Amazone was een tuin, geen jungle

Het Amazonegebied was al ver voor de komst van de Europeanen dichtbevolkt en gecultiveerd. Dat concluderen ecologen die de balans opmaakten van alle bewijs.

Exotische dieren. Een uitgestrekt regenwoud. Kleine groepjes indianen die leven van de jacht en de noten en vruchten die zij verzamelen. Voordat de Europeanen kwamen, was het Amazonegebied nog ongerept, een paradijs waar mensen in harmonie met de natuur leefden.

Tenminste, dat is het traditionele beeld van het precolumbiaanse Amazonegebied. En het is een mythe.

De bewoners van de Amazone hebben het landschap duizenden jaren lang op grote schaal veranderd. Ze kapten en verbrandden stukken bos, plantten er gewassen en fruitbomen voor terug, legden wegen aan, groeven kanalen en bouwden grafheuvels. De Amazone was meer tuin dan wildernis, vindt Amazone-kenner Charles Clement van het onderzoeksinstituut INPA in Brazilië. In een overzichtsartikel dat Clement samen met collega’s in Proceedings of the Royal Society B publiceerde, zet hij de aanwijzingen voor dat idee op een rijtje.

Zo lijken veel bossen in de Amazone natuurlijk, maar in werkelijkheid staan ze vol met gecultiveerde noot- en fruitbomen. De açaipalm is nu een van de meestvoorkomende bomen in het Amazonebekken. De açaibes was een belangrijke vrucht voor de heuvelbouwende Marajoara-indianen.

In totaal hebben de bewoners van de Amazone 83 tropische planten en bomen gedomesticeerd, waaronder cassave, zoete aardappel, cacao, tabak, ananas, chilipeper en paranoot. Mensen begonnen hier ongeveer 4.000 jaar geleden met het kappen en branden van bos (slash-and-burn) om velden met cassave en maïs te kweken. Cassave is een inheems gewas, maïs kwam uit Midden-Amerika.

Later bewerkten Amazonebewoners ook de aarde zelf. Archeologen vinden rond oude nederzettingen vaak terra preta: zwarte aarde. Zwarte aarde werd waarschijnlijk gemaakt door hout op lage temperatuur te verbanden tot houtskool. Deze aarde blijft honderden jaren lang vruchtbaar – in Brazilië wordt terra preta nog steeds verkocht als potgrond.

Volgens conservatieve schattingen, die uitgaan van de verspreiding en dichtheid van moderne Amazonestammen, leefden er in de tijd van Columbus één tot twee miljoen mensen. Maar met dat getal worden niet de hongersnoden, epidemieën, slavernij, en slachtpartijen meegerekend, die de Zuid-Amerikanen na 1492 troffen, schrijven Clement en zijn collega’s. Op basis van terra preta-vindplaatsen schatten zij dat er 8 tot 10 miljoen mensen leefden.

Die mensen leefden in drie kerngebieden: de Amazonerivier en de omliggende overloopgebieden, in het noordelijke hoogland van Guyana en in de zuidelijke rivierbekkens.

Uit overleveringen uit de zestiende eeuw blijkt dat de Amazonebewoners het goed hadden. De Spaanse missionaris Gaspar de Carvajal, die in 1542 samen met conquistador Francisco de Orellana de Amazonerivier afreisde, beschreef boomgaarden in het hoogland, uitgestrekte velden in de overloopgebieden en dorpen op steile oevers waar duizenden mensen leefden.