Spoorproject brengt Delft in financiële nood

Een spoortunnel, daarboven een woonwijk. Maar Delft kan het niet betalen. Nu moet de helft van de ambtenaren weg.

Het ondergrondse station van Delft, aan de 2 kilometer lange spoortunnel. Foto Martijn Beekman/ANP

Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) weigert Delft financieel tegemoet te komen in de kosten van de spoortunnel onder de binnenstad die in maart is geopend. Delft vroeg haar om tien jaar uitstel van betaling van 32 miljoen euro en kwijtschelding van 5 miljoen euro meerkosten op het project. De staatssecretaris heeft dat afgewezen, onder meer omdat haar ministerie „niet de aangewezen instantie is om langlopende leningen te verstrekken”.

De financiële problemen van Delft zijn inmiddels zo groot dat de gemeente haar ambtelijk apparaat gaat halveren. In 2004 werkten er nog 1.430 ambtenaren, in 2010 1.200. In 2018 blijven er nog 700 ambtenaren over. Bovendien brengt de weigering van de staatssecretaris Delft dichter bij de zogeheten artikel 12-status, waarbij de gemeenten onder curatele van het rijk komt.

Volgens verantwoordelijk wethouder Lennart Harpe (VVD) bereidt de gemeente de aanvraag voor die status inmiddels voor. „We hopen nog steeds dat we er zelf uitkomen. We zijn er nu mee bezig omdat zo’n artikel 12-status voor 1 december moet zijn aangevraagd bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.”

Als Delft onder curatele komt, krijgen staatssecretaris Mansveld en spoorbeheerder ProRail volgens Harpe alsnog de rekening op hun bordje. „Want feitelijk zit het ministerie van Binnenlandse Zaken dan hier op de stoel van de afdeling financiën. En het is dan maar de vraag of Delft dan nog meebetaalt aan toekomstige meerkosten in het spoorproject hier, en of er toestemming komt voor leningen om die 32 miljoen euro aan Mansveld terug te betalen.”

Bouwen op de tunnel

De bouw van de spoortunnel kostte veel geld, maar het is niet de oorzaak van de financiële ellende in de gemeente. Dat zijn tegenvallers bij de ontwikkeling van het ambitieuze stadsvernieuwingsproject Spoorzone Delft. Tussen de binnenstad en het westelijke deel van de stad wordt een woonwijk gebouwd. De wijk, die in 2030 klaar moet zijn, komt bovenop de tunnel en verbindt twee stadsdelen die door het spoor decennia gescheiden waren.

De totale kosten van tunnel en woonzone bedragen ruim 1 miljard euro. Infrastructuur en Milieu betaalt 583 miljoen, Delft 264 miljoen, Zuid-Holland en de stadsregio’s Rotterdam en Haaglanden samen 155 miljoen euro. Delft zou zijn verplichtingen deels kunnen nakomen dankzij de grondverkoop aan de bouwers van de geplande 1.200 woningen. Maar dalende grondprijzen en aarzelende projectontwikkelaars gooiden roet in het eten.

Het geraamde tekort voor Delft bedraagt inmiddels 80 miljoen euro. Dat leidde in de vorige collegeperiode al tot bezuinigingen van 57 miljoen euro, op een begroting van circa 350 miljoen. Voor de periode 2015-2018 moet nog eens 18 miljoen worden bespaard, onder meer door de genoemde halvering van het ambtelijk apparaat.

Volgens Harpe kan Delft toe met de beoogde zevenhonderd ambtenaren zonder dat de dienstverlening in de knel komt. „In vergelijking met omliggende gemeenten hebben we traditioneel een grote ambtelijke organisatie. En we kunnen veel uitvoerend werk uitbesteden. Groenonderhoud gaan we, waar mogelijk, overlaten aan burgerinitiatieven.” Vanaf 2019 moet de begroting sluitend zijn. Dan staat er nog wel een ‘stadsschuld’ van 523 miljoen euro in de boeken.

Delft wil nu grote delen van het Spoorzoneproject versneld verkopen aan beleggers, niet per se projectontwikkelaars. Als de grond maar verkocht is. Harpe: „Ook hier in Delft merken we dat de economie aantrekt. We hebben de diensten stadsontwikkeling van de gemeenten Den Haag en Rotterdam om raad gevraagd. Die adviseerden ons, zo snel mogelijk te verkopen aan vastgoedbeleggers.”

Volgens Harpe zijn gesprekken gaande. „Den Haag zal zijn contacten op de beleggersmarkt benaderen. De belangstelling is er in ieder geval.”