Levenseindekliniek helpt vaker bij psychisch lijden

De Levenseindekliniek voldoet duidelijk aan een behoefte. Het aantal aanvragen groeit sterk en leidt tot wachtlijsten. En spoedgevallen zetten de kliniek „ernstig onder druk”.

In de eerste helft van dit jaar heeft de Levenseindekliniek meer psychiatrische patiënten geholpen bij euthanasie dan in heel 2014. De afgelopen zes maanden kregen 18 patiënten met psychiatrische klachten via de Levenseindekliniek euthanasie. Vorig jaar waren dat er in totaal 17. Ook kregen het laatste half jaar bijna net zoveel kankerpatiënten (49) euthanasie als in het volledige voorgaande jaar (53).

Dit blijkt uit de halfjaarcijfers van de kliniek. In januari riep de Levenseindekliniek huisartsen nog op vaker zelf een euthanasieverzoek te behandelen, zodat de kliniek zich meer kon richten op de complexe verzoeken.

De Levenseindekliniek werd in maart 2012 opgericht. Het is anders dan de naam doet vermoeden geen ziekenhuis. De instelling voorziet overal in het land in ambulante teams van een arts en een verpleegkundige. Zo’n team – er zijn er veertig – wordt ingeschakeld als de (huis)arts van een patiënt niet wil meewerken aan euthanasie. Soms met het argument dat het verzoek van de patiënt zeer ingewikkeld ligt, bijvoorbeeld als deze niet terminaal ziek is maar lijdt aan een psychische stoornis. Ook komt voor dat een huisarts principieel tegen euthanasie is en daarom niet wil meewerken. Of een arts vindt het verzoek emotioneel te belastend.

Het is opvallend dat het aantal kankerpatiënten dat euthanasie krijgt via de Levenseindekliniek het laatste half jaar sterk is toegenomen, terwijl deze zich niet primair op deze patiënten richt. Directeur Steven Pleiter: „Van alle mensen met een euthanasieverzoek maken kankerpatiënten de meeste kans om hun wens ingewilligd te zien door de eigen huisarts.” Hij is van mening „dat artsen dit soort gevallen, die minder complex zijn, beter onderling kunnen oplossen.” De Levenseindekliniek is specifiek opgericht om te helpen bij ingewikkelde euthanasieverzoeken.

Voor psychiatrische patiënten geldt al enige tijd een wachtlijst bij de Levenseindekliniek. Circa een derde van alle aanmeldingen (ongeveer 1.000 in 2014) komt van patiënten met een psychische stoornis, maar de kliniek heeft te weinig psychiaters die zo’n verzoek kunnen begeleiden. Daardoor wachten er nu bijna 100 psychiatrische patiënten op de behandeling van hun verzoek. Nog eens 50 patiënten met andere aandoeningen kunnen voorlopig niet geholpen worden.

De Levenseindekliniek krijgt bovendien steeds vaker te maken met wat de artsen een ‘spoedeuthanasie’ noemen. Huisartsen die lang twijfelen of ze willen meewerken aan een euthanasieverzoek, komen in de problemen als de toestand van de patiënt acuut verslechtert. Dan wordt de Levenseindekliniek ingeschakeld om het verzoek te begeleiden. Dit komt gemiddeld één keer per week voor. In de zomer gebeurt dat vaker aangezien plaatsvervangers van huisartsen die met vakantie zijn, soms het verzoek niet willen behandelen.

Pleiter: „Wij komen ernstig onder druk te staan door dit soort spoedverzoeken. Wij moeten voldoen aan de wettelijke zorgvuldigheidscriteria, zoals de beoordeling of het verzoek consistent is en of de patiënt het vrijwillig doet. Dat moet soms in een paar dagen worden afgehandeld, omdat het dan al zo slecht gaat met de patiënt. Met als gevolg een grote emotionele belasting voor de patiënt, diens familie en onze medewerkers.”

In de steek gelaten

Yvonne van Ingen maakte als tweede beoordelaar (een zogeheten SCEN-arts) zo’n spoedeuthanasie mee, vertelt ze in het jaarverslag van de Levenseindekliniek. Een bejaarde vrouw wier hersenen plotseling snel achteruit gingen, zag haar euthanasieverzoek stranden bij een vervangend arts toen haar vaste huisarts met vakantie was. Van Ingen: „De patiënte dacht dat ze alles goed geregeld had, en voelde zich in de steek gelaten.”

De Levenseindekliniek nam haar verzoek over en voerde de euthanasie binnen enkele dagen uit.