De spitsvondig-nuffige intellectueel versus de man van het grote gebaar

Mooi en terecht: de roman Remington van Bert Natter belandde onlangs op de longlist van de ECI Literatuurprijs (voorheen AKO Literatuurprijs). Sommige boeken gun je dat nog net iets meer dan andere: namelijk niet de om aandacht schreeuwende, maar de meer terughoudende.

Tot die laatste categorie hoort de derde roman van Natter (1968). Het verhaal heeft niet de gebeurtenisvolle dramatiek van zijn geprezen debuut Begeerte heeft ons aangeraakt (2008), maar volgt een eenvoudige lijn die je zou kunnen aanzien voor simpelheid of invuloefening van het roadtrip- of vader-zoongenre.

Een bejaarde vader is met zijn Mercedes naar Hamburg gereden, waar ooit zijn wieg stond, maar voelt zich niet meer in staat om terug te rijden naar zijn Noord-Hollandse thuis. Of de zoon hem dus kan komen ophalen. Vanaf de eerste zin weten we dat de vader de huiswaartse rit niet overleeft. De symboliek ligt dan voor de hand: het is hun eerste echte reis samen en tegelijk hun laatste, en tijdens de rit raken ze eindelijk eens echt aan de praat.

Simpel? Allerminst: de roman is zo rijk dat je bij herhaald lezen nog steeds niet het gevoel hebt alles wel te kennen of te doorzien. Dat komt in de eerste plaats door de gesprekken in de auto en op pleisterplaatsen – ze zijn snel, spitsvondig, grappig, de twee zijn aan elkaar gewaagd en achter elke zin vinden ze betekenis. Telkens gaat het over taal, kunst, filosofie, verknoopt aan een persoonlijke herinnering of gedachte.

Vader en zoon zijn beiden kunstenaar. De eerste is de detaillist, de dichter die ploetert op elk woord. De zoon daarentegen is van het grote gebaar, de conceptueel kunstenaar die de betekenis al aanreikt voor een werk er is. Vader is de heer die zijn oude Remington-schrijfmachine koestert en zich tegen de moderniteit verzet, die ‘raadsels oplost die hij zelf verzint’, zoals de zoon het dichterschap ooit in een oneliner samenvatte.

De botsing tussen de generaties vormt de kern van het boek, dat grotendeels uit gesprekken en herinneringen bestaat. Dat geeft het iets van een ideeënroman, maar met zijn scherp geformuleerde gedachtenexercities weet Natter vaak te prikkelen. Bovendien heeft de roman een fiks tempo (onontbeerlijk voor de roadnovel die het ook is) en zijn de gesprekken veelal gevuld met grappen: zo breng je immers de tijd door met iemand die je er niet om zal veroordelen.

Remington doet óók wat een vader-zoonroman geacht wordt te doen: vertellen over afstand en overeenkomst. De afstand – en evengoed de liefde – wordt meteen voelbaar als de zoon voorafgaand aan de reis zijn vaders das moet strikken en zijn gezicht moet scheren. Die is er ook nog, maar anders, als de reis eindigt op de Afsluitdijk.

Zonder ermee te pronken slaagt Natter erin het hoofd en het hart te raken. Hij maakte van dit boek twee genreromans en een ideeënroman ineen, en vulde die bovendien op zo’n originele manier in dat het boven de genres uitstijgt. Op naar de shortlist.