Gretig leren dansen als Van Manen

Van overal komen honderden liefhebbers naar Nederland voor zomerscholen dans. „Er wordt hard gewerkt, maar we maken ook uitjes.”

Dansers van alle leeftijden leren op de Dutch Summer Dance Course de stijl van diverse choreografen. Foto David van Dam

In de studio’s van theater Korzo in Den Haag hangt de geur van zweet. Zoet, vers, warm zweet, geproduceerd door dansers die zelfs in hun zomervakantie van geen ophouden weten. Totaal 240 fanaten, van alle leeftijden en niveaus („van tweeënhalf tot 75”) uit Nederland, maar ook Azië, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten zijn afgekomen op de tiende editie van de Dutch Summer Dance Course (DSDC) van de Dutch Don’t Dance Division, dansschool Ballet & Co en Holland Dance. Twee weken vol lessen: kleuterdans, seniorenles, modern, klassiek, improvisatie, creatie en – de grote attractie voor young professionals – repertoire uit de ‘Haagse School’: Hans van Manen, Jirí Kylián.

Terwijl een kindergroep toekijkt, mogen de cursisten met het hoogste technische niveau in de Grote Zaal ervaren hoe dat nou voelt, die passen van Van Manen, de scherpte en de spanning, die kraakheldere stijl. Eerder hebben ze in de improvisatieles hun eigen stijl gezocht. Bijvoorbeeld door te spreken, en hun zinnen naar dansbewegingen te vertalen. De onwennigheid straalt er bij sommigen van af, anderen praatdansen met ongeremde gretigheid. In hun moerstaal: een Babylonisch ballet.

Internet, Facebook en Google zijn de belangrijkste aanvoerroutes voor de DSDC-studenten, zegt Thom Stuart. Met zijn partner Rinus Sprong (net als Stuart bekend van het televisieprogramma The Ultimate Dance Battle en, in het Haagse, van hun immer uitverkochte Kerstvoorstellingen) nam hij in 2006 het initiatief voor de intensieve zomercursus. Zo’n cursus was tot dan toe een onbekend fenomeen in Nederland. De begroting, dit jaar totaal 91.000 euro, wordt grotendeels uit cursusgelden en via fondsenwerving gefinancierd.

Het idee sloeg onmiddellijk aan. Het Nederlands Dans Theater sloot zich vanaf 2008 voor drie jaar aan bij DSDC. Tegenwoordig heeft het gezelschap, net als Het Nationale Ballet, eigen summer schools.

Aan de ene kant vindt Stuart het jammer dat daarom het hoogste niveau ontbreekt op de DSDC, maar aan de andere kant klopt het wel. „De mogelijkheid om zo dicht bij dergelijke topdansers te komen was natuurlijk fantastisch voor de jonkies. Maar nu er geen enkele relatie met een gezelschap of academie is, wordt het hier ook geen verkapte auditie. Er is geen druk. Dat verandert de sfeer.”

Sfeer en „het sociale aspect” zijn belangrijk tijdens DSDC, vindt Stuart. De studenten worden na de lessen op sleeptouw genomen door Den Haag en bezoeken locaties die te maken hebben met het thema van het jaar (‘beeldende kunst’, ‘vrede en rechtspraak’). Een barbecue op het strand is vaste prik. „Er wordt hard gewerkt, maar we maken ook uitjes. Het is hier geen strafkamp.”

Zo ziet de kleuterles er zeker niet uit. Gadegeslagen door vertederde ouders springen de kinderen uitgelaten door de ruimte, uitgedost in bonte danskostuums. In de Kerkstudio staan iets oudere balletleerlingen in keurige pakjes en maillots geconcentreerd een klassieke barre te doen en weer ergens anders geeft Stuart zijn les. Hij brengt een groep gevorderden het idioom van Mats Ek bij: veel volksdanselementen, diep doorgebogen knieën, grote stappen en ferme uithalen met de arm – een soort krachtige onbeholpenheid. Zelf zweet hij het meest van iedereen.