Gezapigheid ligt op de loer bij Cheikh Lô

Doe dat dan eerder, zou je denken. Pas wanneer Cheikh Lô zelf achter het drumstel plaatsneemt, verschijnt er een grote lach onder zijn lange dreadlocks. Hij en zijn band spelen dan nog drie nummers. Er komt dynamiek in de beat en het drummen verhindert de Senegalees niet om de rijkdom van zijn stem te laten horen. Hij redt daarmee een concert dat sterk begon maar was ingezakt tot het plichtmatig afdraaien van zijn materiaal.

De muziek van Cheikh Lô is bedachtzaam en groovend tegelijk; bij de mix van jazz, Cubaanse en Afrikaanse stijlen ligt de gezapigheid op de loer. Die kreeg de overhand omdat hij zijn sterke band liet spelen met de handrem erop. Slechts af en toe kwam het ingehouden spel tot een uitbarsting. Op die momenten was te horen hoe de uithalen van Lô doen denken aan Youssou N’Dour, die in de jaren 90 zijn internationale carrière faciliteerde. Lô gebruikt die stem te weinig. Wel liet de zestiger al snel blijken dat zijn percussievaardigheden nauwelijks onderdoen voor zijn zangkunst. Een mooi stuk synchroon drummen met zijn percussionist riep ritmes op die Afrika verbonden met Cuba en Brazilië.

North Sea Jazz Club verdient een pluim voor het zomerprogramma. Het zet relatief grote namen neer terwijl veel vergelijkbare podia een zomerstop inlassen. Cheikh Lô is zo’n grote naam, maar maakte die donderdag niet waar. Lange pauzes en een gebrek aan goede wil en concentratie maakten van de subtielere nummers achtergrondmuziek. De halfvolle zaal wiegde gemoedelijk mee, maar pas na de positiewisseling op het podium werd duidelijk dat hier een van Afrika’s topmuzikanten van de afgelopen decennia stond.