Rotterdamse agenten in de beklaagdenbank

Twee politieagenten schoten in 2013 een ‘opgefokte’ man dood. Nu staan ze voor de rechter wegens doodslag. Twee jaar geleden liet het OM de zaak vallen, maar de familie van de overledene tekende met succes bezwaar aan.

Een veroordeling van de twee agenten zou volgens advocaat Alexander de Swart „een volkomen verkeerd signaal” afgeven. FOTO MICHEL VAN BERGEN/ NOVUM

Twee politieagenten – een man en een vrouw – zitten naast elkaar in het verdachtenbankje van de Rotterdamse rechtbank. Ze dragen het nieuwe fluorescerende blauwgele politie-uniform met allebei op het hoofd een grote, netjes gekamde pruik. NN01 en NN02 heten ze. Wegens bedreigingen op sociale media aan het adres van de verdachten blijft hun identiteit geheim. Ze kijken bewegingloos voor zich uit, alleen de rechters zien hun gezicht.

Ook op de publieke tribune oogt het onalledaags. Er zitten familieleden van de door de politie in Rotterdam doodgeschoten Mike Stok en vrienden en fans van zijn club Feyenoord. De andere plekken worden ingenomen door collega’s van de twee verdachten. De berechting van de agenten gebeurt op een pikant moment: vorige week is een collega in Limburg tot twee jaar cel veroordeeld wegens het onterecht neerschieten van een man.

Hij zwaaide ook met een wapen

De rechtbank begint met het bespreken van de gebeurtenissen op 7 april 2013 waarbij de 29-jarige Stok in de tuinen van de Korhaanstraat in Rotterdam het leven liet. Hij werd dodelijk getroffen door politiekogels uit het vuurwapen van NN01. De agent was die dag met collega’s even na 18 uur afgekomen op een verzoek om spoedassistentie uit de meldkamer. Twee stadswachten hadden amok gekregen met Stok die ze wilden bekeuren wegens het niet aanlijnen van twee honden. Er dreigde een vechtpartij met Stok die, mogelijk als gevolg van alcoholgebruik (minimaal zes eenheden alcohol), een stadswacht omver had geduwd.

„Stok had een verwilderde wijze van rennen”, vertelt NN01 tijdens zijn verhoor door de rechtbank. Hij zwaaide ook met een wapen. Een hakbijl dachten sommige getuigen, maar het bleek later een op een bijl lijkende houten wandelstok. De agent zei „oprecht bang” te zijn geworden van Stok. De verdachte reageerde niet op politiebevelen. „Het was alsof hij zich in een psychose bevond. Hij was een ongeleid projectiel.”

Uit herhaalde vragen van de rechtbank blijkt duidelijk dat de rechters niet begrijpen waarom NN01 uiteindelijk vier keer schiet. Stok rende immers weg, in een lege tuin.

Agent voelt zich erg verantwoordelijk

Rechter: „Wat was dan het gevaar? Wie wilde u beschermen?”

NN01: „In mijn beleving was Stok een gevaar voor omstanders. Ik voel me erg verantwoordelijk in mijn beroep.”

Een andere agent die ook in de tuin stond, vond schieten niet gepast. Maar NN01 zegt dat zijn „oprechte doelstelling” was op Stoks arm te schieten zodat hij het wapen zou laten vallen.

Rechter: „Was het geen optie Stok te laten lopen?”

NN01: „Geen moment aan gedacht. Ik moest ingrijpen, anders vielen er gewonden.”

Ook zijn vrouwelijke collega NN02 kreeg de indruk dat Stok „knettergek” was en op het punt stond „iemand te grijpen”. Ook zij schoot een keer gericht op Stok. Ze miste.

Het OM seponeerde twee jaar geleden de zaak tegen de agenten omdat er sprake zou zijn geweest van noodweer. De familie van Stok ging tegen dit besluit in beroep bij het gerechtshof. Het hof gaf het OM de opdracht de zaak alsnog aan een onafhankelijke rechter voor te leggen.

De officier van justitie Greetje Bos zegt het „machteloze gevoel” van de familie van Stok te begrijpen. Het zou volgens haar „bovenmenselijke moed” van ze vergen om het handelen van de agenten „ooit te kunnen billijken”. Het OM blijft evenwel van mening dat Stok zich zo „opgefokt” gedroeg dat „er sprake was van een dreigend gevaar voor aanranding van andermans lijf”. In die situatie komt de agenten een beroep op noodweer toe. De aanklager zegt „een precair midden” te zoeken bij het beoordelen van het handelen van agenten. Te streng oordelen betekent „dat een agent ervoor kiest niet meer in te grijpen uit angst voor strafrechtelijke gevolgen”, aldus Bos. „En als we te slap oordelen lopen we het risico dat een agent schiet op een wegvluchtende inbreker.”

Een zeer zware last

Het is van belang „genuanceerd” te oordelen en daar ontbreekt het nogal eens aan bij publiek en media, aldus de officier van justitie. De agenten hebben volgens haar „als ordehandhaver in onze samenleving naar beste eer en geweten gehandeld”. Ze zijn verantwoordelijk voor het overlijden van Stolk. „Een zeer zware last.”

De advocaten van de verdachten vinden ook dat de agenten handelden uit noodweer. Een veroordeling zou volgens advocaat Alexander de Swart „een volkomen verkeerd signaal” afgeven aan de samenleving. Een straf voor de agenten zou „een beloning betekenen” voor mensen die „bevelen van de politie niet opvolgen en zou betekenen dat de politie niet mag handelen om gevaar voor onschuldige burgers af te wenden”.

NN01 zei in zijn laatste woord „oprecht mee te leven” met de nabestaanden. De rechtbank doet 5 augustus uitspraak.