Romantische nocturnes in de geordende natuur van de hortus

Maarten van Veen Foto Anne Meyer

Ekster en halsbandparkiet zongen in de Palmenkas van de Amsterdamse Hortus Botanicus mee met pianist Maarten van Veen, de artistiek leider van het deze week begonnen Hortus Festival. Zes keer maken musici en ensembles een tournee langs vier historische botanische tuinen: Leiden (1590), Amsterdam (1638), Utrecht (1639) en Haren (oorspronkelijk in Groningen ca 1626-1642). De liefdevol gecultiveerde en wetenschappelijk geordende groene natuur schept een passend decor voor muziek: het natuurverschijnsel trillende lucht, door de componist artistiek geordend.

Thema van de twaalfde editie is ‘Nachtlied’ en Van Veen speelt in dit openingsprogramma veertien nocturnes van John Field, Chopin, Fauré en Poulenc. Onder de koepel van de kas met palmen en ficussen in soorten klonken twee historische vleugels: een wispelturig klankrijke Pleyel (1840) en een groene, met zeilschepen beschilderde Londense Erard (1878) met een gelijkmatiger klank.

In de wat wufte 19de-eeuwse sfeer en prima akoestiek gaf Van Veen met toelichtingen, anekdotes en gevoelig, maar nooit sentimenteel pianospel een historisch overzicht van de romantische nocturne met de vrije vorm. John Field vond het genre uit in 1812, Chopin maakte het populair, Fauré liet de nachtmuziek soms tinkelen en Poulenc zorgde voor een losse, speelse en eigentijdse toets. De programmering van de rest van het festival is even mooi en bijzonder, zoals het concert met muziek van de Tweede Weense School, uiteraard besloten met Schönbergs strijksextet Verklärte Nacht.