Column

Gunstig neveneffect van de Griekse crisis

Of ik wel besefte dat de eurocrisis ten minste één groot voordeel heeft, vroeg een doorgaans sombere Duitse journalist me deze week. Het schoot me niet meteen te binnen wat hij zou kunnen bedoelen.

„De crisis”, zei hij, „heeft ervoor gezorgd dat jij en ik, een Nederlander en een Duitser, nu zitten te praten over de Griekse economie. Over wat de Fransen en de Slowaken ervan vinden. Over hoe het verder moet met de euro en waar het in de Europese Unie eigenlijk over zou moeten gaan. Eindelijk is er in Europa een echt gesprek op gang gekomen dat de nationale grenzen overschrijdt. Een gesprek over onze gezamenlijke toekomst. Tien jaar geleden kende ik echt de namen van de Griekse premier of de Nederlandse minister van Financiën niet. En nu heb ik zelfs een mening over ze. Opeens ervaar ik het als een groot gemis dat ik geen Spaans en Italiaans lees, want ik wil weten hoe de opinies zich daar ontwikkelen.”

Het maakte me niet meteen enthousiast over de crisis, maar ik zag zijn punt. Ik had dezelfde ervaring toen ik een week geleden in Finland was. Vanuit hun eigen optiek waren de Finnen daar met precies dezelfde vragen bezig waarmee ook de rest van Europa worstelt. En inderdaad, wat jammer dat ik het Fins niet beheers om het allemaal goed te kunnen volgen. Want zijn de Finnen in Brussel niet de nieuwe beste vrienden van Nederland?

In het stadje Pori, aan de westkust, vond een jaarlijks politiek festival plaats: SuomiAreena. Vijf dagen lang toespraken en debatten – in parkjes, in zaaltjes, op straat, langs de rivier en in de shopping mall. Over hervormingen in de zorg. Over verbetering van het onderwijs. Over de vraag of de belastingen omhoog danwel omlaag moeten. Over robots in het ziekenhuis. En, inderdaad, ook over Griekenland en de euro. Alles in het Fins, maar vrijwel iedereen kon prima in het Engels uitleggen wat er zoal was gezegd.

Finland kampt al drie jaar met een recessie. De werkloosheid is gestegen tot zo’n 11 procent. En er bestaat brede steun, daar wel, voor de gedachte dat hervorming van de economie en bezuinigingen hard nodig zijn. De vraag is alleen: hoe?

De Twitter-versie van de Finse problemen is dat de iPhone Nokia de das om heeft gedaan, ooit de grootste producent van mobieltjes ter wereld en de Finse nationale trots. En dat de iPad korte metten heeft gemaakt met de bosbouw en de papierindustrie, die door de dalende oplages van papieren kranten hun afzetmarkt sterk hebben zien krimpen.

In werkelijkheid is het minder simpel. Finland is ook zwaar getroffen door de financiële crisis. En sinds de oorlog in Oekraïne en de sancties tegen Rusland is de handel met het grote buurland ingezakt en kunnen veel Russische toeristen zich uitstapjes naar Finland niet meer veroorloven. Bovendien worden sommige sectoren van de Finse economie beheerst door twee of drie bedrijven, wat de concurrentie beperkt en tot hoge prijzen leidt.

Sinds dit voorjaar is een nieuwe centrum-rechtse coalitie aan de macht, met economische hervormingen als prioriteit. Onder leiding van premier Juha Sipilä, een oud-ondernemer, werkt in dat kabinet de leider van de eurosceptische Finnenpartij samen met de Brusselse veteraan Olli Rehn, oud-eurocommissaris. „We willen geen Griekenland worden”, zeiden verschillende Finnen me. En ze willen eigenlijk ook niet dokken voor de Griekse schulden. Maar ze zien dat hun toekomst in Europa ligt. En dus stemde het parlement, inclusief de eurokritische Finnenpartij, vorige week toch in met het Brusselse akkoord om door te praten over een derde hulpprogramma voor Athene. Maar ze zullen zich blijven roeren, in het grote Europese debat.