Superkracht van Mierenman

Ruim zestig jaar geleden was er opeens een golfje films waarin mensen krompen tot de grootte van een insect, zoals The Incredible Shrinking Man (1957). In Ant-Man, de nieuwste superheldenfilm van Marvel, overkomt het Scott Lang (Paul Rudd) als hij het pak aantrekt dat hij gestolen heeft uit de kluis van wetenschapper Hank Pym (Michael Douglas). Zodra hij het aantrekt, wordt hij Mierenman. Na een training van Pym en zijn dochter lukt het hem zijn kracht in te zetten tegen de schurk die de krimptechniek voor minder nobele doelen wil gebruiken.

Ant-Man was acht jaar in ontwikkeling met Edgar Wright als beoogd regisseur maar hij trok zich vorig jaar terug na een meningsverschil met de baas van de Marvelstudio. Dat duidt op problemen, maar het eindresultaat is niet onaardig, vooral door de goede acteurs, ook in de bijrollen. De vele scènes waarin larmoyant wordt gedaan over vader-dochterverhoudingen, halen de kwaliteit wel behoorlijk naar beneden. Ze gaan ten koste van de humor en de aardige vondsten.