Rotjes en varkenslappen op snelweg

Franse boeren betogen. Ze krijgen weinig voor producten. „Te veel mensen verdienen aan ons.”

File door boerenacties gisteren bij de brug naar het eiland Oléron, in West-Frankrijk. Onder:boerenprotest gisteren op snelweg in Bretagne, tussen Morlaix en Brest. Foto’s Xavier LeotyAFP en Fred Tanneau/AFP

Wegblokkades, onbereikbare toeristische trekpleisters en vlees, melk en hooibalen op straat: de Franse boeren zijn weer boos. „Wat zou jij doen als je er in één jaar veertig procent op achteruit gaat terwijl je even hard moet werken?”, vraagt melkveehouder Loïc Delatouche (45) midden op de snelweg naar Rennes in Bretagne. Om tegenover een groepje geduldig wachtende vrachtwagenchauffeurs zijn eigen vraag maar meteen te beantwoorden: „Dan pak je de tractor toch?”

Zo’n vijftig boeren hebben hun machines deze avond dwars voor de tolpoortjes van het gare de péage in het gehucht La Gravelle geparkeerd. Op spandoeken eisen zij het aftreden van minister Stéphane Le Foll. Die kwam gisteren met het zoveelste reddingsplan voor de sector, maar de meeste boeren hebben daar weinig fiducie in. Op veel plaatsen gaan acties door. „Met de huidige marges kun je geen bedrijf draaiend houden”, sombert de bonkige Delatouche. Bij een berg varkenslappen op de vluchtstrook steekt zijn zoon rotjes af. „Ik produceer met verlies. Zo is er voor hem dalijk geen toekomst meer”, zegt hij.

De echtgenotes van de boeren delen stenciltjes uit waarop staat dat hun mannen nog maar 30 eurocent voor een liter melk krijgen, terwijl de consument in de winkel minstens een euro betaalt. Rundvlees? 3,60 per kilo en 13,22 in de winkel. Bij varkensvlees is het nog extremer: de boer krijgt 1,40 als hij zijn beesten naar het abattoir brengt, de consument betaalt 7,30. ‘Wie is het minst duur? Zoek de fout’, staat er boven de prijslijst.

Volgens Delatouche pikken tussenpersonen een onevenredig deel in. Vleesproducenten klagen over te dure slachthuizen, in vergelijking met concurrerende landen als Duitsland en Spanje. Als melkboer heeft hij vooral te maken met commerciële melkcentrales en supermarktketens. „Er zijn te veel mensen die aan ons verdienen”. Dat lijken cijfers van overheidsdienst Agrimer te bevestigen: marges van supermarkten op vooral vlees zijn de laatste vijf jaar ondanks lagere consumentenprijzen gestegen.

Samen met broer Jérôme runt Delatouche een melkbedrijf met 180 koeien in het nabijgelegen Livré-sur-Changeon. De twee keren zichzelf een salaris van elk 1.200 euro uit, hun vrouwen krijgen 800 euro per maand. „Da’s niet veel voor zeven dagen werk per week”, vindt Delatouche. Maar hij krijgt toch EU-subsidie? Geen EU-land waar boeren zo afhankelijk zijn van Brussels geld als Frankrijk. „Ik wil geen subsidie”, zegt hij verontwaardigd, „ik wil een reële prijs voor mijn werk.” De broers verwachten dit jaar een verlies van 96.000 euro. „En dan moet je ook nog de bank betalen.”

Want Franse boeren zitten diep in de schulden. „En dat is het werkelijke probleem”, zegt voorzitter Loïc Guines (50) van de departementale afdeling van vakbond FDSEA op zijn bedrijf even verderop in Bretagne. Varkensboeren hebben volgens de Agrimer-cijfers gemiddeld 332.000 euro schuld, melkveehouders staan voor ruim 166.000 euro in het krijt. „Er komen steeds nieuwe regels, waar je dan weer voor moet investeren.”

Door de schulden en de lage prijzen verkeert zo’n 10 procent van de Franse boeren, bijna 25.000 bedrijven, „op rand van faillissement”, zei minister Le Foll vorige week. Hij kondigde gisteren 24 maatregelen aan, waaronder 100 miljoen euro lastenverlichting, uitstel van het betalen van premies en, in overleg met de banken, herstructurering van de schulden.

Frankrijk ziet zich onverminderd als agrarische natie. Politici en stadsmensen verdringen zich jaarlijks op de Parijse landbouwbeurs rond prijswinnende fokstieren en vadsige vlees varkens. Maar het aantal boeren neemt snel af. „Hier in het dorp”, wijst Guines bij zijn stal met 80 druk blatende beesten, „waren toen ik 25 jaar terug begon vijf boerenbedrijven. Nu ben ik de enige.” Dat komt deels doordat de bedrijven groter zijn geworden. Guines heeft izo’n 125 hectare. Maar ook door pensioneringen of nieuwe carrières. Dagelijks zou een Franse boer vanwege de uitzichtloze situatie bovendien een eind aan zijn leven maken, zeggen vakbonden.

Met enige jaloezie spreekt Delatouche over zijn collega’s in Nederland of Duitsland. Hij zou graag van 180 naar 230 koeien groeien. „Maar het kost in Frankrijk anderhalf jaar om alle formulieren in te vullen.” Guines: „Wij zijn hier in Frankrijk heus geen minder goede boeren, maar door hoge belastingen en bureaucratie zijn we steeds minder competitief.”