SHOVE IT UP YOUR ASS, YOU FAGGOT

Over wie de baas is in de kunst. Danh Vo, Bert Kreuk. James Turrell. Anna Bondt.

Installatie van Anna Bondt: 'Ingebed'.

Eén kunstenaar betekent meer dan een rijke kunstverzamelaar kan berekenen. Kijk maar naar de Deense kunstenaar Danh Vo. Maker van vlietende politiek-persoonlijke kunst, die zich moeilijk laat omschrijven. Hij spreidt een soort tastbare gedachten uit in de ruimte. Het is kunst om in je op te nemen, eigenlijk niet iets voor de heb. Maar Danh Vo is hot en de kunstverzamelaars staan bij hem in de rij. Ze betalen exorbitante bedragen en verzekeren zich van een Danh-Vootje.

Ook de Nederlandse verzamelaar Bert Kreuk bestelt blindelings een werk. Waarop Vo iets anders levert dan Kreuk zich had voorgesteld. Waarop Kreuk een zaak aanspant. Waarop de rechter Danh Vo veroordeelt tot het maken van een „groot en indrukwekkend” werk voor Kreuk.

Nu wordt de zaak interessant. Wanneer is een kunstwerk „groot”? Formaatje Nachtwacht? Trevifontein? En wat is „indrukwekkend”, wie maakt dat uit?

Vo reageerde zoals een kunstenaar betaamt. Autonoom. Ja, schreef hij Kreuk, hij ging iets maken. Voor de muur van „your residence in Panama as well as in room 38 of Gemeentemuseum” in Den Haag stelt hij „a site specific wall work” voor, met een citaat uit de cultfilm The Exorcist: „SHOVE IT UP YOUR ASS, YOU FAGGOT”.

Sneu voor Kreuk? Helemaal niet. Had hij dit superieur geaccepteerd, dan had hij goud in handen gehad. Een uniek kunstwerk dat hem had onderscheiden van al die andere verzamelaars: hij zou persoonlijk zijn ingebed in het oeuvre van Vo.

Maar Bert Kreuk is beledigd. Hij wil een ándere muurkreet van Vo, uit een documentaire over exorcisme: „FROM ANGER, HATRED AND ALL ILL WILL”. Nog los van die manke tekst: zo gaat dat niet, en dat zou Kreuk moeten weten. Een kunstenaar is geen huisschilder. Je kunt ’m niet zeggen wat hij moet creëren.

Een kunstenaar maakt iets wat alleen hij kan maken. Daarna mag iedereen dat goed vinden, of slecht. Of onbetamelijk (maar kijk uit, een moreel oordeel onthult meestal meer over de oordelaar dan over het beoordeelde).

Intussen is de kwestie Kreuk-Vo handig materiaal, als er weer eens iemand wil weten wat dat nou eigenlijk is, kunst. Kunst is onvoorspelbaar en ongrijpbaar. Je kunt je er niet mee bemoeien, je moet afwachten. De vrijheid van de kunstenaar is de kern.

Kunst bestaat bij de gratie van twee partijen: de maker en de beschouwer. Versmelten die twee, dan glorieert de kunst. Ik voel het in museum de Pont in Tilburg, waar ik verzink in de lichtkunstwerken van James Turrell. Vormen van gekleurd licht. Met hoogte, breedte en diepte. Maar zonder volume, ook al denk je van wel. Dit werk vraagt tijd en overgave, breng je dat op dan treft Turrell je alsof hij je in de pan met toverdrank gooit.

En dan lig ik voorover en zink weg in de mensvormige holtes van een ingenieus kunstwerk. Ingebed heet het. Het is van Anna Bondt, student aan de Willem de Kooning Academie. Onder mijn gezicht wordt een ruitje opengeschoven. Bondt ligt onder me op haar rug. We kijken elkaar in de ogen. Meer niet. Zo lang ik wil. Tijd en overgave – daar gaan we weer. Dit kunstwerk komt me meer te na dan ik normaal verdraag, en toch is het niet opdringerig. Het is lichamelijk en tegelijk onlichamelijk. Het is een filosofisch meubel.