Column

Nel had geen zin om te verzuren

Audrey is 43, maar ze ziet eruit als een meisje van acht. En ze gedraagt zich als een baby van negen maanden. Als ik gehurkt voor haar ga zitten, slaat ze haar ogen neer en draait haar gezicht weg. Pas na een poosje begint ze voorzichtig naar me te lachen. We zitten in lijn 5 naar het Museumplein in Amsterdam-Zuid, zij in haar wagentje, haar verzorgster Nel (55) achter haar, de armen om haar heen, ik ernaast. Als de tram optrekt, klapt Audrey in haar handen en gilt. De mensen om ons heen doen alsof ze ons niet zien.

„Haar moeder is teruggegaan naar Suriname”, zegt Nel. „Maar Audrey herkent haar wel als ze haar ziet.” Eens in de paar jaar. „Dan lacht ze en gilt ze aan een stuk door.” Na het vertrek van haar moeder woonde Audrey bij oma. Daar lag ze hele dagen op de bank. Toen oma te oud werd, verhuisde Audrey naar een gezinsvervangend huis in Noord. Ze leerde lopen en schommelen, en als iemand eten op haar lepel doet, brengt ze die zelf naar haar mond.

Audrey is lief en gemakkelijk, vertelt Nel als we onder de platanen bij het Van Goghmuseum een stuk watermeloen eten. Er zijn ook bewoners die krabben en bijten en vechten en brullen. Als de deuren niet op slot zitten, proberen ze te ontsnappen. Nel heeft zo vaak sloten open- en dichtgedraaid dat haar polsen versleten zijn. „Maar het blijven wel mensen”, zegt ze terwijl ze Audrey een slokje sojamelk geeft en over haar hoofd aait. Grijze haartjes tussen het zwart. „Dus ging het me aan het hart dat we op een gegeven moment geen tijd meer hadden om met ze naar buiten te gaan.”

Bezuinigingen, ja. Eén leidster per groep in plaats van twee. „Moet je je voorstellen dat je je hele leven 24 uur per dag, zeven dagen per week, bij elkaar in één ruimte zit.”

Ze had geen zin om te verzuren, dus zegde ze haar baan deels op en begon een bedrijfje, Op stap met Nel. Bewoners kunnen haar met geld van hun uitkering inhuren om een middagje op pad te gaan. Nou ja, hun ouders doen dat natuurlijk, of wie hen anders maar vertegenwoordigt. Eerste uur 20 euro, elk uur daarna een tientje. Gefrons bij haar bazen, maar dat was snel voorbij. Zij zagen ook wel in dat dit voor iedereen beter was.

Audrey sabbelt op haar knuffeldoekje en kijkt vol verwondering naar de bewegende bladeren boven haar hoofd. Nel zet haar een petje op, de zon schijnt onbarmhartig fel. „Kom”, zegt ze. „We gaan wandelen.” Op het Museumplein wordt de afschaffing van de slavernij in Suriname gevierd. Overal zwarte vrouwen met felgekleurde hoofddoeken. Volgens Nel kijkt Audrey graag naar ze.

Nel heeft een cliënt met wie ze om het weekend gaat paardrijden, maar de meesten vinden een ritje met de bus en de tram al geweldig. Of met de auto door de IJ-tunnel! Mensen met een dementerende partner of ouder weten haar ook te vinden sinds het bijna onmogelijk is om nog een plek in een verpleeghuis te krijgen. „Dementerenden vinden dezelfde dingen leuk”, zegt ze. „En anders blijf ik gewoon bij ze zitten.” Ze heeft het inmiddels zo druk dat ze zich afvraagt of ze haar baan maar niet helemaal zal opzeggen.