Orthodoxe bewindsvrouw is op heilige missie voor Israël

Israëlisch staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (Likud) Hotovely wil dat Europa geen geld geeft aan ‘linkse’ ngo’s

Ook minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) ontkwam niet aan haar kruistocht. Toen hij vorige week een bezoek bracht aan Israël en de Palestijnse gebieden vroeg de Israëlische staatssecretaris Hotovely (Buitenlandse Zaken, Likud) hem of Nederland de financiering van linkse non-gouvernementele organisaties (ngo’s) wil stopzetten. Andere ministers van Buitenlandse Zaken van EU-landen kregen hetzelfde verzoek. Intussen werkt ze aan wetgeving om buitenlandse financiering voor kritische ngo’s te verbieden of te beperken.

De 36-jarige Tzipi Hotovely is een opvallende figuur in de nieuwe Israëlische regering, die afgelopen mei aantrad. Doordat premier Netanyahu de post van minister van Buitenlandse Zaken voor zichzelf hield, heeft Hotovely, een orthodox-joodse vrouw van Georgisch-Joodse komaf, in de praktijk geen minister boven zich. In dit vacuüm voert ze een geruchtmakende campagne.

Meteen na haar aantreden maakte Hotovely haar uitgangspunt duidelijk. De wereld, zei ze, moet de historische Joodse claim op het hele bijbelse land tussen de Middellandse Zee en de rivier Jordaan erkennen. Dit ligt internationaal gezien problematisch; de meeste landen zien de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook niet als Israëlisch, maar als Palestijns gebied.

Deze maand nam Hotovely een ander diplomatiek initiatief: buitenlandse staatshoofden en ministers moeten wat haar betreft de Klaagmuur aandoen als onderdeel van elk staatsbezoek aan Israël. Ook dit stuit op internationale gevoeligheid: de Klaagmuur ligt in Oost-Jeruzalem, in wat de internationale gemeenschap beschouwt als Palestijns gebied.

Gisteren was het de beurt aan ‘linkse’ Israëlische ngo’s. Al is het niet het punt dat ze links zijn, zegt een woordvoerder van Hotovely. „Het gaat om ngo’s die oproepen tot een boycot of desinvesteringen in Israël. Sommige organisaties steunen zelfs terreurgroepen. Volgens Hotovely is er een gebrek aan bewustzijn bij Europese regeringen over deze feiten.”

Nederland geeft 1,2 miljoen euro per jaar aan Palestijnse mensenrechtenorganisaties. Ook gaat indirect geld naar Israëlische organisaties als Adalah, B’Tselem en Yesh Din, die opkomen voor mensenrechten, en Breaking the Silence, dat (ex-)militairen laat getuigen over hun rol in de bezetting. Koenders heeft, volgens een woordvoerder van de Nederlandse ambassade in Israël, „bij de Israëlische regering aangedrongen op terughoudendheid en gewezen op risico’s voor vrijheid en pluriformiteit van organisaties als de wetgeving doorgang zou vinden”.

Oprichter Yehuda Shaul van Breaking the Silence, dat zich in zijn bestaan bedreigd weet als Hotovely’s plannen doorgang vinden, uit zich minder diplomatiek. „Het is een lastercampagne tegen ons. De leiders van ons land doen er alles aan om Israël te laten lijken op Rusland onder Poetin.”

Geconfronteerd met deze kritiek haalt de woordvoerder van Hotovely nog even uit. „Deze organisaties voeren juist een lastercampagne tegen Israël, vermomd als mensenrechten. Wat zij doen is eenzijdig, onevenwichtig, niet constructief en het draagt niet bij aan tolerantie of vrede.”