Studeer Grieks, daar heb je wat aan

Terwijl in de Verenigde Staten en Europa studies steeds vaker praktisch nut moeten hebben, zijn die in Azië juist meer gericht op brede vorming. Veel beter, bepleit de Amerikaanse columnist Fareed Zakaria.

Nu veel afgestudeerden zich moeten behelpen met kruimelbaantjes bij een callservice of een groothandelsmagazijn, vragen 18-jarigen zich niet meer af of een studie leuk is maar of die ook tot een goede baan leidt. Wie neemt nog een archeoloog, taalkundige of historicus aan? Business, bestuurskunde en exacte vakken zijn de trend in Europa en in de Verenigde Staten. Vaardigheden wil de werkgever.

In Defense of a Liberal Education, laat de Amerikaanse columnist en auteur Fareed Zakaria het nut van leuke studies zien, ook al leer je geen communicatie of boekhouden. Liberal education is een breder begrip dan de Nederlandse alfavakken, ‘liberal arts’. Zakaria bepleit een breed vormend pakket voor bachelor-graden aan Angelsaksische colleges.

Het probleem is dat nu in de VS de studiekosten dermate hoog zijn (tot 50.000 dollar per jaar per student) dat studenten natuurlijk verwachten dat een goede universiteit meer opbrengt dan vorming alleen. Ter vergelijking: in 1971 werd nog acht procent van alle bachelors behaald in Engelse taal en literatuur, nu is dat nog drie, terwijl het aantal majors in business steeg van 13,7 tot 20 procent. Kortom: alfavakken als geschiedenis en literatuur zijn uit de gratie, maar ook abstracte vakken als natuurkunde of wiskunde. Ondertussen vluchten studenten naar praktische vakken als business en management. Een aantal Amerikaanse gouverneurs wil zelfs geen alfavakken meer aan deelstaat-universiteiten.

Het idee dat universitair onderwijs niet doceert ‘wat de professies onderscheidt, maar de basis legt voor wat is en de studenten zelf leert denken’, is inmiddels achterhaald. Zakaria toont die ontwikkeling in zijn boek, waarbij hij met een gerust hart de geschiedenis van het universitair onafhankelijk denken begint in de vijfde eeuw voor Christus in Athene.

Zakaria vertelt hoe hij als 18-jarige voor de dwingende structuur van Yale koos. Hij kwam uit Mumbay, India, waar toen, begin jaren tachtig, alleen praktische opleidingen aanzien genoten. Net als andere Indiërs en Aziaten was hij goed in het reproduceren van kennis bij examens, maar zijn ideeën kon hij niet goed uiten. Aan Yale leerde hij helder schrijven en spreken. Hij citeert bekende topzakenlieden als Jeff Bezos (Google) en Norman Augustine (Lockheed Martin) die dit ondersteunen. Zijn eigen geschiedenis moet zijn pleidooi voor liberal education bevestigen.

Een derde kwaliteit van een goede universiteit is dat je er leert zelf kennis te verwerven. Zorgvuldig lezen en analyseren van een essay, zoeken naar bronnen, data om een stelling te ondersteunen of te weerleggen. Het gaat niet om de specifieke vakken die worden onderwezen, maar om de methoden van denken die je ermee leert. Zakaria zwalkt in zijn oordeel over hoe dwingend zo’n pakket moet zijn.

Terwijl in het Westen de liberal arts achteruit kachelen, worden ze in Aziatische landen niet meer als luxe beschouwd. In China, India en Singapore ziet men dat brede vorming nodig is om verder te komen dan techniek en de reproductie van kennis alleen. Het leren van uiteenlopende vaardigheden leidt tot werk dat door de computer snel achterhaald kan raken.

Volgens David Autor, econoom aan het MIT in Boston en door Zakaria aangehaald, wordt een middenlaag aan witte-boordenbanen voor het verwerken van informatie bij verzekeringen, banken, juristerij door de computer weggeconcurreerd. Onvervangbaar is een veel kleinere categorie banen die creativiteit, oplossingsvermogen, besluitvorming en moreel oordeelsvermogen vergen, hetgeen wordt ontwikkeld in liberal arts.

De digitale wereld in Silicon Valley verbindt alfa, bèta en gamma. Mark Zuckerberg, de oprichter van Facebook, las Grieks, volgde een klassiek curriculum met psychologie als hoofdvak. Facebook is volgens hem ‘net zo goed psychologie als techniek’. Steve Jobs zag in Apple ‘technologie gekoppeld aan liberal arts, met de alfavakken, dat het resultaat bracht dat onze harten deed zingen’. Uit de digitale wereld komen nieuwe methoden om de vormingsachterstand bij te werken, via goedkope, online colleges die ook door ouderen worden gevolgd.

Het is jammer dat Zakaria zich op de successen van business en economie concentreert en de democratische vorming, waar de liberal arts voor bedoeld zijn, nauwelijks uitwerkt. Dat past in de tijdgeest, die de term ‘verdienste’ letterlijk neemt. Hij citeert wijsheden van monopolisten als Bezos, Zuckerman, Bill Gates, Warren Buffett, al of niet filantropisch. Maar waar blijven de geslaagde publieke personen, staatslieden en politici?

In Nederland is inmiddels het politieke debat verschraald tot armzalig jargon over geld en sturingsmechanismen. Hoopvol en tegen de trend van vaardigheden leren in is hier de opmars van het algemeen vormende bachelor college begonnen, dat cultuur aan wetenschap verbindt. Voor nieuwsgierige studenten die alles zelf willen uitvinden. Specialisatie kan tijdens de master’s. In zijn beknopte, historische, van feiten en cijfers voorziene pleidooi verschaft Zakaria argumenten die de moeite waard zijn.