De grote miniponyshow

Deze zomer bezoekt nrc.next iedere week een club in Nederland. Deze keer: op zoek naar het mooiste minipaard in Bunschoten.

Foto Lars van den Brink Foto Lars van den Brink

Het is voor de liefhebber niet moeilijk om te zien wat Erica’s Pharaohs Ramesses zo’n mooi minipaard maakt. Zijn hoofd is klein, zijn ogen groot en zijn benen zijn zo dun, dat als je er een rondje omheen zou maken met je duim en wijsvinger, de puntjes van je vingers elkaar bijna kunnen raken.

Hij is een rijpaard in het klein, zoals een minipony eruit moet zien.

Zijn eigenaar Ricardo Dorst heeft een foto van hem op een wit shirt laten drukken. Dat draagt hij vandaag op de NMPRS Zomershow in Bunschoten. Meer dan honderd minipony’s worden er gekeurd in elf verschillende klassen. De pony’s worden onder andere beoordeeld op hun kleur, gangen en bouw.

Het is half elf ’s ochtends, de zon schijnt al fel en er klinkt schril gehinnik. Er zijn pony’s met vlekken, met stippen, blauwe ogen. Sommigen hebben diamantjes op hun halster.

In de keuringsring lopen bijna twintig minipony’s. Eerst stappen ze rondjes, daarna moeten ze netjes stilstaan. Voorbenen keurig naast elkaar, achterbenen naast elkaar. En dan hun hals lang maken en hun neus in de lucht steken.

Een minipony is niet zomaar in vorm voor de keuring. Zoiets kost vele maanden training. Sommige eigenaren huren iemand in om de pony’s zo goed mogelijk voor de dag te laten komen in de ring.

Daar lijken minipony’s zich niet meer mini te voelen. Ze leven op zodra de wedstrijd begint. Ze dribbelen onrustig, weigeren stil te staan.

Dit is hun show.

Een rijpaard in het klein

1.06 is hier een belangrijk getal. Zit je pony eronder? Dan mag je je inschrijven bij het stamboek. Maar is zijn schoft hoger dan dat, dan is het geen minipony meer. Dan is het gewoon een kleine pony.

De winnaars worden gekozen door Jan Jans en Rinus Geven. Zij zijn vandaag de juryleden. De mannen, Brabanders, dragen allebei een stropdas met een paard erop geborduurd en een colbert waar het eigenlijk veel te warm weer voor is.

Jan Jans en Rinus Geven zijn mannen van weinig woorden. „Groot of klein, de verhoudingen moeten gewoon kloppen”, antwoordt Jans op de vraag waar een minipaard aan moet voldoen. „Het moet een rijpaard in het klein zijn”, vult Geven hem aan.

Ook de namen van de paarden wijzen op een serieuze business. De meeste pony’s hebben aan één naam niet genoeg. Zo is er een WMM Velvet Forgot my Sock, Golden Ground Stands Baileys on Ice en Spots N Dots Rosanne’s Peanut Buttercup.

Iedereen heeft zo zijn eigen manier om een naam te bedenken, zegt miniponyfokker Rianne van Geel, die vandaag de tweejarige minipony Houston heeft meegenomen. Op haar fokkerij worden de pony’s vernoemd naar steden. Rome, Orlando, Sydney.

40.000 euro voor een minipony

Het begint bijna nooit bij een minipony. De paardenliefde was er al en het grote paard ook. Die minipony komt erbij omdat er toch nog een plekje in de stal over is, of zodat het grote paard zich niet eenzaam hoeft te voelen. Paarden zijn kuddedieren, die zijn niet graag alleen.

Maar voor de prijs hoef je het niet altijd te laten. Een simpel rijpaard kost, grofweg, tussen de 1.500 euro en 2.000 euro. Een goede minipony koop je daar niet voor. Hoeveel zo’n pony wel kost, is lastig te zeggen. Dat is afhankelijk van de ouders, de gangen, het karakter. „Vanaf 1.500 euro tot wel 40.000”, zegt Ricardo Dorst, de man van het paardenshirt. Hij kocht pony’s bij Amerikaanse fokkers die hij op internet vond. „Online besteld? Zo zou je het best kunnen noemen, ja.” Ook Erica’s Pharaohs Ramesses werd geboren in de Verenigde Staten, zijn moeder is daar kampioen. „Het kost zo’n twee- tot drieduizend euro alleen al om ze hierheen te halen.”

In de VS zijn ze al verder met het ras, vandaar. Daar komt de minipony zoals we hem in Nederland inmiddels ook graag zien vandaan.

Zijn pony’s, die braaf in de schaduw op de parkeerplaats op hun beurt staan te wachten, zijn zijn trots, hij vertelt graag over ze. Over hoe hij ze mooi maakt voor de keuring door hun hoeven te lakken, hun haren te borstelen en ze te laten glimmen met glansspray.

Toch zijn er grenzen. Paarden die niet meer in de wei mogen omdat ze anders te dik worden. Of extensions in hun staart, bijvoorbeeld. „Dat gaat te ver.”