Obama moet Kenia wel iets terug geven

Het Luovolk koestert Obama als een eigen zoon. Maar men wil ook wat terug.

‘Obama is er een van ons”, zegt Peter Ongwan stellig. Hij verkoopt in de West-Keniaanse stad Kisumu T-shirts met de afbeelding van de Amerikaanse president en het opschrift ‘Dit is waar mijn levensweg begon’. Bij het bezoek dit weekeinde van Obama eist Kenia ‘zijn zoon’ op. Want in het westen van Kenia werd in 1936 vader Hussein Onyango Obama geboren onder het Luovolk. En Sarah, de in 1922 geboren stiefoma van de president, woont er in het dorpje Kogelo in de glooiende heuvel bij het Victoriameer.

„Niemand kan zijn voorvaderlijke grond verloochenen”, vindt een leraar van de naar Obama genoemde basisschool in Kogelo. Het dorpje werd een trekpleister voor Amerikaanse toeristen en daags na zijn verkiezingszege in 2009 legde de overheid er elektriciteit en een verharde weg aan. Bracht grootmoeder Sarah vader Obama nog op de fiets naar een verafgelegen schooltje, nu heeft ze met donorhulp enkele scholen in Kogelo opgezet. „Toch hadden we meer van de Amerikaanse regering verwacht”, vervolgt de leraar, „een universiteit misschien.”

Als in Kenia een politicus een parlementszetel wint of minister wordt, laat hij onmiddellijk de bewoners van zijn geboortestreek in zijn zege delen. Zo werkt de politiek in vrijwel alle Afrikaanse staten. De politicus bouwt een blok van medestanders op, een clientèle die weer zorg draagt voor banen en contracten voor leden van de tribale groep. De arme boer vraagt om schoolgeld of een bijdrage voor zijn zieke kind aan een beschermheer in dit patronageraamwerk. Dit informele netwerk vormt de basis van de meeste bestuurssystemen. Corruptie is de regel.

Obama is ‘geen echte Afrikaan’

Obama was onaangenaam verrast toen bij twee eerdere bezoeken aan Kogelo bewoners en familieleden op een beloning bleken te rekenen. Oma’s, ooms, neven, nichten en broers: allemaal hielden ze de hand bij hem op. „Obama gedraagt zich niet als een echte Afrikaan”, sniert Maurice Omondi, een visser in het nabijgelegen dorpje Same. Hij roeit zijn bootje door de wuivende rietpalmen, vrouwen brengen de vangst aan wal en beginnen de schubben van de vissen te schrapen. „Hij heeft geen enkele investering gedaan in de streek van zijn voorvaders. Het lijkt alsof hij zich van ons afkeert. Volgens de tradities van ons Luo’s kan niemand zijn afkomst verloochenen.”

Een oude man mengt zich in het gesprek en schudt afkeurend zijn hoofd. „Obama had een visser kunnen zijn, net als ik. Als zijn stamouders zijn vader niet naar Amerika hadden laten vertrekken. Wij eisen waardering.”

Obama’s vader verliet Kogelo in de jaren zestig, toen de VS mogelijkheden boden aan jonge, veelbelovende Afrikanen een opleiding in Amerika te volgen. Hij trouwde daar in 1961 met de blanke Ann Dunham. In 1982 overleed hij door een auto-ongeluk in Kenia. Zijn zoon zou pas eind vorige eeuw voor het eerst Kenia bezoeken. Als president meed hij tot nu toe Kenia, omdat president Uhuru Kenyatta en diens rechterhand William Ruto werden vervolgd door het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag wegens schending van mensenrechten. Uhuru’s zaak stopte dit jaar en daarom kunnen de van oudsher goede relaties tussen VS en Kenia worden aangehaald.

Vol trots en verwachting verwelkomde Afrika de verkiezing in november 2008 van een rasgenoot tot Amerika’s leider. Maar in het jaar van Obama verkiezing werd China Afrika’s grootste handelspartner. In 2013 was de waarde van de handel met China 200 miljard dollar; die met de VS bedroeg 30 miljard.

Wat betreft hulp en handel maakte Obama de hooggespannen verwachtingen niet waar. Met een succesvolle Afrika-top in Washington in 2014 kregen de VS weer wat goodwill op het continent, maar het Westen blijft in de wedloop om handel en grondstoffen fors achterl bij Aziatische landen en Brazilië. Ook Kenia richtte zijn blik steeds meer op Azië en sloot miljardencontracten met Chinese firma’s voor infrastructuur.

Terreurbestrijding

Bij zijn eerste bezoek als president aan Afrika, in 2009 aan Ghana, noemde Obama corruptiebestrijding als prioriteit. „Afrika heeft geen sterke mannen nodig maar sterke instituties”, benadrukte hij. Aan sterke overheidsinstellingen ontbreekt het ook in Kenia en de corruptie heeft onder Uhuru Kenyatta een nieuwe vlucht genomen. Verder wil Obama Kenia een hart onder riem steken bij de bestrijding van de Somalische terreurgroep Al-Shabaab, die de laatste twee jaar bloedige aanvallen uitvoerde in Kenia op ondermeer winkelcentrum Westgate in hoofdstad Nairobi en de universiteit in Garissa.

De gaten in de wegen zijn gevuld, afval opgeruimd en bedelaars verwijderd. In het opgepoetste Nairobi hangen spandoeken met de tekst: ‘Welkom thuis’. Net als in Kogelo verwachten ook in de hoofdstad de regeerders presentjes. Vicepresident William Ruto, wiens rechtszaak nog loopt bij het ICC, hoopt op erkenning door Obama de hand te mogen schudden. En de regering wil extra geld voor terreurbestrijding en voor het Keniaanse leger in Somalië. Als presentje voor Obama hopen de legers van Kenia en Ethiopië, dat de president ook bezoekt, nog vóór het weekeinde de Somalische stad Bardhere te hebben ingenomen. Bardhere is de laatste stad onder controle van Al-Shabaab.