Jammer voor Gesink, het draait niet enkel om watt

Na alle dopinggeruchten rond Chris Froome gaf zijn ploeg Sky een inkijkje in de cijfers. En wat blijkt? Hij komt nog niet in de búúrt van Armstrong.

Een groepje met voorop Vincenzo Nibali en Chris Froome tijdens de zeventiende etappe. Froome werd 20ste in de eerste Alpenetappe. Foto Stefano Rellandini/reuters

De toverformule om de concurrentie te verslaan in de Alpen? Dat kan je uitdrukken in watt: het vermogen dat een wielrenner in een bepaalde tijd kan leveren. Dus: vier minuten met een gemiddeld vermogen van 449 watt op de pedalen duwen, dan 24 seconden pieken met 566 watt en vervolgens nog vier minuten doorhalen met 435 watt. Het probleem voor Nairo Quintana, Alberto Contador of Robert Gesink is, dat zij in deze Tour niet kunnen wat Chris Froome in de Pyreneeën wel kon. „Froome is in aanleg waarschijnlijk de beste renner van dit peloton”, constateert Louis Delahaye, trainer van de Nederlandse ploeg Lotto-Jumbo.

Op de tweede rustdag gaven de geletruidrager en zijn ploeg Sky deze week hun geheimen prijs. „We willen zo open en transparant mogelijk zijn”, sprak Froome onder de luifel van het hotel in Sisteron, achter een tafel met ploegmaat Geraint Thomas, ploegbaas David Brailsford en trainer Tim Kerrison. Weg met speculaties en ongefundeerde vergelijkingen met de ‘onmogelijk’ hoge waardes van dopingzondaar Lance Armstrong. Hoe Froome de eerste Pyreneeënrit naar La Pierre-Saint-Martin met een superieure versnelling won? Kerrison presenteerde cijfers: 414 watt gemiddeld, een gewicht van 67,5 kilo, hartslag 154 gemiddeld met een piek van 174. En 97 pedaalslagen per minuut.

Niets bovennatuurlijks

„Minder dan ik vaak heb”, reageert Gesink op het vermogen van Froome. Omdat de kopman van Lotto-Jumbo ongeveer drie kilo zwaarder is dan de Brit moet hij meer vermogen leveren om zijn lichaam even snel de berg ‘op te hijsen’. Watt per kilogram, is de sleutel om bergop de kas te kraken. Zoveel mogelijk vermogen leveren met zo weinig mogelijk gewicht. Froome scoort op de klim van 41 minuten en 28 seconden 6,13 watt per kilo (al komt Sky zelf met een correctie tot 5,78). Lang niet de 7 die Armstrong ooit haalde. „Dit is niets bovennatuurlijks”, stelt Delahaye. „Nibali haalde vorig jaar in de Tour 6,2. Ook daar heb ik geen vraagtekens bij.”

En Gesink, die in de eerste Pyreneeënrit vierde werd? Toch vijf ‘wattjes’ minder dan Froome. „Meteen na afloop, bij het masseren, riep hij naar me: 409. Toen dacht ik: goed, maar ook niet zo heel speciaal. Van tevoren had ik niet het idee dat 5,8 watt per kilogram meer zou opleveren dan een twaalfde plaats. Ook voor Robert is het niet buitengewoon, in de Vuelta heeft hij hoger gescoord. Des te opvallender dat bij deze waardes van Froome en Robert, de rest – Contador, Valverde, Van Garderen – door het ijs zakt.”

Sky geeft lang niet alles prijs. „Het gaat om de context van de cijfers”, zegt bewegingswetenschapper Delahaye. „In de eerste week waren de finales elke dag hard, ook voor de klassementsrenners. Dat heeft invloed op het niveau later, in de bergen.” Ook het weer, de hoogte en het koersverloop zijn van invloed. „Misschien heeft Froome zich de eerste vier uur goed gespaard omdat zijn ploeg hem uit de wind houdt. Wiggins zat ook altijd op het idiote af met smalle schouders op de fiets, om maar watts te sparen voor de slotklim. Dit soort dingen melkt Sky helemaal uit.”

Delahaye begrijpt de aarzeling van de Britse ploeg om cijfers openbaar te maken. „Het gaat vaak mis bij de interpretatie. Als mensen kwaad willen, krijg je insinuaties zoals nu bij Froome.” Vooral de tijdspanne van de meting is belangrijk. De score van de Brit bij zijn aanval, 24 tellen lang 566 watt gemiddeld, met een piek van 929? „Ook dat is niets raars. Robert rijdt aan het begin van de klim weg, met misschien een minuut van rond de 600 watt. Dat is 7,3 watt per kilo. Maar als je dat zonder de interpretatie opschrijft, valt de hele wereld over je heen.” Want ‘hoger dan Armstrong’.

Met cijfers versla je Froome niet

Als hij in detail de informatie over Froome bekijkt, vallen vooral vier minuten voor en na de beslissende aanval op. Koersanalyse in kale getallen. „Als Froome vier minuten 449 rijdt, maakt hij samen met Quintana het verschil. Dan rijdt hij in 24 seconden van hem weg met 566. Quintana heeft zich opgeblazen en daarna loopt Froome met vier minuten 435 verder uit. Die 449 verklaart waarom de rest verrot is gegaan. Als ik dit hoor, heeft Robert het slim gedaan door al eerder zelf aan te vallen en eigen tempo te rijden. Want het niveau van Froome kan niemand aan. Kwestie van aanleg, en de juiste training. Maar wij kunnen trainen wat we willen, dat gaan we nooit halen.”

Zoals ook de hoge trapfrequentie van de geletruidrager bij zijn aanval uniek is. „Robert moet dan terug naar 80 of 85 omwentelingen. Hij zei het nog: ‘Ook als Froome zo’n versnelling plaatst, kan hij nog naar 110, terwijl ik dat echt niet meer zou trekken. Dan merk ik gewoon dat voor mij een lagere frequentie efficiënter is.’”

Je kunt de cijfers hebben, daarmee versla je Froome nog niet. „Het is de kunst te kijken hoe wij in de buurt komen”, zegt Delahaye. „Twee jaar geleden had ik de wattages al die je moest rijden. Je vult 70 kilo in en weet precies wat je moet rijden om top 3, 10 of 20 te rijden. Maar dan? Je moet het wel eerst kunnen.”