Steen gegooid? 20 jaar de cel in

De nieuwe Israëlische regering vertienvoudigt de maximumstraf voor stenengooiers.

Protest tegen grondonteigening in Kfar Qaddum, bij Nablus Foto Jaafar Ashtiyeh/AFP

Ze waren het gezicht van de Eerste en Tweede Intifada: jonge jongens met een keffiyeh om hun hoofd geknoopt, die stenen gooien naar Israëlische militairen. Maar ook zonder gewelddadige opstand tegen de Israëlische bezetting vliegen de stenen door de lucht. Zo heeft Israël vorig jaar 1.000 Palestijnen aangeklaagd voor het gooien van stenen, onder wie kinderen van 12.

Meer dan 99 procent van de stenengooiers wordt ook veroordeeld. Anders dan Joodse kolonisten, die zich moeten verantwoorden bij civiele rechtbanken in Israël, vallen de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever onder militair recht.

Nu worden de straffen voor stenengooien drastisch verhoogd. De Israëlische Knesset stemde gisteren in met een wetsvoorstel waarmee 10 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd, of zelfs 20 als bewezen wordt dat het de intentie was om de inzittenden van een voertuig te verwonden. Tot nu toe er twee jaar cel op het gooien van stenen. Als niemand gewond was geraakt, kwamen stenengooiers er geregeld vanaf met drie maanden. „Een stenengooier is een terrorist, en alleen een fatsoenlijke straf kan hem afschrikken”, verklaarde minister van Justitie Shaked.

De 14-jarige Mohammed Atwan uit Al-Khadr, bij Bethlehem, werd op 20 mei gearresteerd. Hij kreeg acht maanden celstraf. Zijn vader, Yousef, zegt telefonisch dat het „normaal” is voor kinderen die onder bezetting leven om stenen te gooien. „Er waren toen elke dag rellen. Het Israëlische leger is altijd aanwezig in ons gebied. Ze komen het dorp binnen en provoceren de kinderen om te gaan rellen. Mohammed had al het een en ander meegemaakt: zijn jongere broertje werd geraakt door een kogel, en zelf werd hij in zijn oog geraakt door het geweer van een soldaat toen hij aan het voetballen was. Het scheelde niet veel of hij was zijn gezichtsvermogen kwijtgeraakt.”

Mohammeds ouders kunnen hem niet bezoeken. Alleen zijn 9-jarige broertje werd een keer toegelaten. Volgens zijn vader bevindt Mohammed zich in een slechte situatie. „Het is een kind dat met zijn vriendjes zou moeten spelen. In plaats daarvan zit hij tussen vier muren. Hij voelt zich slecht. Vooral mentaal is hij erg moe.” Ook zou hij niet goed worden behandeld in de gevangenis. Volgens Unicef, het kinderfonds van de VN, lijkt de „slechte behandeling van kinderen die in contact komen met het militaire detentiesysteem wijdverspreid, systematisch en geïnstitutionaliseerd”.

De vraag speelt wat de grens is tussen legitiem verzet tegen de bezetting en terreur. Israël ziet het gooien van stenen als terreurdaad. Maar in 1987 nam de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aan waarin een bepaalde mate van verzet tegen een bezettingsmacht legitiem werd genoemd. Israël en de VS waren de enige twee landen die tegen stemden.

De verhoging van de straf op stenengooien past in het profiel van de nieuwe Israëlische regering, die in mei is aangetreden. Sommige ministers wilden zelfs een wetsvoorstel steunen waarmee terroristen die uit nationalistische motieven een moord plegen de doodstraf zouden krijgen. Op last van premier Netanyahu hebben ze die steun ingetrokken.

Twee jaar geleden baarde journaliste Amira Hass van de krant Haaretz opzien toen ze stenengooien „het geboorterecht en de plicht” noemde van „iedereen die is onderworpen aan buitenlandse overheersing”, alsook een „metafoor van bezetting”. Dit werd in Israël overwegend gezien als het goedkeuren van geweld. Maar behalve zeer felle kritiek kreeg Hass ook bijval, zoals van internetmagazine +972: „De enige manier om stenengooien te stoppen is door de bezetting te beëindigen.”