Koel

Petra zal snel sterven. Nuchter accepteert ze haar naderend einde. Ze heeft haar man nog leren koken en telebankieren en neemt van ieder mooi afscheid. Ze is er klaar voor. Op de hospice wordt ze goed verzorgd en in de watten gelegd. De temperatuur buiten is erg hoog en ook binnen is het warm. De dominee komt langs en bidt samen met haar. Dan vraagt hij zacht: „Petra, wat bid je tot God?” „Nou”, zegt ze met haar Utrechtse humor, „dat het wat koeler wordt”.