Vrouwen bepalen toekomst Taiwan

De verkiezingen in Taiwan gaan tussen twee vrouwen. De oppositiekandidaat staat voor in de peilingen. Als Hung Hisu-chu afstand neemt van het pro-Chinabeleid van de huidige president, maakt ze wellicht nog kans.

Foto EPA

De presidentsverkiezingen in de enige Chineestalige democratie ter wereld, de Republiek China op het eiland Taiwan, worden een vrouwelijke aangelegenheid. Dat is het gevolg van de verkiezing afgelopen zondag van Hung Hsiu-chu (67), de ondervoorzitter van het Taiwanese parlement, tot de nieuwe leidster van de regerende Nationale Volkspartij, de Kuomintang.

Komend weekend begint een bijna zes maanden durende verkiezingscampagne. De voormalige onderwijzeres Hung Hsiu-chu neemt het op tegen Tsai Ing-wen (58), de ervaren leider van de oppositionele Democratische Progressieve Partij (DPP).

Anti-Chinese stemming

Tsai Ing-wen, een voormalig hoogleraar strafrecht en advocaat, begint de campagne met een grote voorsprong. Haar economische en sociale twijfels over de steeds inniger verhouding met China worden breed gedeeld. Ze profiteert zo van de anti-Chinese stemming op het eiland, die geregeld tot uiting komt in grote demonstraties.

In de peilingen staat de vrouw die de eens door en door corrupte DPP heeft gezuiverd op 67 procent. Politieke commentatoren denken echter dat de scherp formulerende Hung Hsiu-chu, bijgenaamd „kleine rode peper”, in staat is de kloof te dichten als zij afstand neemt van het pro-Chinabeleid van zittend president Ma Ying-jeou.

De campagne zal op het scherp van de snede worden gevoerd, bleek gisteren al toen een woordvoerder openlijk betwijfelde of Hung Hsiu-chu het presidentschap fysiek wel aankan. De voorzitter van de Kuomintang werd eerder deze maand geopereerd wegens borstkanker.

Hoofdthema van de verkiezingsstrijd in Taiwan zijn behalve de kloof tussen arm en rijk en tussen het rijkere noorden en het armere zuiden van het eiland de cruciale relaties met China, dat het eiland claimt als Chinees grondgebied.

De Taiwanese republiek werd in 1949 gesticht door toenmalig Kuomintang-leider Chiang Kai-shek die na de door hem verloren burgeroorlog tegen de communisten naar het eiland was gevlucht. Tussen 1911 en 1949 was de Kuomintang de regeringspartij op het vasteland van China.

Tientallen jaren lang groeide de animositeit tussen de twee China’s, maar onder de huidige president Ma Ying-yeou zijn de banden de afgelopen jaren aangehaald, tot grote tevredenheid van het bedrijfsleven. De relaties zijn echter dermate innig geworden dat de DPP vreest voor de onafhankelijkheid en soevereiniteit van Taiwan. De DPP weet zich daarin gesteund door middenstanders, boeren en studenten die vrezen dat het eiland op enig moment wordt overspoeld door vastelanders.

Hereniging is topprioriteit

Uit interviews blijkt dat de nieuwe Kuomintang-leider inderdaad voorzichtig afstand aan het nemen is van het beleid van de zittende president. In een tv-gesprek zei ze gisteren dat ze zal eisen dat de machthebbers in Beijing niet alleen „het bestaan” van de Republiek China erkennen maar ook de regering van Taiwan erkennen. Dat is voor de autoriteiten in Beijing, die de hereniging van Taiwan met het moederland als buitenlandpolitieke topprioriteit beschouwen, een onaanvaardbare wens.

Over deze en andere uitspraken van de nieuwe partijleider is in de Kuomintang grote verdeeldheid ontstaan. Daardoor begint de partij de verkiezingsstrijd in een slechte positie. „Alles wijst erop dat de DPP, die zo lang is geteisterd door corruptieschandalen, dankzij Tsai Ing-wen het presidentschap voor het grijpen heeft. Als er tenminste geen fouten worden gemaakt of beerputten uit het verleden opengaan. De vrees te worden opgeslokt door het autoritair geregeerde China is alleen maar groter geworden”, zegt commentator George Tsai in Taipei.

Zelf is Tsai een groot voorstander van een ‘Een China, twee systemen’-beleid, waarbij de landen wel worden herenigd maar ieder volgens aparte politieke ideologieën worden bestuurd.