Mager migratieakkoord laat gebrek aan cohesie in EU zien

Met de schrik vrijgekomen. Zo kan het magere migratieakkoord worden gekarakteriseerd, dat de EU-lidstaten maandagavond sloten. Van de beoogde verdeling van 40.000 migranten die nu in Italië en Griekenland zijn gestrand, kon de Raad van ministers er met trekken en duwen 32.356 elders elders binnen de EU geplaatst krijgen. Daarbij weigerde lidstaat Hongarije categorisch iedere medewerking en hielden Polen, Spanje, Letland, Estland en Litouwen de boot zoveel mogelijk af. Duitsland deed gelukkig meer dan de Commissie voorstelde. Oost-Europese landen juist minder. Landen met een opt out hielden zich afzijdig, wat op zichzelf mag. Behalve dan Ierland, dat een positief gebaar maakte. Hats off, dus.

Teleurstellend, maar het is toch een stap vooruit, zei EU-commissaris Avramopoulos (migratie). In die zin was het een typisch EU-resultaat, waarbij het vermijden van een debacle al een succes genoemd mag worden.

Over de politieke cohesie, de onderlinge solidariteit en zelfs de humanitaire reflex van de EU kan men na dit akkoord niet optimistisch zijn. Het past bij de EU: gebouwd op ambities, illusies en eigenbelang. Uitgelopen op wederzijdse verlegenheid en soms verholen weerzin.

Het overleg verliep in een geïrriteerde, verhitte sfeer – over de uitkomst geneerden sommigen zich na afloop. Het contrast was zeer groot: eerst het EU-brede medeleven, de compassie en verontwaardiging na de vele rampen op zee met migranten. Gevolgd door een benauwd ‘na u, na u’ en ‘liever niet’, nu het op concrete actie aankwam. Daarbij verdient Duitsland een compliment. Terwijl daar de weerstand tegen opvangcentra toeneemt, getuige de vele brandstichtingen, houdt Berlijn de rug recht en toonde zich royaal.

Het Nederlandse kabinet hield z’n fatsoen door zich in ieder geval niet aan te sluiten bij de ‘nee, liever niet-’zeggers. Daar had het even op geleken toen het de Kamer schreef dat Nederlandse medewerking afhankelijk zou zijn van die van andere landen. Er komen dus 2.047 vluchtelingen „extra” naar Nederland. Dat is een klein aantal, zowel in vergelijking met de totale aantallen vluchtelingen, als met het aantal dat dit jaar al naar Nederland kwam.

Dit EU-akkoord is een eerste stap. Het noodmechanisme ter ontlasting van lidstaten die worden ‘overlopen’ is nu, hikkend en kuchend, in actie gesprongen. En daarmee een nieuw deel van de politieke en bestuurlijke realiteit geworden. Bij de volgende migratieraad staan de ontbrekende opvangplaatsen weer op de agenda. En moeten de EU-lidstaten elkaar weer in de ogen kijken. Helpen we elkaar? Het is niet de minste vraag die een ‘Unie’ zich kan stellen.