Fears) en elektronisch experiment.

Gebleven zijn de vloeiende popmelodieën en Parkers zoete falset, die mijmert over een Past Life en die in het luchtige Disciples een duet aangaat met een frivool synthesizerdeuntje. Zo monter en uitnodigend heeft Tame Impala nog niet eerder geklonken, op een album dat lonkt naar radio en hitparade en dat er wonderlijk goed in slaagt om melancholiek en toch zomers te klinken.