Redders van achter de keukentafel

Gewapend met laptops redden de activisten van Watch the Med levens van vluchtelingen. „Als er onderweg iets gebeurt, bellen ze ons.”

Teun Peeters (34) opent op blote voeten de deur van een woon-werkcomplex in Amsterdam. In zijn gele shirt en korte broek leidt hij de weg naar de gedeelde keuken van zijn huis. Daar zit Joyce van Dijk (35) aan een eettafel. Links van haar hangt een enorm spandoek aan de muur met de tekst ‘Geen mens is illegaal’. Rechts een nóg grotere waarop staat: ‘Boats 4 people. No more borders. No more deaths.’ Peeters is fietsenmaker en Van Dijk werkt in een buurtcentrum. Al vijftien jaar kennen ze elkaar van hun activisme bij de alleszeggende actiegroep: No Borders. En sinds oktober vorig jaar redden ze ook samen levens van bootvluchtelingen. Vanachter hun computer.

Van Dijk en Peeters horen tot de vijftien Nederlanders, en honderd mensen wereldwijd, die vrijwillig voor de alarmlijn van Watch the Med werken. Deze internationale organisatie werd in 2012 opgericht om te monitoren hoeveel vluchtelingen er in de Middellandse Zee omkomen. „Jarenlang komen activisten bij elkaar om het over vluchtelingenproblematiek te hebben”, zegt Van Dijk. „Vorig jaar besloten we een alarmlijn te openen waarnaar bootvluchtelingen onderweg kunnen bellen. Wij sporen ze op en schakelen de meest nabije kustwacht in.” Dit doen ze vanuit huis.

Dag en nacht is iemand bereikbaar

De laatste maanden worden vluchtelingen op vertrekpunten geïnformeerd over dit alarmnummer: er wordt geflyerd. Ook op sociale media wordt het alarmnummer verspreid. Peeters: „Vluchtelingen die van ver komen, in grote groepen, hebben vaak een satelliettelefoon mee. Als er onderweg iets gebeurt, bellen ze ons. Boten die korte afstanden varen, met kleinere groepen mensen, zijn vaak minder goed voorbereid. Soms nemen ongeruste familieleden contact met ons op.”

Van Dijk en Peeters, of een van de honderd andere vrijwilligers die ieder acht uur per week werken, zitten paraat achter hun computer. Naast Amsterdam zijn ook in Nijmegen, Wageningen en Leiden vrijwilligers actief. Iedere dag en nacht is iemand bereikbaar. Met GPS-codes traceren ze de boot, Peeters laat de locaties van de rondvarende schepen op zijn laptop zien. De vrijwilligers nemen dan gelijk contact op met de kustwacht, die de vluchtelingen redt. Als de kustwacht er te lang over doet, bellen de vrijwilligers een van de vier private reddingsboten die in de Middellandse Zee rondvaren: twee daarvan zijn van Artsen Zonder Grenzen.

„We hadden van de week een schip met 350 mensen, van wie een persoon dood was toen ze ons belden”, vertelt Van Dijk. „Ze waren zeven dagen onderweg, vanuit Alexandrië. Een van hen had suikerziekte en niet genoeg medicatie mee, en die overleed.” Met een zachte stem zegt ze: „Het was een meisje van tien.”

Heeft Peeters ook zo’n voorbeeld? „Het klinkt harteloos. Maar je weet dat veel bootvluchtelingen omkomen. En ook dat sommige boten jou nooit bereiken. Wat ik erger vind, is het huidige EU-beleid. De kustwacht moet én mensen redden én tegelijkertijd van hun regeringsleiders de grenzen strenger beschermen. Soms bel je en zeggen ze dat het uren duurt voordat ze een boot kunnen bereiken. Je weet niet wat daarachter zit.”

Wat als het Europeanen waren?

Van Dijk geeft een voorbeeld: „Een keer wilde de Italiaanse kustwacht niet ingrijpen. Toen hebben we de media ingeschakeld. Daarna is dat niet meer gebeurd.”

Per minuut kost het 7,50 euro om met een satelliettelefoon te bellen. De vrijwilligers kunnen online het beltegoed van de vluchtelingen opwaarderen. Het kost soms 50 tot 100 euro om een boot te helpen, dat wordt betaald door donateurs.

Al hebben Van Dijk en Peeters nu misschien wel honderden levens gered, toch vinden ze dat ze aan symptoombestrijding doen. Het echte probleem zijn die strenge grenscontroles die vluchtelingen dwingen met levensgevaar naar Europa te vluchten, zeggen ze. Ze willen van die grensbewaking af. Want de mensen komen toch wel, hoe erg de situatie ook is. Van Dijk: „Ik denk altijd: wat als wij Europeanen op die boten zaten en er met ons zo was omgegaan? De wereld zou te klein zijn.”