De heimelijke burgeroorlog in Poetins Kaukasus

Zeker duizend Russen vechten mee met IS. De Kaukasus biedt een vruchtbare grond voor radicalisering.

In Russische regio’s worden strijders geworven voor de jihad

Noodtoestand in Naltsjik: het was gisteren weer eens raak in de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Kabardino-Balkarië in de noordelijke Kaukasus. ’s Ochtends om drie uur werden de bewoners van een flatgebouw in het centrum van Naltsjik van hun bed gelicht door een zwaarbewapende antiterreurbrigade. Een woonkazerne van negen etages tegenover de moskee aan de Sjogentsoekovlaan werd ontruimd voor een ‘contraterroristische operatie’. Moslimextremisten zouden bommen maken in het pand. Tijdens de bestorming werden zes „strijders van een internationale terroristische organisatie geneutraliseerd”, trompetterden de autoriteiten in Naltsjik. De jihad in Rusland was een slag toegebracht. Maar is dat zo?

In grote delen van de noordelijke Kaukasus woedt een soort permanente burgeroorlog om de macht, macht die op zijn beurt weer toegang geeft tot de ruiven van subsidies en corruptie-gelden. De ‘strijders’ die gisteren in Naltsjik zijn gedood, kunnen gewone burgers zijn. Maar het kunnen ook moslimextremisten zijn.

Kabardino-Balkarië is een van de regio’s in het Russische deel van de Kaukasus waar de jihad een vruchtbare rekruteringsgrond kent. In Dagestan, Ingoesjetië en in mindere mate Tsjetsjenië worden ook jihadi’s voor Syrië geworven.

Hoeveel Russische staatsburgers er strijden aan de zijde van de Islamitische Staat (IS) weten de autoriteiten in Moskou niet precies. Secretaris Nikolaj Patroesjev van de Russische Veiligheidsraad schat het aantal op meer dan duizend. Historicus Michael Kemper, hoogleraar Oost-Europese studies aan de Universiteit van Amsterdam en kenner van de geschiedenis van de islam in de voormalige Sovjet-Unie, gaat uit van tweeduizend Russen die in het IS-kalifaat bivakkeren. Zij het dat hij vrouwen en kinderen meetelt. En vaders die hun zoons willen ophalen maar niet meer naar Rusland terugkunnen.

Volgens Patroesjev is de schuldvraag simpel. Het ligt aan de westerse „dubbele moraal”. „Als ze vechten tegen Assad, krijgen ze steun van de VS. Tegelijkertijd worden ze gebombardeerd door de VS. Dat spel zagen we al in Afghanistan. Het beviel de Amerikanen niet dat het Sovjetleger daar in 1979 binnentrok en ze organiseerden de Taliban”, aldus de oud-directeur van staatsveiligheidsdienst FSB eind juni in een vraaggesprek met dagblad Kommersant.

Religieuze factor

Zo eenvoudig als Patroesjev het ziet, is het volgens Michael Kemper niet. Er is ook in Rusland zelf een voedingsbodem voor de jihad. Dat heeft deels te maken met sociaal-economische achterlijkheid. De republieken in de noordelijke Kaukasus zijn ongezond. Al deze deelstaten draaien op subsidies uit Moskou en zijn mede daarom door en door gecorrumpeerd. “In Kabardino-Balkarië is een permanente burgeroorlog gaande. De maatschappij is steeds verder gemilitariseerd”, zegt de Amsterdamse hoogleraar. In Dagestan is er überhaupt geen effectieve overheidsmacht. Deze deelrepubliek aan de Kaspische Zee heeft geen dominante bevolkingsgroep maar is een kluwen strijdende etnische en dorpsclans die elkaar tot in de hoofdstad Machatsjkala bestrijden. Daarom is Dagestan een veel betere rekruteringsgrond voor jihadi’s dan het naburige Tsjetsjenië, waar Ramzan Kadyrov van Poetin de vrijheid krijgt om een soort islamitische republiek met sharia en polygamie op te bouwen. „Je kunt van Kadyrov zeggen wat je wilt, maar hij is een sterke leider en houdt de boel rustig”, zegt Kemper. In Dagestan leefden de broers Dzjochar en Tamerlan Tsarnajev, de bommenleggers bij de marathon van Boston in 2013, in hun jeugd.

„Maar we onderschatten de religieuze factor”, zegt hij. Nadat met de liquidatie van de Tsjetsjeense krijgsheer Dokoe Oemarov (1964-2013) feitelijk een einde kwam aan diens Kaukasische Emiraat, is de stroom jihadi’s naar het Midden-Oosten gestaag gegroeid. „Omdat de opvolger charisma mist, lopen jongeren weg naar Abu Bakr al-Baghdadi. Want zijn kalifaat is succesvol. De voorloper van IS ligt niettemin in Dagestan en Tsjetsjenië. Niet andersom”, zegt Kemper. „Toen Dokoe Oemarov zich emir ging noemen, nam hij afscheid van de republiek in Rusland zoals nu de kalief in Syrië doet. Tsjetsjenië zette zo de toon.

Dat appèl lokt niet alleen militante jongeren in Rusland. De moslimsamenleving is in bredere zin vatbaar voor fundamentalistischer stromingen. Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 heeft de moslimsamenleving in Rusland, na een korte fase van modernisering in bijvoorbeeld de grootste deelrepubliek Tatarstan rond Kazan aan de Wolga, haar tradities weer opgepakt. Deze „retraditionalisering” heeft het salafisme in de kaart gespeeld ten koste van het soefisme dat altijd verbonden is geweest met de Russische staat. Hoewel de twee grootmoefti’s in Oefa en Moskou met elkaar om de macht concurreren en niet alle andere moefti’s in dezelfde mate hun oren naar het Kremlin laten hangen, kampt het soefisme met een aureool van collaboratie. De soefi-islam is labiel. „Omdat de soefileiding elke dialoog met de salafisten weigert, splijt ze de Russische islam eerder dan dat ze die verenigt”, meent Kemper.

Centraal-Azië

Vergeleken met de noordelijke Kaukasus ogen de voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië als een relatieve oase. Op de Amerikaanse terreurlijst staan slechts twee organisaties die hun wortels hebben in de regio. In Guantanamo Bay waren maar 32 van de 800 gevangenen afkomstig uit oude Sovjet-Unie. Niemand weet met enige zekerheid hoeveel jihadi’s hier afgelopen jaren zijn gerekruteerd. Een Syrische moefti schatte hun aantal anderhalve jaar geleden op achthonderd. Uit Oezbekistan, waar eind vorige eeuw de militante Islamitische Beweging opbloeide die nu in vooral in Pakistan actief is, zou niemand naar het kalifaat IS zijn overgelopen.

Oezbekistan – met 30 miljoen inwoners de volkrijkste staat – Tadzjikistan en Kirgizië zijn niettemin onzekere factoren. Eind juni kwamen deze voormalige Sovjetrepublieken bijeen in Astana, de hoofdstad van Kazachstan, om in alarmistische stemming hun anti-jihadbeleid te coördineren. Ook Kazachstan, dat autoritair wordt geregeerd maar relatief stabiel is, zou worden bedreigd door extremisten. Het beraad leek een alibi om de repressieve politiek van de seculiere machthebbers te rechtvaardigen. President Karimov van Oezbekistan is er een meester in. Karimov, die in het begin van zijn macht werd geconfronteerd met rebellie in de islamitische Ferganavallei, laat geen kans voorbij gaan om preventief en repressief in te grijpen.

Kirgizië, de zwakste ex-Sovjetstaat in Centraal-Azië, meldde vorige week vrijdag dat het in de hoofdstad Bisjkek een groep teruggekeerde IS-strijders had uitgeschakeld die op het punt stond aanslagen te plegen. Eén der doelwitten: een Russische luchtmachtbasis in Kant, vlakbij de grens met Kazachstan. Wat in Naltsjik en elders in de Kaukasus gebeurt, kan ooit overslaan.