Niet naast, maar vóór je Van Gogh staan

Lang niet alle doeken van Vincent van Gogh hangen in een museum. Een Duitse journalist schreef een boek over die andere doeken en hun eigenaren: ego’s, macht en geldsmijterij.

De eerste Chinees die een Van Gogh kocht deed dat afgelopen november op een veiling in New York. Prijs: 61,8 miljoen dollar. Hij liet een foto maken, van zichzelf met zijn nieuwe bezit. Wang Zhongjun, want zo heet de filmmagnaat die het bloemstilleven van Van Gogh kocht, staat op de foto niet naast, maar voor zijn aanwinst.

Dat doen bezitters van een Van Gogh vaker, zegt de Duitse kunstjournalist Stefan Koldehoff. Hij kan het weten: hij verzamelt al jaren foto’s van mensen mét hun Van Gogh. Onlangs publiceerde hij ze in een boek Ich und Van Gogh. Bilder, Sammler und ihre abenteuerlichen Geschichten, uitgegeven door Galiani Berlin. Behalve foto’s bevat het boek 35 fascinerende verhalen (inderdaad ‘avontuurlijk’) met de bezitsgeschiedenis van zo’n 65 Van Goghs.

De foto van de Chinees kwam net te laat: het manuscript was al naar de drukker. Maar een foto van Pamela Harriman met die van haar staat er wel in. Deze „moderne Kurtisane” wier lijst minnaars en echtgenoten leest als een Who’s who van de twintigste eeuw, staat met haar koninklijk gecoiffeerde harses pal voor een bos roze rozen, door Van Gogh geschilderd in mei 1890 en sinds Harrimans dood te zien in de National Gallery in Washington. Ook is er een foto van Aspasia Zaimis, een erfgenaam van de Griekse reders Goulandris. Ze ontneemt het zicht op Olijfoogst, uit december 1889.

Deze Zaimis is een van de ruziemakers uit het boek: ze meent dat haar nichten onder één hoedje speelden met de executeur-testamentair en stiekem klassieke modernen verkochten uit de uiterst kostbare verzameling van hun erflaters, Basi en Elise Goulandris.

Lang niet iedereen maakt ruzie. Een favoriete Van Gogh-bezitter van Koldehoff is Alice Rüben Faber, een Deense kunstenares die als jonge vrouw Portret van Dokter Gachet kocht, kort na de dood van Van Gogh. Ze zette de dokter rechtop achter haar bed – Koldehoff heeft er een foto van – omdat ze zwanger was. Toen ze eenmaal was bevallen, verkocht ze het weer, voor hoogstens een paar honderd Franse franc. De arts had zijn werk immers gedaan. In 1990 wisselde Dokter Gachet voorlopig voor het laatst van eigenaar: de Japanse papiermagnaat Ryoei Saito kocht het voor 82,5 miljoen dollar.

Zelfportret (met schildersezel) dat jarenlang in bezit was van de bankier Chester Dale (1883-1962) verging het anders. Toen Dale zijn verzameling schonk aan de National Gallery in Washington DC, liet de Amerikaanse miljardair in het schenkingscontract vastleggen dat nooit mocht worden getwijfeld aan de echtheid van het werk, waarvan de kenners toen al overeengekomen waren dat het een vervalsing betrof. Dale, die overigens ook vier onbetwiste Van Goghs bezat, kon en wilde zich daar niet bij neerleggen, ondanks het overweldigende bewijs. En wie machtig is, kan veel: hij zette de gezaghebbende Van Goghkenner De la Faille zo lang onder druk (hij bedreigde hem met de financiële ondergang) dat die het schilderij in 1939 opnieuw in de oeuvrecatalogus zette, tegen beter weten in. Het betekende het einde van de reputatie van De la Faille.

Pas sinds een paar jaar – Dale overleed in 1962 – heeft de National Gallery de naam Vincent van Gogh vervangen door: ‘Imitator of Vincent van Gogh’.

Echte liefde

Zoveel ego’s, macht en geldsmijterij; viel het Koldehoff niet zwaar liefde te blijven voelen voor zijn hoofdrolspelers? Nee, zwaar viel het hem nooit. Het gaat hier meer om cultuur- dan kunstgeschiedenis, zegt hij, en dus spelen roddel en sensatie een belangrijke rol. „Bovendien zijn de Van Gogh-bezitters te divers om te veroordelen.” Natuurlijk gaat het vaak vooral om trots, showing off, en hyperrijkdom, zegt hij: „Maar ik kwam ook echte liefde tegen. Neem het zelfportret dat Van Gogh kort voor zijn dood voor zijn moeder heeft geschilderd. De Duitse textielondernemer Carl Neumann heeft het in 1952 verkocht om de behandeling van een aan tuberculose lijdend familielid te kunnen bekostigen. De familie heeft toen een groot afscheidsfeest voor het schilderij gegeven. Een echt feest, met alles erop en eraan. Dat is niet het gedrag van kunstbarbaren, of investeerders.”

Koldehoff zou ook het verhaal van Walter Annenberg kunnen vertellen, een Amerikaanse uitgever en diplomaat. Behalve miljarden aan goede doelen besteedde de man veel geld aan kunst, vooral van impressionisten. Toen hij, reeds bezitter van een prachtige Van Gogh, op een veiling in 1987 ook een van de Zonnebloemen wilde bemachtigen, is dat mislukt. Een ander kon meer bieden: 39,9 miljoen dollar. Dat was destijds een kunstveilingrecord. Annenberg heeft daarna een reproductie van het werk aan de muur van zijn werkkamer gehangen, precies daar waar hij het origineel had willen hangen.

Kennelijk ging het Annenberg niet alleen om het bezit van nog een origineel topwerk van Van Gogh, ter bevestiging van zijn rijkdom en macht. Hij wilde gewoon echt graag die vijftien zonnebloemen aan de muur, zoals alleen Van Gogh ze kon schilderen. Koldehoff: „Geloof me, die eigenaren zijn geen eendimensionale typen.”