Als euthanasie een spoedgeval wordt

De Levenseindekliniek krijgt steeds vaker te maken met spoedeuthanasie, waarbij de situatie van een patiënt acuut verslechtert.

Dit is wat er gebeurt als er zo’n telefoontje binnenkomt.

Vrouw van 89 jaar, darmkanker in een vergevorderd stadium, de wens om te overlijden. De huisarts weet ervan; al maanden spreekt hij er met zijn patiënt over. Patiënt denkt dat het geregeld is, maar de huisarts handelt niet. Als de situatie van de vrouw plotseling ernstig verslechtert, blijkt dat de huisarts niet wil meewerken. Telefoontje naar de Levenseindekliniek. Begeleiden jullie de patiënt?

Er is een spoedgeval, en dan?

De Levenseindekliniek, bestaande uit ambulante teams van arts en verpleegkundige, krijgt iedere week te maken met wat de artsen ‘spoedeuthanasie’ noemen. Een patiënt in zeer slechte conditie wordt aangemeld bij de Levenseindekliniek.

De kliniek beoordeelt het als spoedgeval, als de patiënt er zo slecht aan toe is dat deze nauwelijks meer zelf een weloverwogen verzoek tot euthanasie kan doen, of als de patiënt dreigt het bewustzijn te verliezen en niet meer wakker te worden. Dit soort spoedgevallen zorgen voor zware druk bij medewerkers van de kliniek.

Directeur Steven Pleiter: „Euthanasie en spoed gaan niet samen. Wij willen de tijd nemen voor dit zware traject en we moeten voldoen aan zorgvuldigheidseisen.” Vooral in de zomer komen spoedgevallen regelmatig voor. De vaste huisarts is dan bijvoorbeeld op vakantie en de waarnemer wil niet meewerken.

Het kan snel gaan, weet zorgmanager en arts Lous Konijnenberg (55). Alleen de laatste twee weken al kreeg ze drie spoedaanmeldingen. Eind vorig jaar begeleidde ze ook de spoedprocedure van de 89-jarige darmkankerpatiënte. Spoed, want de darmen van de vrouw functioneerden niet meer. Ze kon niet meer eten, niet drinken, had vreselijke pijn. Een hectische week.

Maandag Nadat de patiënte is aangemeld, belt Konijnenberg de haar toegewezen verpleegkundige. Afspreken om op bezoek te gaan bij de patiënt. Direct een dossier verzamelen met informatie over de patiënt.

Dinsdag Konijnenberg en de verpleegkundige gaan op bezoek bij de kankerpatiënte voor een eerste gesprek, waarin zij vragen waarom deze vrouw de wens heeft om te overlijden.

Woensdag Een onafhankelijke arts (de zogeheten SCEN-arts) doet een tweede beoordeling van de situatie. Dit is wettelijk verplicht. Konijnenberg heeft nog een indringend telefoongesprek met de patiënt. „‘Kom snel, kom snel’, zei ze.”

Donderdag De 89-jarige darmkankerpatiënt neemt afscheid van haar kinderen, kleinkinderen en vrienden.

Vrijdag Konijnenberg verleent euthanasie. Het dossier wordt opgestuurd naar de toetsingscommissie, die beoordeelt of de Levenseindekliniek zorgvuldig heeft gehandeld. Dat is het geval.

Konijnenberg: „Haast verstoort het proces. Normaal gesproken leren we de patiënt gedurende een aantal weken, soms maanden, kennen. We vragen naar levensloop, werk, hobby’s, geloof, hoe iemand eerder met tegenslagen in het leven is omgegaan. Dat is niet alleen belangrijk om vertrouwen te kweken, maar ook om de achtergrond van het euthanasieverzoek beter te begrijpen.

Als het al zo slecht gaat met de patiënt, hebben we voor dit soort vragen geen tijd. Het is ook te belastend voor een doodzieke patiënt. We vragen dan meteen: ‘Waarom wilt u dood?’ De achtergronden komen we te weten door de kinderen of partner te vragen een biografie te schrijven over het leven van de patiënt. We streven naar minimaal twee bezoeken. Dat moet dus heel snel.”

De vraag is inmiddels te groot

Spoedgevallen zetten de Levenseindekliniek onder zware druk. Ieder jaar komen er meer dan 1.000 euthanasieverzoeken binnen. Sinds 2012 begeleidden de artsen de euthanasie van ruim 560 mensen. De kliniek groeit en kan de vraag niet altijd aan. Bijna 100 psychiatrische patiënten wachten op de beoordeling van hun verzoek.

Een spoedgeval neemt de Levenseindekliniek altijd aan en dat vergroot de druk. Bovendien: hoe weinig tijd er ook is – de euthanasie moet worden uitgevoerd volgens alle wettelijke zorgvuldigheidscriteria. Konijnenberg: „Wij moeten tot de overtuiging komen dat het verzoek vrijwillig wordt gedaan, dat er sprake is van ondraaglijk lijden en dat andere behandelmogelijkheden zijn uitgeput. Ook willen we zeker weten dat de dood écht de wens van de patiënt is.”

Soms worden patiënten zo laat aangemeld bij de Levenseindekliniek, dat zij niet meer in staat zijn hun euthanasieverzoek zelf over te brengen. De artsen kunnen dan het verzoek niet meer goed beoordelen, en er moet gekozen worden om de patiënt in slaap te brengen of een natuurlijke dood te laten sterven. Konijnenberg: „Dat is uitdrukkelijk tegen de wens van de patiënt in. Die heeft specifiek gekozen voor euthanasie. De patiënt wil helder zijn tot het laatste moment en op die manier afscheid nemen van familie en vrienden. Het is heel frustrerend voor ons als we daar niet meer bij kunnen helpen, terwijl een huisarts al op de hoogte was. Ik zou tegen huisartsen zeggen; meld het ons op tijd als u twijfelt.”

„Elke euthanasie die ik begeleid vind ik belastend”, vertelt Konijnenberg. „Maar spoedgevallen zijn nog veel emotioneler. In een flits moet je een beslissing maken die heel, heel ingrijpend is. Toen ik de euthanasie had voltrokken bij de darmkankerpatiënte van 89, kwam dat behoorlijk aan. Ik ben op een terras gaan zitten met een goed glas wijn. Toen heb ik er nog één gedronken, en daarna ben ik gaan slapen. Geestelijk vreselijk vermoeid.”