Ook wij moeten straks uit de schuldbeker drinken

Hoe onze economie is ingericht, komt voort uit gedeelde opvattingen over het goede leven: de waarden die wij erop nahouden, hoe wij met elkaar omgaan.

Filosoof Ad Verbrugge onderzoekt wat dit ons leert over het conflict tussen Griekenland en de Eurogroep.

Illustratie Enkeling

Eindelijk is er een akkoord tussen Griekenland en de Eurogroep. Toch lijkt er niet echt sprake te zijn van blijdschap: het is alsof een beroerd huwelijk wordt voortgezet omdat men bang is opgescheept te worden met de restschuld van het huis. De Eurogroep heeft haar zin gekregen, maar de vraag is ten koste van wat.

Dat Tsipras en het Griekse volk werden vernederd, dat de nationale soevereiniteit ernstig werd aangetast, dat volledig voorbijgegaan werd aan de uitslag van het referendum en dat de Grieken extra hard zijn aangepakt, was zonneklaar. Maar ja, daar hadden ze dan ook wel om gevraagd, zo meenden velen in de Eurogroep.

Toch werd mondiaal met verbazing, ja soms zelfs ronduit met verontwaardiging gereageerd op deze gang van zaken: alsof Europa een gevaarlijke grens had overschreden. Het is dan ook de vraag wat dit financieel-economische akkoord betekent voor de toekomst van Europa.

De kunst om je huis op orde te houden

Oorspronkelijk staat het Griekse woord oikonomia voor de kunst om je huis op orde te houden. Bij Aristoteles is zij een onderdeel van zijn ethiek waarin de vraag naar het menselijk geluk en het goede leven centraal staat. In de oikonomia gaat het erom hoe een heer zijn oikos (het huis: het gezin en familiegoed) moet beheren. Zij gaat ook over thema’s als de omgang tussen man en vrouw, de opvoeding van kinderen en de relatie met medeburgers. Ook de zorg voor inkomsten en uitgaven behoort tot oikonomia; maar het gaat vooral om het cultiveren van een gezonde huiscultuur en het bewaren van goede verhoudingen met anderen.

Deugdelijke instituties bevorderen het goede leven, terwijl voor het behoud van die instituties omgekeerd de juiste instelling of mentaliteit van mensen vereist is. Als de laatste jaren iets duidelijk is geworden, dan is het wel dat ook een financieel gezonde economie afhankelijk is van deugdelijke instituties: een functionerende rechtsstaat, een goed werkend belastingstelsel, enzovoorts. Zij behoren tot oikonomia.

Dat de Grieken momenteel hun huis niet op orde hebben, is duidelijk: belangrijke instituties blijken niet goed te werken en hun mentaliteit verdraagt zich slecht met de moderne economische werkelijkheid. Maar dat een crisis in zo’n klein land de gehele eurozone onder druk kan zetten wijst erop dat óók de Eurogroep haar huis niet op orde heeft.

Dat bleek ook wel uit de ‘weeffout’ rond de euro waar we in 2009 hard mee geconfronteerd werden. De financiële crisis in Griekenland deed de rentes in Zuid-Europa en Ierland oplopen en noopte de eurolanden tot verdere financiële integratie. Daartoe moesten zij wel steeds meer van hun soevereiniteit afstaan aan de euro-instituties. Dit was dan ook geen integratie uit overtuiging, maar uit angst dat het systeem in elkaar zou storten en we ons geld kwijt zouden raken.

Deze door angst gedreven integratie van de muntunie gaat in feite terug op het eigenbelang van de lidstaten; iets wat ook naar voren komt in de Europese vluchtelingenproblematiek. Precies deze mentaliteit maakt ons eurohuis wankel.

Saamhorigheid? Niet door instituties

Een monetaire unie veronderstelt een politieke unie. Maar voor de legitimiteit van zo’n politieke unie is er een gemeenschappelijke wil en een gevoel van saamhorigheid nodig en die komen niet tot stand door die instituties zelf. Zij wijzen op een verbondenheid van mensen die historisch en cultureel van aard is.

In een democratische rechtsstaat is het uitgangspunt dat een volk zichzelf dient te herkennen in zijn instituties. In het politieke debat en bij de verkiezingen laten de burgers hun stem horen en door middel van wetgeving en beleidsmaatregelen krijgt de gezamenlijke invulling van het gemeenschappelijk goed gestalte. Alleen in de wet die een volk zichzelf oplegt is het autonoom en vrij.

Die autonomie betreft allerlei domeinen van het samenleven. Zo gaat ook de vormgeving van het economisch leven terug op de gedeelde opvattingen over het goede leven: de waarden die mensen er gezamenlijk op na houden, hoe zij met elkaar omgaan, waarvoor zij zorgen enzovoorts. Wat leert dit ons over het conflict tussen Griekenland en de Eurogroep?

De Eurogroep: een vreemde mogendheid

Griekenland heeft de afgelopen jaren ingrijpende maatregelen opgelegd gekregen vanuit instituties die werden ervaren als een vreemde mogendheid, ja, bijna als een bezettingsmacht. Het Griekse verzet tegen die instituties is gebroken onder de dreiging van een totale financiële chaos. Het was niet de eigen overtuiging, maar de angst voor uitstoting en rampspoed die de doorslag gaf. Uit angst werd de gehele Griekse democratische rechtsstaat (wetgevende macht, uitvoerende macht én rechtelijke macht) onder het regime van de Eurogroep gebracht.

Nu is dat gezien de Griekse voorgeschiedenis misschien nog wel begrijpelijk, maar wat wordt ermee bereikt? Hoe kan men nog geloven in de zinvolheid van de opgelegde maatregelen, terwijl het Griekse volk en de regering er volstrekt niet in geloven en ze er zelfs door worden gebruuskeerd?

De huidige ‘reddingsoperatie’ van Griekenland wordt een onrustbarende manifestatie van een technocratische systeemlogica die zonder een werkelijke politieke en culturele verbondenheid tussen de Europese landen een vorm van zinloze machtspolitiek aan de dag legt.

Mede uit angst voor de groeiende macht van het verenigde Duitsland zijn de noordelijke en zuidelijke economieën nu ondergebracht in één monetaire unie. Daardoor zijn hun onderlinge verschillen niet verdwenen, maar juist scherper naar voren getreden. In feite zijn de grote schuldproblemen in het zuiden mede veroorzaakt door de invoering van de euro en is de oplossing ervan alleen maar lastiger geworden. Een monetaire unie had het sluitstuk kunnen zijn van een proces, maar men had eerst moeten beginnen met de culturele en politieke integratie. Dan had ook kunnen blijken dat die integratie wellicht helemaal niet wenselijk is, omdat de landen te zeer gehecht zijn aan de eigen manier van leven.

De reden van onze hardheid? Angst

In de harde opstelling van Duitsland en Nederland ten opzichte van Griekenland verbergt zich een dieperliggend probleem: de cultureel-economische tweespalt tussen Noord- en Zuid-Europa en de frustraties daarover. De harde boodschap aan de Grieken is meteen ook een duidelijke boodschap aan het zuiden: de afwijzing van welke schuldvermindering of geldoverdracht dan ook.

Of dat gezien de mondiale schuldontwikkeling wel een houdbare positie is, valt zeer te betwijfelen. Vroeg of laat zullen we ook in het noorden de beker van de schuld leeg moeten drinken en daarin meer giftige euromengsels tegenkomen dan ons lief is. Het is misschien wel de angst daarvoor waaruit onze hardheid voortkomt.