Griekse schuld kwijtschelden? Nooit!

Kleine lidstaten als Slowakije, Letland en Litouwen stellen zich steeds assertiever op in Brussel.

De Slowaakse premier Fico. „Als de Grieken ons foppen, dan is het Grexit.” Foto Virginia Mayo/AP

En weer stelt het kleine Slowakije, lidstaat met slechts 5,5 miljoen inwoners, zich op als hardliner binnen de eurozone. Bratislava zal „altijd fundamenteel gekant zijn tegen elke kwijtschelding van de Griekse schuld”, verklaarde premier Robert Fico dinsdag. Hij reageerde op het voorstel van directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat de eurolanden hun claims tegen Griekenland moeten inslikken. „Als we zien dat de Grieken ons bij de neus nemen, zeggen we openlijk dat het wenselijk is dat ze uit de eurozone gaan”, zei Fico.

In 2010 al stootte Slowakije zowel Brussel als Berlijn voor het hoofd door nee te zeggen tegen een hulppakket van 110 miljard euro voor Griekenland. Een pijnlijk gebrek aan solidariteit, luidde het oordeel van de Europese partners. Waarom zouden de arme Slowaken betalen voor de Grieken met hun gullere lonen en pensioenen, klonk het in Bratislava.

Vijf jaar later hebben de Slowaken het gemakkelijker onder de vleugels van de pro-bezuinigingscoalitie rond Duitsland. En ze staan niet alleen. Slowakije maakt deel uit van een groep nieuwe lidstaten, waaronder ook de Baltische landen, die zich steeds assertiever opstellen in Brusselse debatten over kwesties als klimaat, migratie en de eurocrisis. Ook de Litouwse president Dalia Grybauskaite liet optekenen dat „het feestvieren ten koste van anderen ten einde is in Griekenland”.

Sinds de val van de Muur in 1989 namen veel postcommunistische landen pijnlijke liberaliseringsmaatregelen, vaak met grote sociale malaise tot gevolg. In de aanloop naar de toetreding tot de EU een decennium later kwamen daar nieuwe, door Brussel geëiste hervormingen bovenop.

Aanvankelijk lieten veel nieuwe lidstaten zich vooral de voordelen van het EU-lidmaatschap welgevallen, zoals de subsidies en het vrije verkeer van goederen en personen. Tien jaar later bevredigt het subsidie-infuus niet meer: Oost-Europa wil meepraten in Brussel. Meepraten wil vaak zeggen: het eigen belang verdedigen.

Populisme

De Slowaak Robert Fico „werpt zich op als premier die over de boekhouding waakt en ons geld beschermt”, zegt Grigorij Meseznikov van het Instituut voor Publieke Zaken (IVO), een denktank in Bratislava.

Zou je van een sociaal-democraat als Fico niet meer affiniteit verwachten met de huidige Griekse regering? „Dat sociaal-democratische is slechts een etiket”, zegt Meseznikov. In werkelijkheid wordt zijn partij gekenmerkt door „populisme, nationalisme en etatisme”. Ze heeft soortgelijke banden met de lokale oligarchie als de Griekse politici worden aangewreven.

De Baltische landen zijn wat ideologischer, zegt Morten Hansen, econoom en Balticum-deskundige van de Stockholm School of Economics in Riga: „Pro-Duits qua mentaliteit en gefocust op hard geld.” Maar ook hier is de herinnering aan het economische leed van weleer levendig. Na de enorme economische omwentelingen in de vroege jaren 90 kregen deze landen in 2008 een nieuwe klap. Letland was de uitschieter: daar kromp het nationaal inkomen tussen 2007 en 2010 met 21 procent. Toch vochten Letland en de andere ‘Baltische Tijgers’ zich terug naar groei: hard snijden in de uitgaven, meer inkomen genereren.

„Veel mensen zeggen: wij deden het ook, dus waarom kunnen zij het dan niet?”, zegt Hansen. „Wat is hun probleem eigenlijk? Ze zijn nog steeds veel rijker dan wij.” Een iets te gemakkelijke visie, volgens Hansen. De Grieken zitten in een langere, slepende periode van bezuinigingen, hadden al een veel groter begrotingstekort en hebben minder exportmogelijkheden.

Visegrad

Het gaat het nieuwe Europa niet alleen om Griekenland. Recent klopte de zogeheten Vier van Visegrad (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije) zich op de borst over hun cruciale rol in de het torpederen van een voorstel van Europese Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker. Die wilde vluchtelingen verdelen via een quotasysteem. Op de top van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken weigerde Hongarije maandag sowieso asielzoekers op te nemen: niet uit de groep van 40.000 die de Europese Commissie wil verspreiden, noch uit een groep van 20.000 erkende vluchtelingen die nog buiten Europa verblijven. Ook andere landen kiezen voor een harde lijn. Letland wil er 250 opnemen, ongeveer een derde van wat de Commissie voorstelde. Slowakije, dat eind vorig jaar maar 800 erkende vluchtelingen verblijf verleende, neemt er slechts 200 op.

Die nieuwe assertiviteit in Oost-Europa rijmt vaak niet op solidariteit. Maar de gewone burgers én elites in die landen zien het anders: West-Europa moet zich wel openstellen voor ‘onze’ migranten, maar is te laks geweest tegen niet-Europeanen. De Hongaarse premier Viktor Orbán zei het laatst zo: als hij een te mild migratiebeleid zou voeren, zou geen Hongaar straks nog weten of hij „in Londen, Parijs of Boedapest is”.